terug

Reis naar Montaigne             Bibliotheek van Montaigne

Henk bij de Weg

Het werd een echt filosofische reis die mijn vrouw en ik deze keer naar Zuid-Frankrijk maakten. In Sarlat zochten we naar Étienne de La Boétie, jurist, vertaler van klassieke werken, dichter van sonnetten, maar wat mij betreft vooral de auteur van de "Verhandeling over de Vrijwillige Slavernij", die zoveel invloed heeft gehad op vredesdenkers. We waren er 22 jaar geleden ook al eens geweest. Ik herinner me nog dat we door het middeleeuwse stadje dwaalden, een hoek omkwamen en plotseling zag ik een groot huis op een plein met het bordje "In dit huis werd Étienne de La Boétie geboren". Ik had het kunnen weten dat La Boétie uit deze stad kwam, maar was het vergeten. Des te groter en aangenamer was de verrassing. Nu kwamen we bewust voor La Boétie naar deze plaats.

Op zoek naar een parkeerplaats zagen we meteen zijn standbeeld: op het plein voor het Paleis van Justitie. We zetten onze auto ernaast. Het beeld lijkt in ieder geval niet op La Boétie, dat is zeker. Uit zijn tijd is namelijk geen afbeelding van hem bekend. Hij schijnt een lelijke man geweest te zijn. Montaigne viel echter direct bij de eerste ontmoeting op hem, zij het vanwege zijn geestelijke eigenschappen. Het klikte meteen tussen beiden en het werd eeuwige vriendschap. "Omdat hij het was, omdat ik het was", zoals Montaigne dit uitdrukte. Helaas stierf La Boétie nogal jong op slechts 32-jarige leeftijd, maar de vriendschap is door Montaigne in een van zijn mooiste essays vereeuwigd.

Ook La Boétie’s geboortehuis hebben we zo gevonden. Ik herken het direct. Nu is er een galerie gevestigd en daarom kunnen we er deze keer in, zij het alleen op de begane grond. Jammer dat het niet ter bezichtiging is opengesteld.

Aan de weg naar Vitrac, even buiten Sarlat, ligt een Château de La Boétie. Het lijkt precies op de tekening in een het boek dat ik bij me heb. Op deze plek heeft La Boétie ook gewoond. Zijn kasteel is echter in 1590, bijna 30 jaar na zijn dood, tijdens de godsdienstoorlogen verwoest en het huidige is vlak daarna op de restanten gebouwd.

In het plaatsje Descartes, dat naar de filosoof genoemd is en vroeger La Haye heette, komen we toevallig terecht. We zijn op weg naar huis en dan kom je, als je vanuit de omgeving van Bordeaux naar het noorden rijdt, haast vanzelf bij Châtellerault, waar Descartes opgegroeid is, en vlak langs Descartes/La Haye, waar hij geboren is. Omdat het al tegen de avond nijgt, besluiten we er een hotel te nemen. Helaas is Descartes’ geboortehuis alleen ’s middags te bezichtigen. Te laat voor ons, als we de volgende dag Nederland nog willen bereiken. We nemen genoegen met het bekijken van de buitenkant.

Het hoofddoel van onze reis is echter het Château de Montaigne. Als we er maandag op het eind van de middag aankomen om naar de openingstijden te kijken, lezen we "fermé lundi et mardi". Ik had het natuurlijk kunnen weten, omdat ik de website van het kasteel bekeken had, maar op één of andere wijze was het niet tot me doorgedrongen. Voor morgen zullen we dus een andere bezigheid moeten zoeken. We besluiten naar het Musée d’Aquitaine in Bordeaux te gaan.

Niet alleen tijdens zijn leven heeft Michel de Montaigne veel meegemaakt, ook na zijn dood heeft zijn lichaam niet direct de eeuwige rust gevonden. Uiteindelijk is zijn graftombe terechtgekomen in een zaal van wat nu een regionaal museum is. Als we er aankomen, zien we dat er een verbouwing plaatsvindt. Is de toegang daarom gratis? Het dringt nog niet tot ons door wat de consequenties ervan zijn. We lopen door de zalen, passeren een kleine afdeling over Montesquieu, maar geen Montaigne. "Bevindt zich hier niet de graftombe van Montaigne?", vraag ik aan de man achter de kaartjesbalie. Helaas, vanwege de verbouwing is de zaal niet voor het publiek toegankelijk. Hij laat me een boek zien met een foto van het grafmonument. En er is een ansichtkaart van te koop. Ik neem er twee.

De volgende dag zijn we ruim voor openingstijd bij het toegangshek van het landgoed van Montaigne’s kasteel. Als we om tien over tien nog niet naar binnen kunnen, besluiten we op te bellen. Juist dan komt er een mevrouw met de sleutel aanrijden. We lopen door een lange laan, komen bij de receptie, kopen kaartjes. Een medewerkster brengt ons naar de Tour, waar zich de privé-vertrekken van Montaigne bevonden. We zijn nog de enige bezoekers. Ze opent de deur en links zien we een stenen trap omhoog. Voor ons bevindt zich de kleine ruimte van de kapel waar Montaigne de mis placht bij te wonen. Er is een nis met een altaar; ervoor vier stoelen. Op het koepelvormige plafond is een blauwe sterrenhemel geschilderd.

De torentrap is uitgesleten. We bereiken de slaapkamer. Bed en ander meubilair zijn niet origineel. Het vertrek heeft een kleine uitbouw boven de kapel met een opening in de vloer. Er staat een stoel. Ook hier volgde Montaigne vaak de mis.

De werkkamer op de tweede verdieping lijkt veel ruimer. Dat kan natuurlijk niet, want de muren van de toren lopen recht omhoog en beide vertrekken bevinden zich onmiddellijk boven elkaar. Het is dus hier dat Montaigne zijn beroemde essays heeft geschreven! Ik had hem er graag aangetroffen, ijsberend door de ruimte, over het zachte kleed, af en toe één van de duizend boeken uit de kast nemend en openslaand, waarvan hij een groot deel van zijn vriend Étienne de La Boétie had geërfd. Zo ordende hij zijn gedachten, zo deed hij inspiratie op. Jammer genoeg is het moeilijk zich er nog een goede voorstelling van te maken, want de oorspronkelijke inrichting is ook hier verdwenen, ook de bibliotheek, die verkocht is door zijn dochter. Slechts de gaten in de muur waar de boekenkasten bevestigd waren zijn nog te zien. Nu staat er een schrijftafel met stoel, gericht naar het midden. Rondom op standers vier versleten houten zadels, wel uit Montaigne’s tijd. Heeft Montaigne misschien één van deze zadels gebruikt? Want hij was een verwoed paardrijder. Langs de muren zien we verder een standbeeld van de filosoof en een maquette van het kasteel van na de grote brand in de 19e eeuw. De toren is toen gelukkig gespaard gebleven. Op de balken van het plafond staan Griekse en Latijnse spreuken, die Montaigne er had laten aanbrengen. Er is heel wat over geschreven.

Rechts van de trap leidt een deuropening naar een kamertje met een open haard. Hier verbleef Montaigne in de winter. Op de wanden zijn de schilderingen met fragmenten uit de Metamorfosen van Ovidius nog redelijk zichtbaar. Er is ook een tekst dat hij zijn functie als raadsheer bij het parlement van Bordeaux heeft neergelegd, omdat deze hem verveelde en omdat hij verder tot zijn dood een rustig leven wilde leiden. Montaigne was toen slechts 37 jaar! Maar ja, andere tijden. En wat heet rustig? Hij zou nog een lange reis door Duitsland en Italië maken en twee ambtstermijnen als burgemeester van Bordeaux vervullen, nog afgezien van alle andere verplichtingen die hij als bekend en gerespecteerd edelman zou vervullen.

We gaan terug naar de binnenplaats van het kasteel. Links is een kleine informatieruimte. We bekijken er wat video’s over Montaigne en zijn essays. Er zijn er zelfs in het Nederlands! Weer buiten komen we pas voor het eerst andere bezoekers tegen.

De poort uitgekomen lopen we linksom langs de muur. Bij het terras genieten we van een weids uitzicht over de omgeving met in de verte het slot van Montaigne’s jongste broer. In de ‘accueil’ koop ik nog wat boeken.

terug