terug

De Franse activist José Bové en burgerlijke ongehoorzaamheid

Henk bij de Weg

In november 2005 is de Franse actievoerder José Bové samen met zeven medeactievoerders in hoger beroep veroordeeld wegens het vernielen (of "wieden", zoals ze zelf zeggen) van een veld genetisch gemanipuleerde maïs, een actie die in juli 2004 plaatsvond. José Bové kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, de anderen werden voorwaardelijk veroordeeld. Onder hen waren onder meer Noël Mamère, lid van het Franse parlement voor de Groenen en tevens burgemeester van Bègles (nabij Bordeaux) en Gérard Onesta, lid van het Europese parlement voor de Groenen. Of José Bové zijn straf werkelijk moet ondergaan, is nog onzeker, omdat hij in cassatie is gegaan. Feit is dat José Bové al eerder een straf voor zijn acties heeft moeten uitzitten en wel drie maanden voor de "ontmanteling" in 1999 van een McDonald’s in aanbouw en zes maanden voor het "wieden" van genetisch gemanipuleerde rijst in een onderzoekscentrum in Montpellier in hetzelfde jaar.1

Genoemde acties zijn slechts enkele waaraan José Bové heeft deelgenomen of waarbij hij als leider is opgetreden. Zo was hij o.a. ook betrokken bij de actie tegen de uitbreiding van een militair oefenterrein in de Larzac, hij is medeoprichter van de Boerenbond "Conféderation Paysanne", waarvan hij tot voor kort ook leider was, hij heeft ook aan andere acties tegen genetisch gemanipuleerde landbouwproducten deelgenomen en heeft deze geleid en tegenwoordig zet hij zich vooral in voor de antiglobaliseringsbeweging, of liever andersglobaliseringsbeweging, zoals hij zelf zegt. Dit alles op zowel nationaal als internationaal niveau.

José Bové is vaak de vraag gesteld, waarom hij zijn opvattingen niet tot inzet van verkiezingen heeft gemaakt en waarom hij niet aan de "echte" politiek deelneemt. Voor hem getuigt deze vraag echter van een te beperkt en ook verkeerd idee van "politiek". Om duidelijk te maken dat politiek niet alleen partijpolitiek is en dat men ook op andere wijze steun voor zijn opvattingen kan zoeken, heeft José Bové samen met de journalist en medestrijder Gilles Luneau een boek geschreven over burgerlijke ongehoorzaamheid. Want José Bové ziet zijn acties uitdrukkelijk als burgerlijke ongehoorzaamheid en daarmee als geweldloze acties. Het boek is dan ook bedoeld om zijn, of liever hun gezamenlijke opvattingen en hun acties in de traditie van de burgerlijke ongehoorzaamheid te plaatsen en vanuit dit perspectief te rechtvaardigen. Door de opzet geeft het boek daarbij enerzijds inzicht in waar het bij burgerlijke ongehoorzaamheid om gaat, geeft het enige historische achtergronden ervan en gaat het in op de vraag "waarom burgerlijke ongehoorzaamheid", anderzijds stelt het de redenen van José Bové en Gilles Luneau tegen de genetische manipulatie van planten en tegen de globalisering in zijn huidige vorm aan de orde.

Waarom burgerlijke ongehoorzaamheid?

In een proloog geeft Gilles Luneau bij wijze van inleiding een journalistiek verslag van een burgerlijk ongehoorzame actie tegen de genetische manipulatie van gewassen. Daarna valt het boek, dat verder door de beide auteurs tezamen geschreven is, in twee delen uiteen. Het eerste deel draait rond het thema "waarom burgerlijke ongehoorzaamheid en wat is burgerlijke ongehoorzaamheid". Hierbij nemen de schrijvers hun eigen acties tegen gemanipuleerde gewassen als uitgangspunt (hoofdstuk 1). Aan de vraag "waarom burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde gewassen?" zien ze twee aspecten: wat is er tegen genetisch gemanipuleerde gewassen en waarom de keuze voor burgerlijke ongehoorzaamheid en niet voor de parlementaire weg? Wat het eerste aspect betreft, planten worden genetisch gemanipuleerd om ze beter te beschermen tegen parasieten, ziektes en onkruid. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat ze resistent gemaakt worden tegen bepaalde herbiciden en insecticiden, zodat deze dan in grotere hoeveelheden gebruikt kunnen worden dan voorheen, omdat deze stoffen de planten niet meer aantasten. Vrijwel alle genetische manipulatie van landbouwgewassen vindt met dit oogmerk plaats, aldus de auteurs (ze spreken van 99%). De mogelijke gevolgen en schade van de introductie van deze planten zijn van velerlei aard. José Bové en Gilles Luneau gaan er uitgebreid op in. Het gaat vooral om: Genetische vervuiling van planten in de omgeving (Hiervan kunnen bijvoorbeeld biologische boeren het slachtoffer worden, die dan hun certificaat kunnen verliezen). Gevaren voor de volksgezondheid door het toenemende gebruik van herbiciden en insecticiden. Beperking van de vrijheid van de boeren, aan wie het niet is toegestaan de genetisch gemanipuleerde planten zelf te vermeerderen en die bovendien genoodzaakt zijn de specifiek voor de gebruikte planten ontwikkelde herbiciden en insecticiden te gebruiken.

Nu is genetische manipulatie, aldus de auteurs, niet zo maar een verdere technische ontwikkeling als zovele andere, maar men kan van een technische breuk spreken, die daarenboven ook gevolgen heeft voor de economische en politieke organisatie. Omdat de overheid doof is voor de bezwaren tegen de manipulatie en deze zelfs wettelijke toelaat, is het tijd hiertegen op te treden en wel via burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar waarom dan niet de politieke weg van de verkiezingen gevolgd? Hierop antwoorden de schrijvers dat de politieke weg juist regelmatig gangbare illegale praktijken heeft gelegaliseerd, dat deze weg voor iemand die tegen een bestaande situatie protesteert vaak moeilijk begaanbaar is, dat de parlementaire politiek vaak machteloos staat tegenover economische belangen en dat het parlement vaak druk van buiten van de kant van burgers nodig heeft om veranderingen tot stand te brengen. Daarbij is de parlementaire politiek niet de enige weg om politieke veranderingen tot stand te brengen. Ook burgerlijke ongehoorzaamheid en het "wieden" van velden met genetische gemanipuleerde gewassen is een weg daartoe.

Wat is burgerlijke ongehoorzaamheid?

Wat is dan burgerlijke ongehoorzaamheid? José Bové en Gilles Luneau geven de volgende definitie:

Burgerlijke ongehoorzaamheid is een vorm van collectieve geweldloze actie door middel waarvan de burgers, openlijk en weloverwogen, op georganiseerde wijze een of verscheidene van kracht zijnde wetten (verordeningen, reglementen, bevelen afkomstig van een wettelijke autoriteit) overtreden met het doel hetzij direct, hetzij indirect (door een beroep op de publieke opinie) druk uit te oefenen op de wetgever of op de politieke macht teneinde òf de wet die overtreden wordt òf een politieke beslissing te doen wijzigen òf, bij hoge uitzondering, een bewind omver te werpen (pp. 39-40).

In de rest van dit hoofdstuk en in de volgende hoofdstukken (hoofdstuk 2 t/m 8) lichten de auteurs deze definitie toe en laten zien dat burgerlijke ongehoorzaamheid geen verschijnsel van recente datum is. Al in de Griekse oudheid worden protestacties beschreven, die men als burgerlijk ongehoorzaam kan kwalificeren. Dan blijft het lang stil maar in de 15e eeuw wordt de vraag weer opgepakt of het legitiem is wetten te overtreden, waarna in de 16e eeuw Étienne de La Boétie zijn beroemde boek schrijft. Hierin hij tracht te begrijpen, waarom zoveel mensen zich aan een tiran onderwerpen, terwijl die in feite alleen staat, een thema dat vier eeuwen later door Simone Weil opnieuw behandeld wordt. Recentelijk hebben ook vele andere auteurs het vraagstuk van ongehoorzaamheid bestudeerd, zoals Arendt en Milgram. Gehoorzaamheid wordt vaak gesteund door de menselijke neiging tot conformisme en het is zo dat het in een democratie een gemakkelijke weg is. Toch laten voorbeelden zien dat vaak de weg van ongehoorzaamheid en verzet is gekozen.

Als grondlegger van de burgerlijke ongehoorzaamheid van vandaag de dag kan men Henry David Thoreau zien, die met zijn geschriften grote invloed heeft gehad. Ook Gandhi staat sterk onder de invloed van Thoreau’s ideeën evenals van die van Tolstoj. Hij past ze in Zuid-Afrika op grote schaal toe en ontwikkelt al doende de idee en praktijk van burgerlijke ongehoorzaamheid verder. Kern van Gandhi’s acties is "non-coöperatie": geweldloze niet-samenwerking met het onderdrukkende systeem. Hiermee geeft Gandhi tevens een antwoord op de vraag van De La Boétie: de mensen onderwerpen zich en werken uit angst voor de gevolgen van gewelddadig verzet zelfs met hun onderdrukker mee, omdat ze niet weten hoe ze zich anders tegen hun meester te weer kunnen stellen. Geweldloze niet-samenwerking, collectief maar ook individueel, wordt door Gandhi als reëel alternatief gegeven.

De auteurs bespreken dan de specifieke kenmerken van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid. Gandhi heeft burgerlijke ongehoorzaamheid als politiek middel geïntroduceerd op een terrein waarin voorheen in termen van oorlog, guerrilla, complot, allianties, verkiezingen e.d. werd gedacht. Essentieel voor dit middel is de nauwe relatie met het doel. Niet "het doel heiligt de middelen" maar "het doel ìs in de middelen". Ook de relatie tussen individuele en publieke moraal is anders bij geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid. Individuele en publieke moraal zijn niet langer gescheiden. Een geweldloze burgerlijk ongehoorzame handeling brengt de verplichting aan het licht die het individu tegenover de publieke orde heeft. Ieder in de samenleving heeft gelijke rechten en daarmee heeft de actievoerder de verplichting conflicten geweldloos op te lossen. Geweldloosheid is aldus een persoonlijke houding die via collectieve actie wordt uitgevoerd in respect voor de menselijke integriteit en waarmee getracht wordt de machtsverhoudingen in een als onrechtvaardig beoordeelde situatie te veranderen. De geweldloze strijd is niet uit op vernedering of wraak en laat de tegenstander de mogelijkheid open tot ander inzicht te komen. De daarbij gehanteerde strategie is een aanval op de legaliteit, wanneer alle andere middelen ten aanzien van een gerechtvaardig geacht doel zijn uitgeput. De auteurs noemen burgerlijk ongehoorzame acties daarom extralegaal. Ze zijn "een aanval op de wet om het recht te verdedigen". De acties vinden echter wel in alle openheid plaats. Door hun geweldloze aard zijn ze niet onomkeerbaar, maar ze kunnen indien nodig of gewenst altijd teruggedraaid worden.

José Bové en Gilles Luneau geven nu een groot aantal voorbeelden van burgerlijk ongehoorzame acties. Hierbij zijn wereldberoemde, zoals de zoutmars van Gandhi in India en de acties van King tegen rassendiscriminatie in de Verenigde Staten, en minder bekende, waarbij uiteraard speciaal aandacht wordt besteed aan Franse voorbeelden. Natuurlijk ontbreekt ook niet een beschrijving van de jarenlange strijd in de Larzac tegen de uitbreiding van militaire oefenterreinen, waaraan José Bové zelf heeft deelgenomen.

Criteria voor burgerlijke ongehoorzaamheid

Ging het er in het voorgaande vooral om te laten zien wat burgerlijke ongehoorzaamheid is en wat de potentie ervan is, de hoofdstukken 9 t/m 15 hebben als centraal thema "burgerlijke ongehoorzaamheid vandaag". Rond dit thema stellen de auteurs een groot aantal subthema’s aan de orde. Sommige zijn typisch Frans, de meeste hebben echter een wijdere strekking. In hoofdstuk 9 geven José Bové en Gilles Luneau een zestal criteria die een tegen een wet gerichte daad maken tot een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid. Het is de moeite waard ze hier te vermelden. Een burgerlijk ongehoorzame daad is:

1) een persoonlijke en verantwoordelijke daad: degene die een burgerlijk ongehoorzame daad verricht doet dit om te handelen in overeenstemming met wat hij denkt. De handelende persoon is zich er volledig van bewust waarom hij handelt, hij kent de risico’s en is bereid deze te aanvaarden. Hij tracht zich niet aan strafmaatregelen te onttrekken.

2) een belangeloze daad: de daad is gericht tegen een wet die in strijd met het algemeen belang wordt geacht. Anders dan iemand die uit criminele motieven de wet overtreedt, is de burgerlijk ongehoorzame persoon niet uit op persoonlijk voordeel.

3) een daad van collectief verzet: een individu voert de daad niet op zijn eentje uit maar mobiliseert en verzamelt anderen rond de zaak die overtreding van de wet vereist. Burgerlijk ongehoorzaam zijn is niet alleen ergens tegen zijn maar zich verbinden in het licht van een maatschappelijk project. Dit project geeft de handeling zin. De burgerlijk ongehoorzame handelt uit solidariteit en ontwikkelt deze verder.

4) een geweldloze daad: burgerlijke ongehoorzaamheid heeft als doel de tegenstander te overreden, niet om deze militair te verslaan. De tegenstander wordt gerespecteerd. De gebruikte middelen zijn dus van kapitaal belang. Als zaken worden aangevallen, kan dat slechts een symbolische omvang hebben. Het gebeurt met humor en met open vizier om zo te laten zien dat privé-eigendom niet tegen het algemeen belang in mag gaan.

5) een daad die gemakkelijk is te doorzien: de burgerlijk ongehoorzame handelt in het volle licht, zonder zich te verbergen en niet in het geheim.

6) een uiterste daad: men is pas ongehoorzaam na alle middelen om een dialoog met andere mensen en instellingen tot stand te brengen te hebben uitgeput.

(p. 162)

Hierbij is pas dan sprake van een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid als aan alle criteria voorwaarden tezamen is voldaan.

José Bové stelt in zijn interviews regelmatig dat zijn acties weliswaar niet legaal zijn maar wel legitiem. Aan de hand van een aantal voorbeelden laten de auteurs zien dat sommige wetten een twijfelachtig rechtsgehalte hebben, waardoor verzet ertegen gerechtvaardigd is. Dat burgerlijke ongehoorzaamheid legitiem is, ligt dan ook vaak in het juridische gelijk van de actievoerders achteraf (vgl. de acties van King tegen de rassenscheiding). Daarnaast hebben ook wetten geen eeuwigheidswaarde. Opvattingen omtrent wat recht is, zijn tijdsgebonden en de overtreding van een wet is vaak de enige manier om dit duidelijk te maken. Vandaar dat de auteurs de vraag bediscussiëren of er niet een recht op burgerlijke ongehoorzaamheid bestaat.

Burgerlijke ongehoorzaamheid en democratie

In de hoofdstukken 11 t/m 14 volgt nu een globale analyse van de wereldsituatie vanuit het oogpunt van burgerlijke ongehoorzaamheid. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de crisis van de representatieve democratie, de burgerlijke samenleving, permanente democratie en het veiligheidsprobleem. Volgens de auteurs wijst het toenemende aantal buitenparlementaire acties erop dat de representatieve democratie niet goed functioneert. Kennelijk zijn de traditionele kanalen naar de overheid geblokkeerd, of liever, ze worden eenzijdig beheerst door economische belangen. De volksvertegenwoordigers weten hier nauwelijks raad mee. Om de democratie te redden willen de auteurs terug naar de basis. Vandaar hun nadruk op het belang van de burgerlijke samenleving, d.i. de organisatie van de burgers om rechtstreeks hun belangen te vertegenwoordigen. Men kan, stellen ze, de burgerlijke samenleving zien als de derde pilaar van het democratische debat, naast de economische en politieke pilaar. De burgerlijke samenleving vertegenwoordigt dan de culturele zijde van dit debat. Burgerlijke ongehoorzaamheid vindt plaats, omdat de toegang tot de politiek geblokkeerd is. Maar ook heeft de politiek zelf de laatste jaren steeds meer aan kracht ingeboet tegenover de economie. In dit kader moet dan de plaats van de burgerlijke samenleving gezien worden, die de lacune kan vullen die ontstaan is in de vertegenwoordiging van de belangen van de mensen. De participatie van de burgers in de samenleving mag echter niet eenmalig zijn, want telkens kan het bereikte weer in gevaar gebracht worden. De auteurs spreken dan ook van een "permanente democratie".

Hoewel de politiek aan de ene kant steeds minder macht krijgt tegenover de economie, breidt deze zijn macht aan de andere kant uit door in naam van de veiligheid de vrijheden van de burger steeds verder in te perken. Veiligheid is weliswaar belangrijk, aldus José Bové en Gilles Luneau, maar dit gaat ten koste van het recht. Ze geven diverse voorbeelden voor Frankrijk, maar we behoeven in Nederland maar om ons heen te kijken en we zien hier dezelfde tendens. De beide schrijvers zien deze machtsuitbreiding niet zo zeer als totalitarisme, maar willen liever spreken van een "fabrieksideologie": het controleren van mens en samenleving met behulp van wat technisch mogelijk is. Eenmaal verworven technieken worden toegepast, omdat ze nu eenmaal bestaan, ook al gaat dit ten koste van privacy en bestaande rechten. Dit gebeurt niet op grond van een vooraf uitgedacht idee vanuit de politiek of economie, maar er is eerder sprake van een autonome ontwikkeling. Dit ontslaat de mensen die de nieuwe controletechnieken toepassen evenwel niet van hun verantwoordelijkheid ervoor. De burgerlijke samenleving kan deze ontwikkeling niet op zijn beloop laten en moet alles doen om een ontwikkeling naar paternalisme van de kant van staat en totalitarisme tegen te gaan.

In hun laatste hoofdstuk wijzen José Bové en Gilles Luneau nogmaals op de gevaren van de huidige economische liberalisering en van de totaliserende tendensen die daarmee gepaard gaan, ontwikkelingen waarbij de mens als mens buiten spel wordt gezet. Hier ligt ook het belang van de burgerlijke ongehoorzaamheid als verzet om de vrijheid van de mensen te handhaven.

Kritiek op José Bové

José Bové en Gilles Luneau hebben een boek geschreven dat zeker de moeite waard is om te lezen en dat ik ieder kan aanbevelen. In het licht ervan kan men evenwel vragen stellen bij een aantal acties en opmerkingen van José Bové zelf. Zo leidde José Bové in januari 1998 een actie bij het farmaceutische bedrijf Novartis in Nérac, waarbij een voorraad genetisch gemanipuleerde maïs vernietigd werd. Achteraf stelt José Bové het jammer te vinden dat er niet meer vernietigd kon worden. Maar de vernietiging van meer maïs was toch niet nodig om het doel van de actie, namelijk aandacht voor het probleem van de genetisch manipulatie van gewassen, beter te bereiken? Dit zou waarschijnlijk juist eerder contraproductief gewerkt hebben vanwege de weerstand die het had kunnen oproepen. Bovendien was de vernietiging van de maïs toch niet langer symbolisch geweest, als er meer maïs vernietigd was, en dan was de tegenstander, in dit geval Novartis, toch geen respect getoond? Respect toont men niet door onnodig schade aan te richten. Dat men respect moet tonen voor de ander en dat een burgerlijk ongehoorzame actie symbolisch moet zijn wordt echter in het boek uitdrukkelijk onder de voorwaarden genoemd, die maken dat zo’n actie een geweldloze actie is (zie criterium 4). Daarbij is het zonder meer de vraag of vernieling op zichzelf genomen wel een aanvaardbaar middel is in het licht van burgerlijke ongehoorzaamheid en of het wel getuigt van respect voor de opponent. Daarbij brengt het het risico mee onherstelbare schade aan te richten, terwijl, zoals in het boek gesteld wordt, één van de voordelen van burgerlijk ongehoorzame acties is dat eventuele fouten of misrekeningen hersteld kunnen worden. Om een voorbeeld te geven, bij één van de acties tegen genetisch gemanipuleerde gewassen werd een maïsveld vernield dat bestemd was voor onderzoek naar een middel voor lijders aan taaislijmziekte. Hierop attent gemaakt weet José Bové niet te reageren. Was deze actie een miskleun? Was er wel voldoende over nagedacht? Is er wel bedacht dat vertraging van dit onderzoek extra lijden kan veroorzaken bij derden?

Ook bij de al genoemde "ontmanteling" van de McDonald’s te Millau kunnen de nodige vragen gesteld worden. Bij deze actie werden bij een McDonald’s in aanbouw los op het terrein aanwezige bouwonderdelen en gemakkelijk te verwijderen al aangebrachte bouwonderdelen op karren geladen en voor het plaatselijke politiebureau gedeponeerd. Het was een protest tegen Amerikaanse handelsbelemmeringen ingesteld als represaille tegen het invoerverbod van hormoonvlees in de Europese Unie. Hierdoor werd onder meer de export van Roquefort kaas getroffen, die in de streek van Millau geproduceerd wordt. Nu is McDonald’s wel een exponent van het Amerikaanse bedrijfsleven, maar is de relatie tussen dit door José Bové gehanteerde middel en dit Amerikaanse handelsbeleid wel voldoende aanwezig? Zijn bijvoorbeeld de handelsbelemmeringen gunstig voor McDonald’s? Een directe relatie tussen de actie en het protest tegen de Amerikaanse handelsbelemmeringen wordt door José Bové niet duidelijk gemaakt, hoogstens een indirecte. Bovendien is het voor een burgerlijk ongehoorzame actie nodig (en de actie tegen de McDonald’s-vestiging wordt door José Bové zo gezien), dat deze actie symbolisch is, wil deze geweldloos zijn (zie opnieuw criterium 4). Maar José Bové wil helemaal geen symbolische actie. In een interview2 zegt hij namelijk: "... een [politieman] belde op om ons te zeggen dat hij de manager van de McDonald’s om een of ander uithangbord zou vragen dat we dan zouden kunnen vernielen, zodat het symbolischer zou zijn. We zeiden hem: ‘Maakt u een grapje? Dat is mesjokke. We gaan de deuren en de ramen ontmantelen’ ". Op de vraag wat José Bové er dan van vindt dat deze actie door sommigen als geweld wordt gezien, zegt hij: "er zijn ongetwijfeld verschillende vormen van geweld" en hij verwijst o.a. naar een actie van Franse wijnboeren die uit protest tegen de import van Spaanse wijn, waarvan ze schade zouden hebben, deze wijn op straat laten lopen. Instemmend zegt hij dan: "Dat is iets concreets, een volksactie, een handeling die een directe relatie met het probleem heeft". Moeten we een actie aanvaardbaar vinden, als de middel-doel-relatie duidelijk is, ook al bevat deze een zekere mate van geweld? Dit idee wordt ondersteund door andere voorbeelden van gevallen die José Bové in het interview geeft, waarbij wèl duidelijk geweld gebruikt werd en die achteraf geaccepteerd werden, zoals de bestorming van de Bastille. Maar zo redenerend begeeft José Bové zich wel op glad ijs, want waarom zouden we dan nog burgerlijk ongehoorzaam zijn? Wat voor zin hebben criteria voor burgerlijke ongehoorzaamheid dan nog anders dan voor een theoretische classificatie van bepaalde soorten acties en niet om een onderscheid te maken tussen wat wel en wat niet aanvaardbare acties zijn? Gandhi stelde, en dit wordt door de auteurs met instemming aangehaald, dat het doel in de middelen is. Zoals José Bové en Gilles Luneau dit ook zeggen: "Het doel is waard wat de middelen waard zijn. Er bestaat geen scheidswand tussen deze twee categorieën" en "wie met behulp van de wapens wint, heeft wapens nodig om de zo verworven macht te handhaven" (p. 55). Maar geldt dit ook niet voor José Bové zelf? José Bové heeft samen met Gilles Luneau een waardevol boek geschreven, maar het is de vraag of hij zelf de strekking ervan wel beseft.

José Bové, Gilles Luneau, Pour la désobéissance civique, Éditions la Découverte, Parijs, 2004; 261 blz. € 17,50.

Op het Internet is zeer veel informatie over José Bové beschikbaar. Hiervan is ook gebruik gemaakt bij het schrijven van dit artikel.

noten

1) Uitgezeten in 1999 (voorarrest) en 2002, resp. in 2003.
2) Met Lynn Jeffress en Jean-Paul Mayanobe in Z Magazine, juni 2001.

terug