terug naar de Inleiding WO 1

terug naar de homepage

terug naar de Inleiding Buiten de Fronten

Buiten de Fronten - Nederland

Ook buiten de gebieden waar tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten werd, is nog veel te vinden wat aan deze oorlog herinnert. Hoewel
Nederland erin slaagde tijdens de oorlog neutraal te blijven, was het wel indirect bij de oorlog betrokken, al was het alleen maar omdat veel
Belgen naar Nederland vluchtten. Maar ook op andere wijze heeft de oorlog op Nederland zijn stempel gedrukt. Vandaag de dag is nog veel
terug te vinden wat naar de Eerste Wereldoorlog  verwijst, zoals restanten van voormalige vluchtelingenkampen, monumenten voor omgeko-
men vissers en marinemensen, gedenkstenen enz. Deze pagina geeft hiervan een beeld.

1) Algemeen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten veel Belgen naar Nederland. Velen keerden al spoedig weer terug, anderen bleven langere tijd, vaak tot aan
het einde van de oorlog. Ter herinnering hieraan werd op de Amersfoortse Berg in Amersfoort een monument neergezet. In feite was het een soort van
werkverschaffingsproject voor Belgische vluchtelingen, dat mede bedoeld was om de Nederlanders te bedanken voor hun gastvrijheid. Het ontwerp is
in 1916 door de Belgische architect Huib Hoste gemaakt. De bouw werd in 1917 begonnen en in hetzelfde jaar nog voltooid. De achterkant van het
gebouw heeft reliŰfs van de Zwitser Franšois Gos en op de muur bevinden zich reliŰfs van de Nederlandse beeldhouwer Hildo Krop. Ter gelegen-
heid van het eeuwfeest in 2016 wordt het gebouw gerestaureerd en wordt de tuin opnieuw ingericht.
De foto's tonen achtereenvolgens boven van links naar rechts het hoofdgebouw van het monument met carillon genomen vanaf het voorplein; het
hoofdgebouw aan de achterkant met park en de muur dat het park achter het hoofdgebouw afsluit gezien vanaf het hoofdgebouw. De foto links
onder laat de op het hoofdgebouw aangebrachte plakette zien. De foto rechtsonder toont een detail van de muur.


Vooral na de val van Antwerpen op 10 oktober 1914 (maar niet alleen toen) vluchtten veel Belgische militairen de Nederlandse grens over om aan Duitse krijgsgevangenschap te ontkomen. In Nederland werden ze volgens de
internationale regels ge´nterneerd. Omdat veel kazernes leegstonden door de mobilisatie (de Nederlandse militairen waren naar hun stellingen vertrokken) werden ze in eerste instantie daar opgevangen. EÚn van die  kazernes was
de Juliana van Stolberg Kazerne in Amersfoort. Op de foto's hierboven zien we het hek van de kazerne en de Adolf Kazerne (midden) en de Willem Kazerne (rechts), bataljonsgebouwen die deel uitmaakten van het kazernecom-
plex. Op een gegeven moment moest de kazerne zelfs aan 16.000 Belgische soldaten onderdak bieden, terwijl er maar plaats was voor 4.000. Om dit enigszins mogelijk te maken werden er 900 tenten op het terrein geplaatst.
Later werden de ge´nterneerden overgebracht naar speciaal daarvoor gebouwde kampen, zoals Kamp Zeist. De Juliana van Stolberg Kazerne is nu een appartementencomplex.

Onderaan aan de buitenkant op de Pelgrimsdeur van de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort bevinden zich twee reliŰfs met daarop vluchtelingen afgebeeld. Ze verwij-
zen naar de komst en het jarenlange verblijf van Belgische vluchtelingen in de stad tijdens WO 1. Op de foto linksboven zien we het reliŰf op de linkerdeur. De middelste 
foto laat een groter deel van dezelfde deur zien. Rechts zien we het reliŰf onderaan op de rechterdeur, die op het moment van de foto openstond (hierdoor ontbreekt op de
foto een klein stukje aan de rechterkant van het reliŰf).


Belgische vluchtelingen die na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gingen, werden veelal opgevangen in speciaal daarvoor ge-
bouwde kampen. Dat was onder meer het geval in Amersfoort en omgeving, waar  diverse vluchtelingenkampen werden neergezet. Van de meeste
kampen, ook van die in en bij Amersfoort, is niets of bijna niets meer terug te vinden. Van het vluchtelingenmap Alberts Dorp (genoemd naar de Belgi-
sche koning Albert I) resteert alleen nog de naam (foto linksboven). Nu is het een bungalowpark voor Poolse arbeiders, gelegen aan de Amersfoortse-
straat 91 (foto rechtsboven). Oorspronkelijk was het echter een kamp voor de gezinnen van de in Zeist ge´nterneerde Belgische militairen, die hun man-
nen achterna getrokken waren. Het kamp lag op het grondgebied van de gemeente Soest. Het bood plaats aan 600 personen.

Links van de ingang van de begraafplaats Rusthof in Amersfoort bevindt zich een Russisch militair ereveld voor soldaten die tijdens de Tweede Wereld- oorlog in Nederland gestorven zijn. Er is ook ÚÚn graf van een militair uit de Eerste Wereldoorlog: Andrej Tscherepow (Nederlandse spelling "Tsjerepow"). Tscherepow was mogelijk een uit Duitsland na de oorlog gevluchte krijgsgevangene die in Nederland in een interneringskamp terechtkwam en op 31 mei 1919 te Oldebroek aan een ziekte overleed. Hij was toen 27 jaar oud. Eerst was Tscherepow in Epe begraven. In 1962 werd hij naar de be- graafplaats in Amersfoort overgebracht. De foto linksboven toont het Russische Ereveld in Amersfoort. Het graf van Tscherepow bevindt zich rechts van de vlaggemasten bij het middenpad rechts als eerste op de laatste rij (de linker grafsteen op de foto rechts). De Russische tekst op de grafsteen luidt: "Roesskij Woin - Sjtsjeripow - 1914-1918" (een Russische strijder - Sjtsjeripow - 1914-1918). De naam van Tscherepow is op de steen fout gespeld.

Op de begraafplaats Rusthof in Amersfoort is een afdeling voor gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. Hier bevindt zich ook een aantal graven van militairen uit de Eerste Wereldoorlog en wel van twaalf Italianen en twee
Portugezen. Waarschijnlijk zijn het voormalige krijgsgevangen van het Duitse leger die op weg naar huis overleden aan de Spaanse griep zijn gestorven. Alle zijn overleden in 1919. De eerste twaalf door kruizen gemarkeer-
de graven op de foto linksboven zijn van de Italiaanse militairen uit WO I. De eerste twee graven links van deze rij zijn van de Portugeze militairen (zie ook foto rechtsboven). Ter hoogte van de twee vlaggemasten is een ge-
denksteen met de tekst (in het Italiaans en Nederlands): "ItaliŰ ter eeuwige herinnering aan het offer gebracht door zijn zonen tijdens de 1e en 2e Wereldoorlog in Nederland gevallen".

De foto links genomen op de Rooms-katholieke Begraafplaats aan de Utrechtse
weg in Amersfoort laat het graf zien van de Engelse soldaat Jospeh Riley van het
East Lancashire Regiment. Riley was geboren in Rochdale en woonde in Burnley,
in Engeland. Hij behoorde tot de Expeditionary Force en vertrok op 30 decem-
ber 1914 naar het vasteland. Op 14 mei 1915 raakte hij in Duitse krijgsgevangen-
schap. Na zijn vrijlating overleed hij op 14 januari 1919 op doorreis in Nederland
op weg naar huis aan een longontsteking, 27 jaar oud.
De foto rechts toont de graven van zeven Britse militairen op de Algemene be-
graafplaats aan de Soesterweg in Amersfoort. Deze soldaten zijn alle na de oorlog
overleden en wel in de periode van 30 november 1918 tot en met 10 januari 1919.
Ze zijn mogelijk afkomstig van  het nabije interneringskamp De Vlasakkers en ge-
storven aan de Spaanse griep voor ze naar hun land konden terugkeren. Marius
van Leeuwen  en Alfred Staarman melden in hun werk met Nederlandse WO I-
monumenten nog dat  in het voorjaar van 2008 de vier rechter grafstenen vernield
waren. Zoals de foto laat zien zijn die inmiddels keurig hersteld.

Op de Rooms-katholieke Begraafplaats Carolus Borromeus in Soesterberg bevindt zich een massagraf
met monument voor Franse vluchtelingen die in het opvangkamp in Zeist overleden waren. Op het eind
van de oorlog vluchtten vele Fransen uit de door de Duitsers ontruimde gebieden voor de oprukkende
geallieerde troepen uit. In eerste instantie werden ze in Tilburg en Rotterdam opgevangen en vandaar
overgeplaatst naar het voormalige interneringskamp in Zeist, waar ze vanaf 25 oktober 1918 tot half
januari 1919 verbleven. Relatief veel van hen zijn gestorven aan besmettelijke ziekten of door de vlucht
verzwakt en op deze begraafplaats begraven. Het monument is in 2002-2003 gemaakt door steenhou-
wer A. le Jeune uit Maastricht. Het bevat de teksten "In Memoriam" en (in het Frans) "Voor de Franse
vluchtelingen gestorven in Nederland 1914-1918". Ook bevat het de namen van 98 overleden Fransen.
In Weert staat een soortgelijk monument (zie beneden).


Op de voormalige Vliegbasis Soesterberg, nabij de hoofdingang
naar het Nationaal Militair Museum, bevinden zich twee monu-
menten: Het Vliegermonument en de Herdenkingstuin. Het Vlie-
germonument zien we op de foto links met op de foto rechts de
plaquette met uitleg bij het monument. Het is in 1923 onthuld en
was in eerste instantie bedoeld om de vliegers te herdenken die
bij de mobilisatie waren omgekomen. In 1935 werd de lauwertak
midden voor het monument toegevoegd. Het was een geschenk
van kapitein Willem Versteegh, een van de eerste Nederlandse
militaire vliegers. In de Tweede Wereldoorlog is het monument
beschadigd en daarna gerestaureerd. De restauratie was in 1948
voltooid. Thans herdenkt het monument alle vliegers van de Ko-
ninklijke Luchtmacht die bij het uitvoeren van hun taak zijn om-
gekomen.
Naast het Vliegermonument ligt de Herdenkingstuin met twee
monumenten. Een gedenkt de gevallenen van de militaire lucht-
vaart in mei 1940, het andere bevat alle namen van de Neder-
landse militairen omgekomen in een luchtvaartuig door oorlogs-
handelingen of een ongeval. Het is op 27 mei 2010 onthuld door
de Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal J.H.M.P.
Jansen. Het monument vormt een halve cirkel met de namen in
kolommen (op de foto links het rechter eind van de halve cirkel).
In de eerste kolom (foto rechts) staan de namen van de twee mi-
litairen die tijdens WO 1 omkwamen. Het zijn eerste luitenant
Gerard David Spandaw en kapitein Jan Engelbert van Bever-
voorde. Spandaw is verongelukt op de vliegbasis Soesterberg
(overleden 3 juli 1914) en Van Bevervoorde op het vliegveld
Soekamiskin bij Bandoeng in Nederlands IndiŰ op 18 septem-
ber 1918. Beiden hadden de Militaire Willemsorde.

Elders op het terrein van de voormalige Vliegbasis Soester-
berg staat nog een monument: Het borstbeeld van generaal
Snijders. Het stond eerder op de binnenplaats van het Pest-
huis in Leiden (het toenmalige Legermuseum) en later in het
Militair Luchtvaartmuseum, de voorganger van het huidige
Nationaal Militair Museum op de oude vliegbasis. Generaal
Cornelis Jacobus Snijders (1852-1939) werd in augustus
1914 tot opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht be-
noemd, een functie die alleen bestond in oorlogstijd. Hij nam
in oktober 1918 ontslag na soldatenrellen in de Harskamp.
De feitelijke reden voor zijn ontslag waren echter conflicten
met het kabinet.

Bij Nieuw-Milligen aan de Amersfoortseweg in Apeldoorn
werd in september 1915 een barakkenkamp gebouwd voor
het 12e Regiment Infanterie. Het werd op 22 oktober van
dat jaar in gebruik genomen. Er waren voornamelijk militai-
ren uit Groningen gelegerd. Op de plaats van dit barakken-
kamp, waar de Turfweg op de Apeldoornseweg uitkomt,
staat nu een gedenknaald. Na de oorlog is het kamp van
20 november 1918 tot 20 januari 1919 gebruikt voor de
opvang van in Duitsland vrijgelaten Servische krijgsgevan-
genen die op weg waren naar huis.

Op de begraafplaats aan de Koningsweg in Garderen bevonden zich de graven van 29 Servische militairen
(foto rechts). Mogelijk behoorden ze tot de ruim 4000 Servische krijgsgevangenen die na de oorlog in
Duitsland werden vrijgelaten en via Nederland naar hun land zouden terugkeren. Een aantal daarvan werd
tijdelijk ondergebracht in het kamp Nieuw Milligen nabij Apeldoorn (zie boven). In januari 1919 zijn som-
migen van hen aan de Spaanse Griep overleden en tussen 22 en 30 januari 1919 in Garderen begraven. In
1928 is er voor hen een monument op de begraafplaats neergezet. Op 13 mei 1938 zijn de overleden Ser-
ven in opdracht van de Joegoslavische regering opgegraven en in een mausoleum in het Tsjechische Jindri-
chovice, niet ver van Karlovy Vary, bijgezet. De afgelopen jaren is het bestaande oude monument vervan-
gen en uitgebreid. Er is een plaquette met de afbeelding van een Servische soldaat toegevoegd (rechts op
de foto links). Ook is er een monument met de namen van in Nijmegen en Enschede overleden Serven is
geplaatst. Het is op 3 oktober 2009 onthuld (links voor op de foto). Op deze laatste zuil staan de jaartal-
len 1804-1945, die verwijzen naar de periode dat ServiŰ resp. JoegoslaviŰ een koninkrijk was. Het ach-
terste monument en de kruizen op de foto rechts bevatten de namen van de 29 Servische soldaten die oor-
spronkelijk in Garderen begraven waren.

Op de Algemene Begraafplaats in Harderwijk liggen op een aparte afdeling 225 Belgische militairen die overleden zijn, toen ze in Nederland ge´nterneerd waren (foto's boven). Oorspronkelijk, aan het eind van de oorlog,
lagen er 36 militairen. Later werden er overleden militairen van elders hier naartoe gebracht. De uitgebreide begraafplaats werd op 28 september 1963 door de Belgische ambassadeur in Nederland geopend. Op een herden-
kingsmonument (foto midden) staan de namen van 124 Belgische militairen die hier niet herbegraven konden worden. Elders op het kerkhof bevinden zich de graven van enkele Belgische vrouwen en kinderen. De meeste
overledenen op deze begraafplaats zijn slachtoffers van de beruchte Spaanse Griep. Ook liggen er Belgische militairen begraven die omkwamen bij de opstand in het interneringskamp in Zeist op 3 december 1914.

Achter op de Oude Begraafplaats in Nunspeet bevindt zich een groot aantal
graven van Belgische vluchtelingen (foto links). Ze woonden in het vluchtelin-
genkamp dat van 1914 tot 1919 in de plaats gevestigd was. Het zijn vooral
graven van kinderen, waarvan de meesten aan besmettelijke ziekten overleden
zijn. Aan het eind van het pad dat tussen de graven door loopt staat een herin-
neringsmonument met de opschriften "O Crux. Ave Spes Unica" (O kruis. Ge-
groet zij onze enige hoop) en "Gastvrij Nederland aan de afgestorvene vluch-
telingen 1914-1918" (foto rechts).

Op de Edese Heide lag van 1915 tot 1918 het Vluchtoord Ede, een opvangkamp voor Belgische vluchtelingen. Het kamp was 30 ha groot en bestond uit houten barakken.
Het herbergde bijna 6.000 mannen, vrouwen en kinderen uit Vlaanderen en had allerlei voorzieningen, zoals een ziekenhuis, een kerk en scholen en ook een eigen centrale
voor verwarming en elektriciteit. Het was daarmee voor die tijd heel luxueus. Het was dan ook een modelkamp. Na afbraak werden de bouwmaterialen gebruikt voor herop-
bouw in BelgiŰ. Nu staan er op de heide een monument en een informatiepaneel met plattegrond ter herinnering (foto's boven). Bij het monument liggen ook nog wat resten
van oude funderingen van het kamp (foto rechtsboven). Het monument staat er pas sinds 1984 en is precies op de kruising van de twee hoofdstraten van het kamp neergezet.

Niet ver van het Vluchtoord Ede op de Edese Heide bevinden zich heuze loopgraven. Je komt er door vanaf de parkeerplaats aan de westzijde van de heide en ten noorden van de N224
(nabij de rotonde) het pad in noordelijke richting op te wandelen. Na een kleine tien minuten ziet je de loopgraven liggen. Destijds tijdens WO I was de heide militair terrein. De loopgraven
werden gegraven door gemobiliseerde militairen die in de nabijgelegen kazerne gelegerd waren en moesten oefenen voor een mogelijke strijd. Zoals bovenstaande foto's laten zien, zijn de
loopgraven na honderd jaar nog steeds duidelijk in het terrein zichtbaar.


Op de Rooms-katholieke begraafplaats in Deventer (foto links) bevindt zich het graf van
vier Belgische militairen die in de periode 1914-1918 overleden zijn. Het register van de
begraafplaats op Internet vermeldt dat ze gesneuveld zijn, maar dit lijkt me onwaarschijn-
lijk, want waarom zouden ze dan in Deventer begraven zijn? Mogelijk gaat het om Belgi-
sche militairen die in Nederland ge´nterneerd waren. Het open geslagen boek op het graf
bevat de teksten: "God geve dat ik rusten mag tot in zijn eeuwige macht" en "Haar plaats
is leeg, haar stem is stil, wij zwijgen Heer, het is Uw wil".

                                            -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De foto rechts toont de Vredesklok in Neede op de hoek van de Kempersdijk en de Ru-
wenhofstraat. De klok is door de inwoners van Neede aan het gemeentebestuur geschon-
ken ter herdenking van de Nederlandse neutraliteit tijdens de oorlog. Het monument bevat
twee gedenkplaten met de teksten "Neerlands neutraliteit 1914-1918" en "Door de inwo-
ners van Neede aangeboden a/h Gem. Bestuur 10 Sept. - 1920". De klok is diverse malen
gerestaureerd.

Enschede was tijdens de Eerste Wereldoorlog  de opvangplaats voor honderden Vlaamse vluchtelingen, die daar in oktober 1915 arriveerden. Op het eind van de oorlog passeerden veel soldaten
die in Duitsland uit krijgsgevangenschap waren vrijgelaten de stad op weg naar huis. Diverse monumenten herinneren aan deze gebeurtenissen. De foto linksboven laat het monument voor de Vlaamse
vluchtelingen in het Van Lochemspark zien, dat bestaat uit een bronzen beeldengroep op een sokkel. Het monument dateert uit 1923 en is van de hand van de Belgische beeldhouwer Albert Termote.
De tekst op de sokkel luidt: "1914-1918. Ter herinnering aan de 600 Vlaamsche vluchtelingen die in Enschede na den val van Antwerpen October 1914 zijn ondergebracht en waarvan de laatsten
naar hunne haardsteden terugkeerden in Januari 1918. Geplaatst door het ComitÚ voor de Vluchtelingen November 1924." Op de achterkant bevindt zich een bordje met de tekst: "Vliegt de blauw-
voet. Storm op zee" (een strijdkreet van de Vlaamse beweging uit een lied van Albrecht Rodenbach, ge´nspireerd door de roman Kerels van Vlaanderen van Hendrik Conscience). Op een infor-
matiebordje aan de achterkant staat o.a. "Geschenk van de burgerij in 1924".
Het monument op de foto in het midden herdenkt het korte verblijf van de ongeveer 75.000 in Duitsland vrijgelaten krijgsgevangenen in de stad. Het staat op de hoek van de Cort van der Lindenlaan
en de Goolkatenweg. Er is in het Nederlands, Frans, Engels en Italiaans aan iedere zijde een gelijkluidende tekst aangebracht. De Nederlandse versie is: "1914-1918. Ter herinnering aan den door-
tocht van 32.690 Fransche, 26.960 Britsche, 6.650 Italiaansche, 1.660 Servische, 50 Russische en 15 Japansche krijgslieden, die na lange gevangenschap in Duitschland op den terugweg naar hun
vaderland tusschen 20 November 1918 en 20 Januari 1919 in deze stad kwartier vonden en eerste gastvrijheid genoten". De aantallen op het monument komen niet geheel overeen met de werkelijke
aantallen soldaten die tijdelijk in de stad verbleven. Dit moeten er geen 68.025 (het totaal op het monument) maar ongeveer 80.000 geweest zijn. Helaas bereikten niet alle vrijgelaten krijgsgevangenen
hun thuis. Vooral werden vele slachtoffer van de toen heersende Spaanse griep. Op de Oosterbegraafplaats in Enschede liggen elf overleden Britse militairen begraven (foto rechts).

Op een plaatsje achter het woon-winkelcomplex op de hoek Stationsstraat-Hoofdstraat in Emmen,
tussen vuilcontainers en slordig geparkeerde auto's, staat de Vredesboom (foto links). De nu rijzige
kastanjeboom werd destijds, zoals de plaquette aan de voet van de boom vermeldt, "Ter herinne-
ring aan het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 geplant door een zevenjarige
jongen die hier een kastanje in de grond stopte" (foto rechts). Toen was hier de tuin van het Hotel
Postma, waarin veel Belgische vluchtelingen verbleven. Omstreeks 1984 was de kastanjeboom zo
fors gegroeid, dat men erover dacht de boom te kappen. Toen Johan Sjouke Postma, de jongen
die de boom geplant had, dit vernam, schreef hij een brief aan de gemeente waarin hij het verhaal
van de boom vertelde en verzocht deze te sparen. Met succes. Wel werd de boom fors gesnoeid.
Op verzoek van dhr. Postma werd ook de huidige plaquette bij de boom geplaatst.


Belgische vluchtelingen die om een of andere reden ongewenst waren, kon-
den volgens de vreemdelingenwet het land worden uitgezet. Dit werd even-
wel niet gedaan maar voor hen werd in Oldebroek en in Veenhuizen een
"strafkamp" ingericht. In Veenhuizen werden 1500 "ongewenste" vluchtelin-
gen ondergebracht. Ze verbleven er in het Derde Gesticht. Ook waren er in
Veenhuizen gedurende een korte tijd 340 manlijke gedetineerden die bij het
bombardement van Antwerpen uit de gevangenis waren vrijgelaten maar al
spoedig aan de Duitse autoriteiten werden overgedragen. Het strafkamp in
Veenhuizen is in juni 1915 opgeheven en de vluchtelingen werden overge-
plaatst naar een aparte afdeling van het vluchtelingenkamp in Nunspeet. Tij-
dens hun verblijf in Veenhuizen zijn acht vluchtelingen overleden. Ze liggen in
naamloze graven op de begraafplaats aan de Eikenlaan.Wel is er een bordje
bij gezet dat aangeeft dat het om Belgische vluchtelingen gaat (foto links).

Mata Hari was een Nederlandse danseres die in Parijs furore maakte.
Haar eigenlijke naam was Margaretha Geertruida (Griet) Zelle. Ze werd
op 7 augustus 1876 in Leeuwarden op de Kelders 33 geboren. Ze trouw-
de met een officier en ging met hem naar Nederlands IndiŰ. Na het stuk-
lopen van haar huwelijk keerde ze naar Nederland terug en vertrok ver-
volgens naar Parijs. Ze trad er op als naaktdanseres en kwam in contact
met de hoogste kringen. Ze raakte verstrkt in een spionageweb en zou
een dubbelspion voor Duitsland en Frankrijk zijn geweest. Op 13 februari
1917 werd ze door de Fransen beschuldigd van spionage en opgepakt. In
het proces dat volgde werd ze ter dood veroordeeld en op 15 oktober
1917 in Vincennes geŰxecuteerd. Haar veroordeling is echter tot op de
dag van vandaag omstreden. Op 13 maart 1976, honderd jaar na haar
geboorte, is op een brug aan de Kelders in Leeuwarden een standbeeld
van haar als danseres onthuld (foto links). Het beeld is van de hand van
van Suzanne C. Boschma-Berkhout.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd in Leeuwarden ten zuiden van de Harlingerstraatweg een barakkenkamp gebouwd voor de tijdelijk opvang van Britse militairen die uit krijgsgevangenschap in Duitsland
kwamen en op doorreis waren naar huis. Ter herinnering hieraan kregen een straat en een plein die kort na het vertrek van de Britten op deze plaats werden aangelegd de naam Engelschestraat en Engelscheplein (in-
tussen gemoderniseerd tot Engelsestraat en Engelseplein). De foto linksboven toont het plein. Aan de overzijde van het plein (gezien op de foto) komt de Engelsestraat uit (foto rechtsboven). De foto in het midden laat
de straatnaambordjes zien op het huis op de hoek waar de straat op het plein uitkomt.


Tijdens WO 1 werden in Bakhuizen in Gaasterland (Friesland)
600 Belgische vluchtelingen opgevangen. 200 verbleven in de
leegstaande Roomskatholieke kerk, 400 zaten bij particulieren,
die daarvoor een vergoeding van de staat kregen. Bakhuizen
had in die tijd slechts rond 500 reguliere inwoners. Toen na de
oorlog de vluchtelingen vertrokken waren, was de kerk zo uit-
gewoond, dat deze werd afgebroken. Een monument op de
begraafplaats achter de huidige kerk herdenkt de opvang van
de vluchtelingen. Het is van de hand van Roelie Woudwijk uit
Opeinde en gemaakt van Belgisch hardsteen. Het is op 9 sep-
tember 2011 onthuld. Tijdens hun verblijf in Bakhuizen zijn 21
vluchtelingen overleden, waarvan er nog 12 op de begraaf-
plaats in Bakhuizen liggen. Onder hen zijn drie kinderen. Van
zes overledenen is bekend dat ze in 1962 zijn opgegraven en
naar Belgie zijn overgebracht.


In Den Helder bevinden zich diverse monumenten die naar gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog verwijzen. Het monument op de foto linksboven is het Marinemonument op de rotonde de Vijfsprong aan de Middenweg. Het is
opgericht ter herdenking van 58 leden van de marine die tijdens WO I zijn omgekomen. Het is in 1922 door Koningin Wilhelmina onthuld. De paaltjes rond het monument worden verbonden door een ketting die afkomstig is van een
torpedoboot die tijdens WO I bij Terschelling op een mijn is gelopen. Het monument werd verwaarloosd en raakte in verval. Op 13 april 1945 werd het dan ook nog beschadigd bij een geallieerde luchtaanval. In 1951 is het hersteld
door beeldhouwer A.G. van Lom. Oorspronkelijk stond het monument aan het Havenplein maar het werd diverse keren verplaatst. Ook werden plaquettes aangebracht die verwezen naar slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.
Het monument wordt nu alleen gebruikt om deze laatste gevallenen te herdenken.
De middelste foto toont het zgn. Bankje van de Jongh. Het staat op het terrein van het Marinemuseum. Luitenant-ter-zee Johan August de Jongh was commandant van de torpedoboot Hr.Ms. Pangrango. Toen op 24 oktober 1917 in
een storm matroos Bartholomeus Bleije over boord viel, sprong De Jongh hem na om hem te redden maar verdronk hierbij zelf. Het graf met monument van de foto rechts bevindt zich op het Kerkhof Huisduinen. Hier liggen zes van
de bemanningsleden begraven van de hulpmijnenveger/-legger  Hs.Ms. Frans Naerebout die op 2 mei 1918 bij Terschelling op een mijn liep en zonk, duidelijk binnen de territoriale wateren. Het ging vermoedelijk om een losgeslagen
Britse mijn. Van de 19 bemanningsleden kwamen er tien om. De anderen werden op Vlieland begraven.

Fort Kijkduin bij Huisduinen behoort tot de Stelling van Den Helder, die in de 19e eeuw
werd aangelegd om de marinehaven en het Marsdiep te beschermen. Het werd in opdracht
van Napoleon Bonaparte, die de plek in 1811 bezocht, gebouwd en was in 1813 klaar.
Later zijn er diverse verbeteringen aangebracht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het
fort gemobiliseerd. In 1916 is het op diverse plaatsen versterkt en aangepast door de aan-
leg van een aantal betonnen werken. Het gaat om drie loopgraven van gewapend beton,
een scherfvrij onderkomen voor manschappen, twee dubbele mitrailleurkazematten, een
dubbele kanonkazemat en een kleine waarnemingspost. Vooral de betonnen loopgraven
zijn bijzonder.

Aan de Oude Zeeweg nabij de Algemene Begraafplaats in Egmond aan Zee
staat een monument voor omgekomen vissers. Het herdenkt hen die door
WO I bij het uitoefenen van hun werk op zee zijn omgekomen, meestal door-
dat hun schip op een mijn liep. Het monument dateert van 1922 en bevat de
namen van 95 omgekomen vissers met datum van overlijden en een plaquette.
Sommigen zijn na de oorlog omgekomen, zoals uit de data blijkt: Ook na het
einde van de oorlog liepen er nog steeds schepen op een achtergebleven mijn.
Op de foto links zien we het monument en rechts de plaquette die het doel
van het monument aangeeft.

Fort Wierickerschans ten oosten van Bodegraven was in 1673 aangelegd om een doorgang in de (Oude) Hollandse Waterlinie af te sluiten. Eind 19e eeuw tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog fungeerde de vesting vooral
als hoofddepot voor de opslag van munitie. Tijdens WO 1 werd het fort gebruikt voor de internering van buitenlandse officieren die om een of andere reden op Nederlands grondgebied waren geraakt. Volgens het internationale
oorlogsrecht moesten militairen van oorlog voerende landen die in een neutraal land terecht waren gekomen daar ge´nterneerd worden. In Nederland ging het vooral om Belgische, Engelse, Duitse en enkele Franse militairen.
Officieren kregen een voorkeursbehandeling en mochten, op voorwaarde van hun erewoord niet te vluchten, vrij rondlopen en voor eigen onderdak zorgen. Toen hiervan misbruik werd gemaakt en enkele Duitse officieren er
toch vandoor gegaan waren, besloot de Nederlandse regering dit voorrecht in te trekken, ook omdat zowel de Duitse als de Britse regering toen bepaalden, dat officieren niet langer hun erewoord mochten geven. De eerste
groep officieren in Fort Wierickerschans waren Engelsen. Zij waren eerst in Groningen ge´nterneerd maar werden na een uitbraakpoging voor straf overgebracht naar het fort, waar ontsnappen erg moeilijk was, hoewel dit een
enkeling toch gelukt is. De meeste ontsnappingspogingen mislukten echter. De Britten zaten hier van januari 1915 tot januari 1916, toen hun regering het geven van het erewoord  weer toestond. Alle aanwezigen maakten
daarvan gebruik. De Britten werden opgevolgd door Duitsers, die er tot mei 1917 zaten. Ook zij vertrokken toen ze van hun regering weer hun erewoord mochten geven. Hoewel het fort daarna officieel als interneringskamp
was opgeheven verbleven er tot november 1918 nog enkele Engelse officieren. Ook heeft er in de eerste periode samen met de Engelsen een Franse officier gezeten.
De foto's hierboven geven een indruk van Fort Wierickerschans en de gebouwen waar de ge´nterneerden en hun 180 bewakers verbleven. Linksboven kunnen we zien hoe breed de gracht wel is, zodat ontsnappen moeilijk
was. Links op de achtergrond zien we de dam naar de ingang. De weg over de dam kwam uit bij de poort en omwalling die we op de foto midden boven zien. De andere foto's geven een beeld van de gebouwen op het terrein.
Zo zien we op de foto midden onder op de voorgrond het Kruitmagazijn van omstreeks 1830 en op de achtergrond het Kuiphuis uit 1828. Het plein voor het Kuiphuis werd door de ge´nterneerden voor recreatie en sport ge-
bruikt. Ze woonden in de loodsen (links van het plein op de foto). De foto rechtsonder toont het Kruithuis uit 1747. Dit werd tijdens de interneringen als kerk gebruikt. Rechtsboven en linksonder zien we manschapsverblijven
en woningen. Het voorste deel van het gebouw op de foto rechtsonder was een officiersverblijf.

In de gevel van het Oude Stadhuis in Zwammerdam bevindt zich
een steen ter herdenking van de legering in deze plaats van een
artillerie-eenheid. Boven de afbeelding bevindt zich een tekst van
Vondel: "Huysvesting Vuur en Licht en Spys en Dranck het is
voor 't Krygsvolck al ten beste". Onder de afbeelding lezen we:
"In Erkentelijke Herinnering aan de Inkwartiering der Kanonniers
van het III' Reg. 2' Bat. III' Comp. Vesting-Art=ie = 6 Aug.
1914 - 26 april 1915".

Aan de Scheveningseweg in Scheveningen aan het begin van
de Scheveningse Bosjes, niet ver van waar de Frankenslag op
deze weg uitkomt, staat het Vissersmonument van de foto links.
Het is opgericht, zoals de tekst op het monument aangeeft, "Ter
nagedachtenis aan de ruim 300 Scheveningsche visschers die
tijdens de Wereldoorlog 1914-1919 op zee het leven lieten".
Daaronder staat "Zij zijn daar - waar nacht noch nevel is". Het
monument is ontworpen door de Scheveningse architect C.J.M.
van Duijne. Het werd op 26 september 1922 door Koningin
Wilhelmina onthuld.

In Scheveningen op de boulevard nabij het Kurhaus bevond zich tot 2018 het Monument voor de land- en zeemacht 1914-1918. Het gedenkt de inspanningen van het gemobiliseerde Nederlandse
leger en   de marine tijdens de Eerste Wereldoorlog. Links op het monument zien we een soldaat en rechts een matroos met ertussen het Nederlandse rijkswapen (zie foto's). Het monument kwam
tot stand op initiatief van de verenigingen Ons Leger en Onze Vloot en het is van de hand van Toon Dupuis en Dirk Roosenburg. Op 20 september 1921 is het monument door Koningin Wilhelmina
onthuld. Andere bronnen zeggen dat dit op 2 augustus 1924 gebeurde in aanwezigheid van Prins Hendrik en generaal b.d.C.J. Snijders. Snijders was van augustus 1914 tot aan november 1918
opperbevelhebber van de krijgsmacht. Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag werd er op het monument een plaquette voor hem aangebracht, die op de foto rechtsboven uitgelicht is. In 2018 is
  het monument steen voor steen afgebroken en opgeslagen, omdat het plaats moet maken voor een pretpark. Het zal in 2019 elders op de boulevard weer worden opgebouwd.


Op de begraafplaats Crooswijk in Rotterdam bevindt zich
een massagraf voor 14 Duitse militairen. Het zijn krijgsge-
vangenen die in het kader van een uitwisseling van gewonden
op weg waren van Engeland naar Duitsland en in Nederland
overleden zijn. Het monument op het graf stelt een moeder
voor die een kind omarmt. Verder bevat het graf, behalve de
namen van de soldaten, de volgende tekst (vertaald): "Voor
de poort van het vaderland heeft de onverbiddelijke dood de
hoop op een weerzien vernietigd".
Elders op de begraafplaats bevindt zich ook het graf van een
Britse soldaat van de Eerste Wereldoorlog, zoals op een pla-
quette staat vermeldt. De foto rechts toont een detail van de
plaquette.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden ook in Middelburg veel Belgische
vluchtelingen opgevangen. Dit gebeurde onder meer in de Kloveniersdoelen, het gebouw
op de foto links. Ook werden hier gewonde militairen verpleegd die over de grens in Ne-
derland terecht waren gekomen, aangezien het gebouw destijds een militair hospitaal was.
Het pand op de hoek van de Lange Delft en de Nieuwstraat (foto rechts) werd tijdens de
oorlog als Moederhuis (kraamkliniek) voor Belgische vluchtelingen-vrouwen ingericht.

Het Bergen op Zoom War Cemetery (links) is voor ge-
vallen militairen uit de Tweede Wereldoorlog. Er bevin-
den zich echter ook zeven graven  van niet-ge´dentifi-
ceerde
Britse militairen uit de Eerste Wereldoorlog:
ÚÚn vliegenier en zes leden van de Royal Marine. De
graven bevinden zich links achter op de begraafplaats
en wel drie graven links op de achterste rij en twee gra-
ven ook links op de twee rijen ervoor (zie foto rechts).
Op de gemeentelijke begraafplaats aan de
Wylrehofweg in Venlo liggen vier Belgische
militairen begraven (foto links). Ze zijn over-
leden toen ze tijdens de Eerste Wereldoor-
log in Nederland ge´nterneerd waren. Op
een ceramiekplaats op het gemetselde graf-
monument staat de tekst: "Oeuvre nationale.
Le Souvenir Belge. Aan de te Venlo overle-
den Belgische krijgers. 1914-1918".

Op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn in Noord-Limburg zijn naast ruim 31.000 gesneuvelde soldaten uit de Tweede Wereldoorlog ook 85 Duitse militairen uit Wereldoorlog EÚn begraven. Oorspronkelijk lagen ze in Maastricht en andere
plaatsen. Ook de tombe is uit Maastricht afkomstig en stond daar van 1937-1949 op de begraafplaats waar ook 13 Duitse militairen uit WO 1 lagen. Deze waren in augustus 1914 zwaargewond in Zuid-Limburg gevonden. Uit angst voor toekomstige 
nationalistische Duitse demonstraties zijn op initiatief van het Maastrichtse gemeentebestuur tombe en graven naar Ysselsteyn overgebracht. De foto's boven laten de tombe zien met daaromheen in een halve cirkel de graven van soldaten uit WO 1.
Op de achtergrond zien we de graven van de gesneuvelden uit de volgende oorlog.
Op de Stadsbegraafplaats Molenschoot in Weert zijn twee
monumenten die naar WO I verwijzen. De foto links toont
een graftombe voor zeven Duitse militairen. Op 18 novem-
ber 1918 vloog in het Belgische Hamont een munitietrein in
de lucht. Naast deze trein stond een Duitse hospitaaltrein.
Veel van de gewonde slachtoffers werden naar het zieken-
huis van Weert overgebracht. Soldaten die daar overleden
zijn op Molenschoot begraven.
Vlakbij op de begraafplaats staat het monument van foto
rechts. Toen het front in Frankrijk na het Duitse voorjaars-
offensief in 1918 in beweging kwam, vluchtten veel Franse
burgers naar Nederland. In Weert kwamen vooral vluchte-
lingen uit de streek van Douai en Valenciennes. Sommigen
overleefden de vlucht niet door uitputting. 28 van hen wer-
den op Molenschoot begraven. Later kwamen daar nog 26
vluchtelingen van elders bij. In 1935 werden allen in een
massagraf bijgezet en werd het monument opgericht. Zo'n
monument staat ook in Soesterberg (zie boven).
Op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand, ont-
ving de Nederlandse regering van de Duitse legerleiding het
verzoek om de militairen die zich uit Noord-BelgiŰ terug-
trokken door Zuid-Limburg te mogen laten gaan. Dit zou
de ontruiming van BelgiŰ aanzienlijk versnellen. De regering
stemde hierin toe op voorwaarde dat de militairen ontwa-
pend werden. Zo trokken een paar dagen later ruim 70.000
Duitse soldaten door Nederland huiswaarts. Het grootste
deel van hen passeerde de brug bij Maaseik (B) in de weg
naar Roosteren (zie foto links).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was in
Sint-Oedenrode  het 2e Regiment Huza-
ren gelegerd. Ter herinnering hieraan is in
het Oude Raadhuis een gedenksteen aan-
gebracht. (foto links)

Op de Gemeentelijke Begraafplaats in Heerlen bevindt zich een
grafmonument voor vijftien aldaar gestorven ge´nterneerde Bel-
gische militairen. De meesten van hen zijn overleden aan de
Spaanse griep, die in 1918 heerste. Interneringskampen waren
er onder meer in Beersdal en Spekholzerheide, aldus het infor-
matiebord bij het monument. Een deel van de Belgen werkte in
de mijnen. Het infobord vermeldt verder dat de kampen veel
kwaad bloed zetten bij de Belgische bevolking, omdat ze als
"concentratiekampen" werden gezien. Het grafmonument was
bedoeld om het leed te verzachten en de verhoudingen te nor-
maliseren. Het monument is in 1925 onthuld.

In  de bossen van Zuid-Limburg ten westen van Vaals aan de grens met BelgiŰ
tussen grenspaal 6 en 7 staat het "Russische kruis" van de foto links. Een bordje
draagt het opschrift "Ter herinnering aan de Russische krijgsgevangenen die tus-
sen 1916 en 1918 de dood vonden". De  krijgsgevangenen waren ingezet bij de
aanleg van de spoorlijn tussen Aken en Antwerpen die het Duitse front van mu-
nitie en ander materiaal moest voorzien. Deze aanvoer vond eerst plaats via de
"IJzeren Rijn" via Vlodrop en Budel door Nederland, maar als neutraal land had
Nederland aan Duitsland het gebruik van de spoorlijn voor militair transport ont-
zegd. Russische krijgsgevangenen die dit werk trachtten te ontvluchten vonden
vaak de dood in Den Draad, een afscheiding die door de Duitsers langs de Bel-
gisch-Nederlandse grens was aangelegd en onder stroom stond (zie hieronder
bij BelgiŰ). Anderen zijn door Duitse grenswachten neergeschoten.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

2) De Nieuwe Hollandse Waterlinie

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een militaire verdedigingslinie die ruwweg loopt van Muiden en Naarden via Utrecht naar Gorinchem en de Biesbosch. Doel was het gebied ten westen ervan,
ongeveer de provincies Noord- en Zuid-Holland, tegen een inval uit het oosten te verdedigen. Hiertoe werden forten en andere militaire werken gebouwd en de linie werd zo ingericht, dat een brede
strook land bij een inval onder water kon worden gezet. De linie, waarvan de aanleg aan het begin van de 19e eeuw is begonnen, is niet specifiek met het oog op de Eerste Wereldoorlog gebouwd,
maar is toen wel aangepast en verbeterd in verband met de heersende militaire situatie. Hieronder vindt men foto's van dergelijke aanpassingen en verbeteringen en van andere verwijzingen naar de
Eerste Wereldoorlog in de waterlinie.


In de buurt van de Batterij onder Brakel ten zuidwesten van Brakel, aan het deel van de Nieuwendijk ten noorden van de N322, zijn aan het begin van de Eerste Wereldoorlog een drietal groepsschuilplaatsen gebouwd.
Ze boden schuilgelegenheid aan acht soldaten bij beschietingen en bombardementen, als de loopgraven onvoldoende bescherming boden. Bovenstaande foto's laten de groepsschuilplaatsen zien, van zuid (links) naar noord.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

3) De Stelling van Amsterdam

De Stelling van Amsterdam is een militaire verdedigingslinie op een afstand van 15 tot 20 km rond de stad. Het is vooral een waterlinie aangevuld met de bijbehorende waterwerken en versterkt met
forten en andere militaire werken. Het diende als laatste bolwerk bij een vijandelijke inval. De Stelling werd tussen 1880 en 1920 aangelegd. De Stelling van Amsterdam is niet direct met het oog op de
Eerste Wereldoorlog aangelegd. Daarom vindt men hier, net als bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie hierboven, alleen foto's van aanpassingen en verbeteringen vanwege WO 1 en van andere verwijzin-
gen naar deze oorlog.


Fort Spijkerboor is het noordelijkste fort  van de Stelling van Amsterdam.
Het is een van de modernste forten. Aanvankelijk was het een eenvoudig
aardwerk maar het werd voortdurend uitgebreid. In 1913 werd het in zijn
huidige vorm voltooid. Tijdens WO I werd het in staat van paraatheid ge-
bracht en had het een bezetting van 300 man. In 1918 werd het fort ook
een gevangenis en zaten er een groot aantal dienstweigeraars. Onder hen
waren de schrijver Herman de Man en de radicale socialist Henk Eike-
boom.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

4) Het Engelse Kamp

Na de val van Antwerpen op 10 oktober 1914 dreigden 1500 Britse soldaten, meest van de First Royal Naval Brigade, ingesloten te raken tussen de oprukkende Duitse troepen en de Nederlandse
grens. Hun keuze was zich over te geven aan het Duitse leger, waarna ze in krijgsgevangenschap naar Duitsland zouden worden gebracht, of uit te wijken naar het neutrale Nederland. Ze besloten tot
dit laatste. Overeenkomstig de internationale regels moesten ze hun wapens inleveren en werden ze voor de duur van de oorlog in Nederland ge´nterneerd. Dit was om te voorkomen dat ze verder aan
de strijd zouden deelnemen. Ze werden overgebracht naar Leeuwarden en Groningen. Al snel werden ook de Leeuwarder ge´nterneerden (381 man) naar Groningen gebracht. De
ge´nterneerden in
Groningen werden
eerst gehuisvest in de nu verdwenen Rabenhaupt Kazerne aan de Hereweg. Omdat deze kazerne te klein was en al spoedig voor de opleiding van nieuwe rekruten gebruikt moest
worden, werd er op het exercitieterrein van de kazerne een barakkenkamp gebouwd, het zogeheten Engelse Kamp. Dit kamp lag achter de gevangenis (nu de Van Mesdagkliniek) tegenover de ka-
zerne. Het Engelse Kamp werd in januari 1915 in gebruik genomen en de
ge´nterneerden zouden er voor de rest van de oorlog verblijven. De officieren mochten op erewoord niet te vluchten buiten
het kamp
wonen. Toen ze op een gegeven moment hun erewoord weer introkken, werden ze naar Fort Wierickerschans overgeplaatst, waar de beveiliging beter was en het regiem strenger (zie bo-
ven). Later
werd er met de Britse regering een regeling getroffen, dat de soldaten niet zouden vluchten, en keerden de officieren naar Groningen terug. Sindsdien hadden de militairen, niet alleen de of-
ficieren, veel bewegingsvrijheid en mochten ze af en toe ook op verlof naar Engeland. Onderstaande foto's geven een indruk van wat we vandaag de dag van hun verblijfplaats nog kunnen terugvinden.


381 van de ongeveer 1500 Britse militairen, die na de val van
Antwerpen in Zeeuws Vlaanderen ge´nterneerd waren, werden
overgebracht naar de Prins Frederikkazerne op de Ammelands-
dwinger in Leeuwarden (foto's links en rechts). Ze verbleven er
slechts een week en werden toen bij de militairen in Groningen
gevoegd. De kazerne was namelijk nodig voor het onderbren-
gen van Belgische ge´nterneerde soldaten. Ook zij verbleven er
maar kort, namelijk tot begin februari 1915, omdat de kazerne
weer nodig was voor het Nederlandse leger. De Belgen, die
eerder in Amersfoort hadden gezeten (zie boven), vertrokken
naar Kamp Oldebroek. Vandaag de dag bevinden zich in de
kazerne woningen.
Van het voormalige Engelse Kamp, achter en deels op het terrein van de huidige Van Mesdagkliniek, is vandaag de dag niets meer over. Slechts een straat met de naam Engelse Kamp en een monumentje herinneren er
aan. De foto linksboven van de zes foto's direct hierboven, laat deze straat zien. De foto ernaast toont het straatnaambordje. De straat loopt ongeveer over het midden van wat toen het kamp was. Links van de straat zoals
op de foto ligt nu een braakliggend terrein, dat ongeveer de helft van het kamp omvat (foto rechtsboven); rechts van de straat Engelse Kamp staat nu een uitbreiding van de Van Mesdagkliniek op het voormalige kamp-
terrein. Het kamp werd aan de zuidzijde  afgesloten door het Helperdiepje, ooit onderdeel van de Helperlinie voor de verdediging van Groningen (foto linksonder). Waar de straat Engelse Kamp op de Kempkensberg uit-
komt is in oktober 1990 door de Groninger Vrijmetselaarsloge een monumentje neergezet (foto midden). Het vermeldt de aanwezigheid van het Engelse Kamp op dit terrein en herdenkt dat er op 22 mei 1915 de Engelse
Vrijmetselaarsloge "Gastvrijheid" gesticht is. Acht militairen die tijdens hun verblijf in het kamp overleden zijn, zijn op de nabijgelegen Zuiderbegraafplaats begraven (foto rechtsonder). Het negende graf is van Sydney
F. Fowler, die tijdens zijn terugkeer uit krijgsgevangenschap in Duitsland in het EngelseKamp overleden is.


-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

5) De Duitse keizer Wilhelm II in Nederland

Op het eind van de Eerste Wereldoorlog besefte de Duitse keizer Wilhelm II dat zijn positie onhoudbaar was geworden. Toen op 9 november in Duitsland de republiek werd uitgeroepen, vluchtte Wilhelm daarom de volgende dag
naar het neutrale Nederland, waar hij bij Eijsden het land binnenkwam. Hij kreeg hier asiel en ging eerst bij graaf Bentinck op diens kasteel in Amerongen wonen (foto linksboven). Hier tekende hij op 29 november 1918 zijn troons-
afstand. De geallieerden wilden hem als oorlogsmisdadiger arresteren, maar de Nederlandse regering weigerde de keizer uit te leveren, vasthoudend aan zijn neutraliteitspolitiek. In 1920 nam Wilhelm zijn intrek in Huis Doorn, dat hij
inmiddels gekocht had (foto middenboven het poortgebouw en foto rechtsboven het Huis zelf). Hij zou hier tot zijn dood blijven wonen. Op het terrein van het Huis werd daarna onder leiding van de Berlijnse architect E. Kiessling
een mausoleum voor de vroegere keizer gebouwd (foto linksonder). In 2014 is de garage van Wilhelm II bij Huis Doorn uit 1928 verbouwd tot een tentoonstellingspaviljoen en uitgebreid met een glazen aanbouw. In de garage is een
permanente tentoonstelling over het neutrale Nederland tijdens WO 1. In de glazen aanbouw zijn wisselexposities over de de jaren 1914-1918 in het licht van actuele ontwikkelingen (fot rechtsonder). De foto middenonder toont een
buste van keizer Wilhelm II die zich in het park bevindt.

 





ľ.terug naar begin van de pagina


 

 

Links naar mijn andere foto's van de sectie Buiten de Fronten:

BelgiŰ

Duitsland

Frankrijk

Overige landen:

Denemarken, Finland, Groot-BritanniŰ, Hongarije,
ItaliŰ, Oostenrijk, Slowakije, Zwitserland


                                                     

Links naar mijn andere foto's van de Eerste Wereldoorlog:

Het Westfront

Het Oostfront

Het Italiaanse Front

********************************************

 

terug naar de Inleiding Buiten de Fronten

terug naar de Inleiding WO 1

terug de homepage