terug (Nederlands)

back (English)

Samenvatting in het Engels

Het boek is voor 9,90 euro (exclusief verzendkosten) verkrijgbaar bij de auteur door een e-mail te sturen naar: henk@bijdeweg.nl 

Henk bij de Weg

De betekenis van zin voor het begrijpen van handelingen, Kok Agora, Kampen 1996.   

Binnen de sociale wetenschappen en de geschiedwetenschap heerst al sinds zo’n 150 jaar een discussie over de vraag naar de geëigende methode van wetenschappelijk onderzoek, namelijk die van het verklaren of die van het begrijpen (verstehen). Deze discussie vond in diverse ronden plaats en de laatste ronde, omstreeks 1970, werd vooral gekenmerkt door de presentatie van een praktisch syllogisme als model voor het "verklaren" van handelingen door Von Wright. Dit model was, zoals Apel liet zien, in feite een model voor het begrijpen van handelingen. Von Wrights model vormde de aanleiding tot een levendige discussie en tot de ontwikkeling van een aantal andere modellen, zoals dat van Schwemmer voor de sociale wetenschappen. Begin jaren tachtig raakte het debat echter in een impasse en veel vraagpunten bleven onbeantwoord liggen.

In dit boek wordt getracht op een aantal onbeantwoord gebleven vraagpunten van de methodediscussie in te gaan. Het wil vooral een bijdrage leveren aan het handelingsbegrijpen in de sociale wetenschappen. Hierbij worden de modellen van Von Wright en Schwemmer tot uitgangspunt genomen. Het boek beperkt zich echter niet strikt tot een analyse van deze modellen zelf. Eerst wordt er uitvoerig bij stil gestaan, wat nu precies onder het handelingsbegrijpen dient te worden verstaan. Op basis van de theorieën van Habermas, Giddens, Apel, Schütz e.a. worden zo de methodologische grondslagen voor het handelingsbegrijpen gelegd. Vervol- gens worden aan de hand van een op basis hiervan ontwikkeld kader de modellen van Von Wright en Schwemmer geanalyseerd. Dit leidt dan tot de ontwikkeling door de auteur van een verbeterd model voor het handelingsbegrijpen. Op het eind van het boek worden een aantal methodologische consequenties van het ontwikkelde model nagegaan, zoals de vraag wat geldige kennis is in de zin van het model, wat de toepassingscondities ervan zijn en in hoeverre met dit model generaliseerbare kennis is te verkrijgen.

(klik hier voor een uitgebreidere samenvatting in het Engels)

 

Inhoudsopgave

 

I. De methodenstrijd en het "verklaren" van handelingen 9

 

1. Het begin van de methodenstrijd 11

 

2. Hempel en Abel: Verstehen als heuristisch middel 12

 

2.1. Hempel 12

 

2.2. Theodore Abel 13

 

3. Het rationele verklaren van Dray 14

 

4. Twee basismodellen voor het verklaren van handelingen 16

 

5. Het praktische syllogisme van Von Wright 17

 

6. Het rationele verklaren van Schwemmer 23

 

7. Doel en opzet van de studie 31

 

II. Habermas en Apel en het probleem van het verstehen 37

 

1. Habermas en Giddens 38

 

2. Apel 43

 

3. Verstehen: een driedeling 51

 

III. Verstehen: zijnswijze, theorie en methode 57

 

1. Het ontische verstehen 57

 

2. Het theoretische verstehen 60

 

2.1. Het theoretische verstehen bij Weber 61

 

2.2. het theoretische verstehen bij Schütz 68

 

2.3. Het theoretische verstehen nader bepaald 82

 

3. Het verstehen en het probleem van de methode 86

 

3.1. Methode als beantwoording van de vraagstelling van het theoretische

 

verstehen 86

 

3.2. Het gebruik van modellen als methodisch hulpmiddel 95

 

3.3. Verstehen en het onderscheid tussen methodiek en methode 97

 

4. Afronding 102

 

IV. De betekenis van zin voor modellen voor het verstehen van handelingen 104

 

1. De vraag naar de struktuur van modellen voor het verstehen van handelingen 104

 

2. Het onderscheid tussen handelen en gedrag 107

 

2.1. Handelen, gedrag en intentionaliteit 107

 

2.2. "Zin" als onderscheidend begrip tussen handelen en gedrag (1) 109

 

2.3. Zin 1 en zin 0 110

 

2.4. "Zin" als onderscheidend begrip tussen handelen en gedrag (2) 113

 

3. De betekenis van zin voor modellen voor het verstehen van handelingen 114

 

V. De twee nivo’s van de dubbele hermeneutiek en de komplementariteitsthese van Apel 117

 

1. Het nieuwe dualisme 117

 

2. De relatie tussen verstehen en verklaren volgens Schwemmer 118

 

3. De komplementariteitsthese van Apel 119

 

4. De verwarring tussen verstehen en het toekennen van zin bij Apel 124

 

5. Een model voor de verhouding tussen verstehen, verklaren en het toekennen van zin 129

 

6. De betekenis van het toekennen van zin voor het verstehen en verklaren in de sociale wetenschappen 131

 

7. Afronding 139

 

VI. De vraag naar de reden, bedoeling en betekenis van een handeling en het praktische syllogisme van Von Wright 141

 

1. Het nieuwe dualisme van Von Wright en de verhouding tussen verstehen en
verklaren 142

 

2. De beperkte reikwijdte van het praktische syllogisme van Von Wright 148

 

3. Naar een schema voor het verstehen van handelingen 160

 

VII. Methodische aspekten van Von Wrights latere handelingstheorie 181

 

1.Enkele opmerkingen over de struktuur van een schema voor het verstehen van handelingen 182

 

2. Varianten van Von Wrights intentionalistische verklaringsmodel 190

 

3. Het begrip "reden" in Von Wrights latere handelingstheorie 193

 

3.1. Redenen en het "verklaren" van handelingen 194

 

3.2. De methodische irrelevantie van het onderscheid tussen externe en interne redenen 197

 

3.3. Reden en vraagstelling 217

 

4. "Met een intentie" en "intentioneel" 221

 

5. Afronding 227

 

VIII. De handelingstheorie van Schwemmer: tussen funktioneel verklaren en historisch begrijpen 229

 

1. Een tweetal preciseringen van Schwemmers verklaringsmodel 230

 

2. Schwemmers latere kritiek op een "funktionele" benadering van handelingen 236

 

3. Schwemmers theorie voor het rationeel verklaren van handelingen 248

 

3.1. Het ontbreken van de vraag naar de handelingsbetekenis en van de keuze tussen handelingsmogelijkheden 248

 

3.2. De vragen naar de reden en de bedoeling van een handeling 250

 

3.3. Subjektieve of objektieve doeleinden? 257

 

3.4. De verhouding tussen verklaren en verstehen 262

 

4. Korte samenvatting en vooruitblik 265

 

IX. De kriteria voor een methode en het handelingsverstehen 267

 

1. Handelingsverstehen en tekstverstehen 267

 

2. De kognitieve-schematheorie 271

 

3. Begrip als overeenstemming van de kognitieve schema’s van onderzoeker en
aktor 275

 

4. De aard van het onderzoeksobjekt en het handelingsverstehen 280

 

4.1. De toepassingskondities van het handelingsverstehen 280

 

4.2. Habermas en het probleem van de rationaliteit van redenen 282

 

5. Handelingsverstehen en de generaliseerbaarheid van kennis 287

 

6. De aard van de relaties in het handelingsschema 296

 

7. Afronding 313

 

X. Slot 315

 

Aangehaalde literatuur 321

 

Personenregister 334

 

Summary 337

terug (Nederlands)

back (English)