terug (Nederlands)

back (English)

Wat kan de sociale verdediging leren van Oost-Europa en de Sovjet-Unie?

Henk bij de Weg

 

Het huidige begrip "sociale verdediging"

Het begrip sociale verdediging, zoals we dat nu kennen, is in de jaren vijftig ontstaan en werd door militaire strategen als Liddell Hart en King Hall geīntroduceerd. Het idee van sociale verdediging bestond voor de Tweede Wereldoorlog ook al, bijvoorbeeld als "Pacifistische Volksverdediging". Het was echter "verloren" gegaan en pas nadat het weer opnieuw was "uitgevonden", konden de vooroorlogse opvattingen weer enige invloed uitoefenen. Het idee werd vervolgens overgenomen door vredesonderzoekers en vredesactivisten en werd soms in discussies op het gebied van oorlog en vrede aan de orde gesteld, hoewel het hierin zelden een echt belangrijke plaats innam.

De vredesonderzoekers en vredesactivisten namen het begrip "sociale verdediging" echter niet onveranderd over, maar gaven het een ruimere betekenis. Oorspronkelijk werd sociale verdediging namelijk alleen als instrument opgevat, als een verdedigingsmiddel dat niet van andere verdedigingsmiddelen verschilde en in iedere situatie kon worden toegepast, als dat nodig werd gevonden. Nu kreeg sociale verdediging echter ook een structurele betekenis. Deze hield in dat sociale verdediging alleen in een samenleving ingevoerd zou kunnen worden, als deze aan bepaalde structurele voorwaarden voldeed. Zo’n voorwaarde was bijvoorbeeld dat de samenleving democratisch moest zijn en gekenmerkt moest worden door relaties die niet op geweld berustten. Later kreeg het begrip "sociale verdediging" er nog een betekenis bij, vooral onder invloed van Vrouwen voor Vrede, namelijk dat sociale verdediging een emancipatie van alle vormen van geweld inhoudt die iemand kan overkomen. Dit kan oorlogsgeweld zijn maar ook het geweld dat je in het dagelijks leven ervaart. Door deze nieuwe betekenis was sociale verdediging niet meer als een tegenhanger van militaire verdediging te zien. Deze opvatting vond echter slechts beperkte ingang. De belangrijkste opvatting bleef dat sociale verdediging iets te maken heeft met verzet in geval van oorlog of verzet tegen een onderdrukkend bewind en dat het een geweldloos alternatief is voor oorlog en gewapend verzet. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de rapporten die in opdracht van de Commissie Niezing gepubliceerd zijn en uit onderzoeken als die van Koch, Klumper en Schmid. Dat er een relatie werd gelegd tussen sociale verdediging en oorlogvoering is trouwens niet verbazingwekkend in het tijdperk van de Koude Oorlog, waarin de defensiebudgetten de pan uitrezen en waarin de wapens een grotere vernietigingskracht kregen dan ooit.

De veranderingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie en sociale verdediging

Door de recente ontwikkelingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie is de politieke situatie in Europa echter radicaal veranderd. Hoogtepunt bij deze ontwikkelingen was de val van de Berlijnse Muur, gevolgd door de opheffing van de DDR als onafhankelijke staat. Onlangs was er ook de mislukte staatsgreep in de Sovjet-Unie, gevolgd door de ondergang van dit land in zijn tot voor kort bestaande vorm. De Koude Oorlog is ten einde. Oorlog tussen Oost en West (om niet te spreken van een oorlog met kernwapens) lijkt bijkans onmogelijk geworden. Bijgevolg zijn de meeste landen in dit deel van de wereld begonnen hun bewapening te verminderen en hun leger te verkleinen. Dus waarom zouden de voorstanders van sociale verdediging er ook niet mee ophouden hun geweldloze wapen verder te ontwikkelen en waarom zouden ze zich niet met andere zaken gaan bezighouden die misschien belangrijker zijn, zoals bijvoorbeeld het verstevigen van de Oost-West betrekkingen of de bescherming van het milieu? Of waarom gewoon eens niets doen?

Ik wil zeker niet beweren dat zulke activiteiten ook niet nuttig en belangrijk zijn, te meer omdat ze ook van belang kunnen zijn om tot een vreedzamer wereld te komen (en dat is toch dat waar de voorstanders van sociale verdediging naar streven). Maar ik vraag me af of het niet verstandiger is toch eerst eens te kijken of we niet iets kunnen leren van wat er in Oost-Europa en de Sovjet-Unie is gebeurd en nog steeds gebeurt.

Vijf stellingen

Om de zojuist gestelde vraag te beantwoorden zal ik geen uitgebreide analyse geven van wat er in Oost-Europa en de Sovjet-Unie heeft plaatsgevonden. In plaats daarvan zal ik een aantal conclusies formuleren in de vorm van vijf uitgewerkte stellingen.

1) Men moet sociale verdediging niet beschouwen als een (geweldloze) tegenhanger van militaire verdediging, niet als een aanvulling op en ook niet als een alternatief voor militaire verdediging. Het idee van sociale verdediging staat geheel op zichzelf. De mensen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie zagen en beoordeelden in het algemeen hun acties niet in (quasi-)militaire termen, toen ze van de communistische regiems af probeerden te komen, maar in termen van democratisering, grotere vrijheid, verbetering van de economische omstandigheden, e.d. In het Westen dienen deze woorden er gewoonlijk niet toe om militaire operaties tegen een vijand te rechtvaardigen, maar ze staan voor een betere levenswijze. Dit geldt ook voor Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Dit wil niet zeggen dat sociale verdediging onder bepaalde omstandigheden geen aanvulling op of alternatief voor militaire verdediging kān zijn, maar dit is niet de meest voor de hand liggende betekenis ervan. Sociale verdediging weerspiegelt de manier waarop de mensen hun dagelijks leven willen leiden en moet dan ook in de eerste plaats vanuit dit dagelijks leven begrepen worden. Met begrippen als "macht" en "strategie" is slechts ten dele duidelijk te maken waar het bij sociale verdediging om gaat en het is beter sociale verdediging allereerst te onderzoeken als een sociale beweging of als een vorm van sociale verandering, dat wil zeggen met behulp van sociologische begrippen en niet met behulp van politieke, laat staan militaire, begrippen.

2) De mogelijkheid van sociale verdediging hangt nauw samen met de aard van de maatschappijstructuur waarin deze wordt toegepast en pas wanneer aan bepaalde structurele voorwaarden is voldaan, is sociale verdediging mogelijk. Want pas toen de bestaande samenlevingsstructuren in Oost-Europa en de Sovjet-Unie instortten, had de niet-communistische oppositie succes. Deze structuren stortten pas in, omdat de samenlevingen daar hun doeleinden (die vooral op het terrein van de productie lagen) niet bleken te kunnen bereiken, en niet ten gevolge van de oppositie. Dus zij die stellen dat de mogelijkheid van sociale verdediging van de structuur van de samenleving afhangt, hebben gelijk, maar dit wil niet zeggen dat deze structuur geweldloos en democratisch moet zijn of anderszins "ideaal". Het is voldoende dat de structuur van de samenleving zo is dat het mogelijk is binnen en tegen deze structuur actief te zijn en dat deze voldoende ruimte biedt om oppositie te voeren. Aan de andere kant betekent dit echter ook dat sociale verdediging niet een instrument is dat ongeacht de omstandigheden ingezet kan worden, als daartoe de noodzaak wordt gezien.

3) Sociale verdediging is niet voluntaristisch. Mensen verzetten zich niet zonder meer, omdat ze onderdrukt worden en omdat ze zich onderdrukt voelen. Ze moeten zien dat er een reële kans op succes is. Deze kans op succes kan bijvoorbeeld blijken uit het aan de oppervlakte komen van een verzwakking van de onderdrukte structuren, terwijl er ook duidelijke alternatieven voorhanden blijken te zijn. In het geval van de Oost-Europese "satellietstaten", bijvoorbeeld, kwam de verzwakking van de repressieve structuren aan het licht doordat Gorbatsjov, de leider van de grootste mogendheid in dat gebied, zich genoodzaakt zag met een hervormingsbeleid te komen. De alternatieven werden geboden door dissidenten en leiders van de oppositie.

4) De voorgaande twee stellingen brengen met zich met dat het niet voldoende is op het repressieve karakter van bestaande regiems en sociale structuren te wijzen wil men deze veranderen en een massale beweging van sociale verdediging op gang brengen. Een elite van oppositieleiders of dissidenten kan geen beweging van sociale verdediging starten, als niet aan de structurele voorwaarden is voldaan. Maar zo’n elite kan wel een belangrijke rol spelen bij de voorbereidingen om massaal geweldloos verzet op het juiste moment en op de juiste plaats mogelijk te maken. Zo kon Charta 77 de Tsjechoslowaakse regering niet ten val brengen op het moment dat het dit zelf gewild had, maar het kon er wel voor zorgen dat het verzet tegen het regiem succes had op het moment dat het mogelijk was dit omver te werpen.

5) Sociale verdediging is besmettelijk. Sociale verdediging in het ene land kan geweldloos verzet uitlokken in andere landen die onder een repressief bewind staan, ook als het bewind in deze andere landen niet zo zwak is als in het land waar het verzet het eerst ontstond. Het kan dan gebeuren dat een repressief bewind uit angst toegeeft. Besmettelijkheid op zichzelf is echter niet voldoende wil sociale verdediging succes hebben. Tenzij de repressieve structuren hol zijn (stelling 2) en tenzij er een alternatief is (stelling 3), zal een repressief bewind in staat zijn het virus van de sociale verdediging te weerstaan. Zo heeft het succes van het geweldloze verzet in Oost-Europa invloed uitgeoefend op verzetsbewegingen in Afrika en elders, maar de afwezigheid van de zojuist genoemde voorwaarden kunnen er de oorzaak van zijn dat deze geen succes hebben.

Conclusie

Als de voorgaande stellingen juist zijn, dan hebben ze belangrijke gevolgen voor de wijze waarop sociale verdediging tot nu toe wordt opgevat. Want sociale verdediging zoals dit in Oost-Europa en de Sovjet-Unie in de praktijk is gebracht en zoals ik dit in mijn stellingen beschreven heb, verschilt nogal van sociale verdediging in de "traditionele" opvatting, of het hier nu gaat om sociale verdediging in de instrumentele, de structurele of de emancipatorische visie. Wat al deze opvattingen, oud of nieuw, gemeen hebben is dat sociale verdediging geweldloos verzet tegen repressie is. Maar in andere opzichten verschilt sociale verdediging zoals die in Oost-Europa en de Sovjet-Unie en elders in de praktijk is gebracht van het traditionele beeld ervan, want geen van de opvattingen die ik in mijn stellingen naar voren heb gebracht maakt tot nu toe deel uit van het gangbare beeld van sociale verdediging. Maar dit betekent dat we het idee van sociale verdediging niet onveranderd kunnen laten en dat we opnieuw moeten overdenken wat sociale verdediging nu eigenlijk inhoudt. Dit is niet alleen in theoretisch opzicht van belang maar heeft ook praktische betekenis. Want met de omwentelingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie is er geen eind aan de repressie in de wereld gekomen en er blijft daarom nog veel te doen voor de voorstanders van sociale verdediging. Alleen met een duidelijk beeld voor ogen wat sociale verdediging nu eigenlijk inhoudt, kan dit geweldloze verzet succes hebben.

Als ik nu terugkeer naar de hoofdvraag van dit artikel, dan denk ik dat het antwoord hierop duidelijk is. Inderdaad, we kunnen onze les trekken uit wat in Oost-Europa en de Sovjet-Unie is gebeurd en nog steeds gebeurt en het is nog steeds zinvol en nodig om door te gaan met de verdere ontwikkeling van de idee van sociale verdediging.

Ik dank Joep Creyghton, Tijmen van ’t Foort en Giliam de Valk voor hun kritisch commentaar op een eerste versie van dit artikel. Uiteraard ben ik zelf verantwoordelijk voor de inhoud ervan. Dit artikel is in iets gewijzigde vorm verschenen in Civilian-Based Defense: News & Opinion (Jan. 1991).

terug (Nederlands)

back (English)