terug

De rol van communicatie tegen repressie

Bespreking van: Brian Martin en Wendy Varney, Nonviolence speaks. Communicating against repression, Hampton Press, Creskill NJ, 2003; x+230 blz.

Henk bij de Weg

De afgelopen decennia hebben overal in de wereld omvangrijke geweldloze acties en volksbewegingen tegen onderdrukking en geweld plaatsgevonden. De volksopstand in de OekraÔne tegen de vervalste verkiezingen was een van de meer recentere, inmiddels gevolgd door massale protestbewegingen tegen zittende regeringen in Libanon en KirgiziŽ.

Honderd jaar geleden al organiseerde Gandhi het verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika en later de acties voor de Indiase onafhankelijkheid. Andere geweldloze volksbewegingen volgden zoals het Noorse lerarenverzet tegen de Naziís in 1942, de Amerikaanse burgerrechtenbeweging in de afgelopen jaren vijftig en zestig, het Tsjechoslowaakse verzet tegen de Sovjetinval in 1968, de beweging voor democratie in China, die eindigde met een bloedige onderdrukking, en de val van de communistische regiems in Oost-Europa (beide in 1989). Het is dan ook geen wonder dat zulke volksacties uitgebreid in de geweldloosheidsliteratuur zijn beschreven en geanalyseerd, leidend tot theoretische modellen en praktische aanbevelingen. Wat echter opvallenderwijze in deze literatuur ontbreekt is een analyse van de rol van communicatie bij geweldloze acties en van de vraag waarom acties vaak niet op gang komen, terwijl dit toch te verwachten zou zijn. Brian Martin en Wendy Varney hebben daarom een boek geschreven waarin beide themaís centraal staan. Het is geen boek dat deze themaís uitputtend behandelt. Dat zou gezien de leemte op dit gebied een onmogelijke opgave zijn. De schrijvers hebben echter een analyse gegeven waarop anderen kunnen voortborduren en een vierstappenschema ontworpen waarmee communicatie ingepast kan worden in een algemenere strategie van geweldloos handelen. Naast de inleiding en het slothoofdstuk met het vierstappenschema bevat het boek een drietal hoofdstukken met gevalsstudies en daarna twee theoretische hoofdstukken. In de gevalsstudies worden de theoretische uitwerkingen en het stappenplan voorbereid. Tevens dienen ze als illustratiemateriaal.

Gevalsstudies

IndonesiŽ

De eerste gevalsstudie beschrijft het geweldloze verzet in IndonesiŽ bij de val van Suharto in 1998, de massamoorden in 1965 en1966 en de onafhankelijkheidsstrijd van Oost-Timor. Bij de acties tegen Suharto speelde het gebruik van communicatiemiddelen door de opposanten een belangrijke rol. Tijdens de massamoorden van 1965-1966 was verzet juist opvallend afwezig. Na de illegale en gewelddadige bezetting van Oost-Timor door IndonesiŽ in 1975 kwam het binnenlandse verzet snel op gang, maar waarom duurde het zo lang voordat dit internationaal gesteund werd? Door niet alleen succesvol geweldloos verzet te bestuderen maar ook gevallen waarbij dit niet of moeilijk op gang kwam, kunnen we veel leren, aldus de auteurs, bijvoorbeeld over de barriŤres om tot actie over te gaan. In IndonesiŽ en Oost-Timor bleken deze onder meer te bestaan uit de sociale context (anticommunisme), communicatieblokkades (zoals censuur), opvattingen in de westerse politiek over wat wenselijk en mogelijk is en de voorkeur van westerse media voor bepaalde gezichtspunten.

Sovjet-Unie

Het volgende hoofdstuk behandelt het geweldloze verzet tegen de repressie in de voormalige Sovjet-Unie, te beginnen met de staatsgreep tegen president Gorbatsjov van 1991. Deze staatsgreep was slecht voorbereid maar zou, als Jeltsin niet was opgetreden en er geen volksverzet was geweest, wel geslaagd zijn. Welke factoren werkten nu pro of contra de uiteindelijke afloop? Een vraagpunt bij elke coup is wat het leger zal doen. Al snel bleek dat het Sovjetleger de staatsgreep niet zou steunen. Een rol hierbij speelde dat dit leger voor een groot deel uit dienstplichtigen bestond. Symbolische acties droegen tevens bij aan de mislukking van de coup, evenals het optreden van Jeltsin. Jeltsin werd echter zo zeer het kernpunt van het verzet dat dit gemakkelijk een zwakte had kunnen worden: wat als het mogelijk was geweest hem te arresteren? Daarbij was Jeltsin typisch een vertegenwoordiger van Rusland en niet van de veelvolkerenstaat die de Sovjet-Unie was. Wat verder nadelig voor het geweldloze verzet had kunnen uitwerken was de volstrekt onvoldoende voorbereiding. Anderzijds was het heel belangrijk dat zoveel mogelijk groepen bij het verzet betrokken werden.

De geschiedenis van de USSR kent echter meer perioden van verzet. De auteurs noemen o.a. het verzet tegen de landbouwcollectivisatie omstreeks 1930 en tegen de Stalin-terreur in de jaren erna en de "samizdat", de ondergronds verspreide literatuur, en de dissidentenbeweging. Terugkijkend concluderen Martin en Varney dat dit verzet juist daar succes had, waar het mogelijk was netwerken te ontwikkelen. Ook bleek het ook nuttig het Sovjetsysteem met zijn eigen middelen te bestrijden door gebruik te maken van de regels van de bureaucratie.

Het MAI-verdrag

Van geheel andere aard is de laatste gevalsstudie. Deze behandelt het mislukken van de totstandkoming van de Multilateral Agreement on Investment (MAI). De MAI was een internationaal verdrag voor vergaande liberalisering van handel en investeringen in de wereld. Het had echter vele nadelen, die bovendien ongelijk verdeeld waren. Eind 1998 werd duidelijk dat het verdrag niet tot stand zou komen na veel internationale actie ertegen. Vooral het internet heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld, zowel voor het verkrijgen en verspreiden van informatie als voor de contacten tussen de actievoerders onderling en voor het eigenlijke actievoeren (lobbyen, druk uitoefenen, alternatieven bieden e.d.). Dit heeft uiteindelijk goed gewerkt, maar de auteurs waarschuwen dat actievoerders moeten oppassen niet om te komen in een overdaad aan informatie. Een ander probleem is dat de informatie aangepast moet zijn aan de grootste gemene deler. Hierdoor kunnen sommige actievoerders de opstelling te gematigd vinden. Ook waarschuwen de auteurs dat dit soort acties gemakkelijk vastlopen in de bureaucratie van overheden en internationale ondernemingen. De actie tegen de MAI was echter succesvol door het duidelijke doel en het effectieve gebruik van communicatiemiddelen.

Theoretische benaderingen van geweldloosheid

In de hoofdstukken over de theoretische benaderingen van geweldloosheid en communicatie onderzoeken de auteurs welke betekenis de inzichten van de communicatietheoretici kunnen hebben voor de geweldloosheidstheorie. Het geweldloze perspectief kent diverse opvattingen die op relevante wijze van elkaar verschillen, sterk zijn op bepaalde punten en zwak op andere.

Gandhi

In de principiŽle geweldloosheid van Gandhi staat communicatie centraal en de kracht ervan is zijn gerichtheid op het overtuigen van anderen via dialoog. Het biedt echter geen kader wat te doen als de tegenstander niet rechtstreeks benaderd kan worden (zoals bombarderende militairen in vliegtuigen), noch hoe mensen tot actie te brengen als ze niet al actief zijn.

Sharp

Sharp biedt een pragmatische benadering van geweldloosheid. Hij verdeelt mensen in machthebbers en onderdanen. Machthebbers heersen met toestemming van hun onderdanen. Bij geweldloze actie wordt deze toestemming ingetrokken. Hoe dit mogelijk is, beschrijft Sharp in zijn analyse van een groot aantal actiemiddelen en van de dynamiek van geweldloze actie.1 Aldus biedt hij inzicht hoe geweldloze actie werkt en hoe geweldloze campagnes zich kunnen ontwikkelen in situaties waarin actievoerders speelruimte wordt geboden. Problematisch wordt Sharps analyse echter in gevallen van zware onderdrukking, maar ook wanneer personen zich in structuren bevinden waarin ze tegelijk boven- en ondergeschikt zijn. Ook geeft Sharp weinig steun voor de beantwoording van de vraag hoe de afwezigheid van actie doorbroken kan worden.

Sociale verdediging

Sociale verdediging is een systematisch georganiseerde verdedigingswijze die een alternatief vormt voor militaire verdediging. Het maakt gebruik van de methoden voor geweldloze actie. Een reeks auteurs heeft zich ermee beziggehouden. Zo heeft Schmid een tiental toepassingscriteria voor sociale verdediging ontwikkeld en het op grond van deze afgewezen.2 Martin en Varney, is echter dat men sociale verdediging niet, zoals Schmid, moet ontwikkelen vanuit een aantal criteria waarbij het militaire succes de norm is, maar sociale waarden en idealen moeten het uitgangspunt vormen.

Boserup en Mack3 en later Burrowes4 hebben belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van een strategie voor sociale verdediging. Martin en Varney hebben hiervoor waardering, maar ze missen aandacht voor de vraag hoe effectieve communicatie tot stand komt. Dit komt, volgens hen, doordat nog te zeer het traditionele model van oorlogvoering van Von Clausewitz5 wordt gehanteerd, waarbij twee strijdende partijen tegenover elkaar staan die twee gescheiden territoria beheersen. De vijand komt echter vaak van binnenuit, zoals bij een staatsgreep. De vraag hoe de afwezigheid van actie overwonnen kan worden, komt ook hier niet aan de orde. Dezelfde kritiek kan men ook geven op Ackerman en Kruegler,6 ondanks hun eigen benadering van de strategie van sociale verdediging.

Galtung

De beste vooruitzichten voor de ontwikkeling van een communicatieperspectief vinden de auteurs bij Galtung. Galtung7 stelt dat het onderdrukten vaak niet zelfstandig lukt hun bevrijding te bewerkstelligen maar wel met behulp van intermediaire groepen, die zich zowel met hen als met de machthebbers identificeren. Hierdoor kunnen deze een bemiddelende rol spelen. Hoewel Galtung zelf de kloof tussen de conflictpartijen in termen van sociale afstand interpreteert, kan men deze ook zien als een ontbreken van communicatie. En hoewel Galtung ook het probleem van de afwezigheid van actie negeert, ligt dit mogelijk in de afwezigheid van of de tekortkomingen bij intermediaire groepen.

CommunicatietheorieŽn

Het transmissiemodel van Shannon

Vraag is dan wat communicatietheorieŽn aan geweldloze acties kunnen bijdragen. Dit onderzoeken de auteurs in het volgende hoofdstuk. Een van de oudste communicatietheorieŽn is het transmissiemodel van Shannon.8 Dit model splitst het overdrachtsproces van berichten op in een aantal fasen. Storingen in dit proces kan men analyseren als storingen in een of meer van deze fasen. De betekenis voor geweldloze actie is dat informatieproblemen zijn op te vatten als dergelijke storingen. Deze benadering sluit in het bijzonder aan bij die van Galtung. Een van de grootste verdiensten van het transmissiemodel is volgens de auteurs zijn betekenis voor het beantwoorden van de vraag waarom actie afwezig is.

Mediatheorie

Op de theorie dat de bevolking een gemakkelijk door de media te manipuleren ongedifferentieerde massa is, is veel af te dingen. Bij veel van wat mensen doen laten ze zich leiden door hun directe omgeving. Pas bij verder weg liggende zaken, zoals de landelijke politiek en internationale gebeurtenissen, hebben de massamedia veel invloed. Inzicht in de werking van de massamedia geeft echter inzicht in de vraag waarom mensen vaak passief blijven, wanneer ze geÔnformeerd worden over ellende in andere landen. Als oorzaken hiervoor valt te denken aan de sterke nadruk op geweld in de massamedia, veel aandacht voor problemen die ieder individueel met geld kan oplossen en een wijze van aanbieden van nieuws waarbij de ontvangers als toeschouwers en niet als deelnemers beschouwd worden.9

Semiotiek

Semiotiek is de studie van betekenissystemen en speciaal van tekens die betekenissen dragen en voortbrengen. Tekens zijn bijvoorbeeld woorden en gebaren, maar ook bepaalde fysieke objecten, gelaatsuitdrukkingen e.d. Ze hebben vaak geen betekenis van zichzelf maar deze wordt door mensen eraan gegeven. Anders dan de massamediatheorie veronderstelt, benadrukken cultuuronderzoekers de grote verschillen in reactie op dezelfde tekens. Hier ligt ook het belang van de semiotiek voor de geweldloze actie, want deze maakt duidelijk dat betekenissen nooit vanzelfsprekend zijn. Is bijvoorbeeld het vernielen van goederen geweld of kan geweld zich alleen tegen mensen richten? En hebben actievoerders en omstanders hierover dezelfde opvatting? Een semiotische analyse kan helpen duidelijk te maken welke termen en symbolen het beste bij een bepaalde actie gebruikt kunnen worden.

Mediumtheorie

De mediumtheorie onderzoekt de middelen waarmee boodschappen worden overgedragen en wat het uitmaakt welk communicatiemiddel gekozen wordt.10 Is er bijvoorbeeld verschil tussen mondelinge overdracht van een boodschap of via de krant, via de televisie, via e-mail of op andere wijze? Uit de analyse van de auteurs van een tweetal mediumtheorieŽn blijkt dat het niet gewenst is dat geweldloosheidsactivisten te veel leunen op de massamedia, hoe aantrekkelijk dit ook lijkt. Toegang ertoe staat niet vast en het effect ervan is onzeker, vooral ook omdat ze door anderen dan de actievoerders beheerd worden. De massamedia zijn niet meer dan ťťn van de middelen naast de eigen netwerken. Actievoerders moeten ook nagaan of er nieuwe media te ontwikkelen zijn naast de bestaande. Afgezien hiervan moeten actievoerders zich er bewust van zijn dat de stijl van een boodschap die goed is voor het ene medium (bijv. voor kranten) ongeschikt kan zijn voor een ander medium (zoals TV). De keuze van een medium kan vooral belangrijk als men de afwezigheid van actie wil doorbreken.

Politieke economie

De politieke economie analyseert de machtsverhoudingen bij het beheer van de media en ontwikkelingen die hiermee te maken hebben.11 Als zodanig is deze benadering nuttig voor activisten. Ook helpt deze te verklaren waarom actie vaak afwezig is. Om inzicht te verkrijgen wat hieraan te doen is en om verzet tegen repressie op gang te krijgen kunnen we over het algemeen echter niet bij de politieke economie terecht. Wel wordt ook hier duidelijk dat het voor actievoerders vaak gewenst is hun eigen communicatiemiddelen te maken, te meer omdat media vaak door elitegroepen gecontroleerd worden.

Organisatietheorie

Als laatste gaan de auteurs in dit hoofdstuk op de organisatietheorie. Volgens deze theorie wordt communicatie beÔnvloed door de structuur en dynamiek van een organisatie.12 De heersende opvattingen en vooroordelen kunnen bijvoorbeeld sterk bepalen of informatie op de juiste plaats in een organisatie terechtkomt. Vooral afwijkende informatie dringt moeilijk door. Inzicht in de processen die hier aan het werk zijn kan ervoor zorgen dat geweldloze actievoerders effectiever te werk gaan. Te denken valt hier aan zaken als groepsdenken, de wijze waarop beeldvorming tot stand komt, of de mate waarin een organisatie hiŽrarchisch is gestructureerd. Vooral overheid en media fungeren als communicatiefilters, waarbij dan de laatste beter toegankelijk zijn voor informatie over onderdrukking en geweld dan de eerste. Het is de taak van geweldloze activisten uit te zoeken welke strategieŽn de beste kans hebben de communicatiefilters te veranderen of te omzeilen.

Vierstappenschema

In de voorgaande hoofdstukken bleek hoe belangrijk communicatie is als men aandacht wil vragen voor en actie wil voeren tegen onderdrukking en agressie, hoe de geweldloze theorie hierbij in gebreke blijft en wat de communicatietheorie hier te bieden heeft. In hun laatste hoofdstuk geven Martin en Varney dan ook aanwijzingen hoe men kan proberen in een geweldloze campagne een communicatiestrategie te ontwikkelen. Ze doen dit middels een vierstappenschema. Dit schema is geen theoretisch model of uitgewerkte strategie, maar een leidraad voor actievoerders bij het systematisch nadenken over het gebruik van communicatie. Samengevat ziet het er als volgt uit:

Stap 1: Maak een lijst van de belangrijkste middelen waarmee mensen in principe betrouwbare informatie kunnen verkrijgen over de situatie waarom het gaat.

Stap 2: Geef voor elk informatiekanaal aan wat de belangrijkste belemmeringen zijn dat dit werkelijk betrouwbare informatie verschaft.

Stap 3: Ga na hoe de belemmeringen van stap 2 vermeden of te niet gedaan kunnen worden.

Stap 4: Gebruik op grond van de analyse van stap 3 die middelen die naar verwachting het doeltreffendst zullen zijn, ook gezien de eigen middelen en de omgeving waarin de actie gevoerd wordt.

Ter illustratie passen de auteurs hun schema toe op de in de eerdere hoofdstukken behandelde gevalsstudies.

Tot slot

Met hun boek over communicatie, geweldloosheid en repressie hebben Martin en Varney een knap stuk werk verricht. Ze hebben gewezen op een tweetal zwakke plekken in de gangbare geweldloosheidstheorieŽn. Daarnaast bevat het boek veel aandachtspunten en aanwijzingen voor actievoerders tegen onderdrukking en agressie met betrekking tot communicatie en de vraag wat te doen als actiebereidheid afwezig blijk te zijn. Martin en Varney hebben het verdere denkwerk niet alleen aan de actievoerders zelf willen overlaten maar hebben met hun vierstappenschema ook een handleiding gegeven om dit denkwerk te leiden. Het boek heeft echter niet alleen praktische betekenis, want dezelfde analyses en vragen die activisten kunnen gebruiken voor het organiseren van hun verzet, kunnen voor geweldloosheidsonderzoekers als uitgangspunt dienen voor verbeteringen van hun theoretische kader.

1Gene Sharp, The politics of nonviolent action, Porter Sargent, Boston, 1973. Zie verder Gene Sharp, Gandhi as a political strategist, Porter Sargent, Boston, 1979; Gene Sharp, Social power and political freedom, Porter Sargent, Boston, 1980

2Alex P. Schmid, with E. Berends and L. Zonneveld, Social defence and Soviet military power. An inquiry into the relevance of an alternative defence concept, Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Zoetermeer, 1986

3Anders Boserup and Andrew Mack, War without weapons. Non-violence in national defence, Frances Pinter, Londen, 1974.

4Robert J. Burrowes, The strategy of nonviolent defense. A Gandhian approach, State University of New York Press, Albany, 1996.

5Carl von Clausewitz, Vom Kriege, Ferdinand DŁmmler, Berlijn, 1832.

6Peter Ackerman and Christopher Kruegler, Strategic nonviolent conflict. The dynamics of people power in the twentieth century, Praeger, Westport CT, 1994.

7Johan Galtung, "Principles of nonviolent action. The great chain of nonviolence hypothesis", in: Nonviolence and Israel/Palestine, University of Hawaii Institute for Peace, Honolulu, 1989: 13-33.

8Claude E. Shannon and Warren Weaver, The mathematical theory of communication, University of Illinois Press, Urbana, 1949.

9Claude E. Shannon and Warren Weaver, The mathematical theory of communication, University of Illinois Press, Urbana, 1949.

10Voor een overzicht zie bijv. Joshua Meyrowitz, "Medium theory", in: David Crowley and David Mitchell (eds.), Communication theory today, Polity Press, Cambridge, 1994: 50-77.

11Ik wil hier volstaan met een verwijzing naar nn. 48 t/m 53, pp. 193-4 in het boek van Martin&Varney voor een overzicht van relevante literatuur.

12Ik wil hier volstaan met een verwijzing naar nn. 54 t/m 74, pp. 194-6 in het boek van Martin&Varney voor een overzicht van relevante literatuur.

  terug