terug (Nederlands)

back (English)

Geweldloos verzet na de Tweede Wereldoorlog (1945-1995)

Henk bij de Weg

 

Het geweldloze verzet in Nederland zoals dit onder meer in mijn artikel "De ontwikkeling van het antimilitarisme en pacifisme in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog" beschreven is, is geen geÔsoleerd verschijnsel geweest. In hun boek over geweldloos verzet wijzen Ackerman en Kruegler op de grote betekenis van dit verzet bij bijna alle recente grote sociale conflicten over de hele wereld, zoals in China, Zuid-Afrika, de Filippijnen of Oost-Europa. Maar in de periode na de Tweede Wereldoorlog is er niet alleen bij de grote sociale en politieke conflicten op het eind van de 20e eeuw voor geweldloze methoden een belangrijke rol weggelegd geweest. Dit blijkt ook eerder al het geval. Ik noem slechts de Indiase onafhankelijkheidsstrijd, die in 1947 eindigde, de strijd voor de burgerrechten gevolgd door het verzet tegen de Vietnamoorlog in de Verenigde Staten (1955-1975), de strijd tegen de Sovjetinval in Tsjecho-Slowakije (1968) en het vele, vaak langdurige verzet in Latijns-Amerika tegen de dictaturen gedurende het hele tijdvak. Soms waren er successen, andere keren leed het geweldloze verzet (soms zware) nederlagen. Maar vond het plaats, dan ging het steeds om een factor waar machthebbers rekening mee moesten houden.

De val van het communisme

Blijven we dicht bij huis, dan zien we hoe in Oost-Europa en de Sovjet-Unie de communistische regiems uiteindelijk niet tegen de geweldloze druk van nu eens kleine elites dan weer grote groepen van de bevolking bestand waren. Deze landen hadden bijvoorbeeld ook te maken met de slechte organisatie van de economie, de isolering van het Westen en met interne tegenstellingen. Maar was de interne zwakte ook niet mede een gevolg van de passieve houding van de bevolking, voor wie dit vaak de enige manier was om zijn afkeuring te laten blijken? En gaat het er bij goed georganiseerd geweldloos verzet niet juist om van de zwaktes van de tegenpartij gebruik te maken? Laten we eens kijken hoe een en ander zich ontwikkelde in Tsjecho-Slowakije en Polen, twee markante voorbeelden van geweldloos verzet in Oost-Europa.

Tsjecho-Slowakije

Het verzet tegen de inval van de troepen van het Warschaupact in 1968 was een hoogtepunt in de geschiedenis van de geweldloze strijd maar het liep toch vrij snel uit op een nederlaag. Dit betekende echter niet het einde van het geweldloze verzet. Het nam wel een andere vorm aan. Er was niet meer sprake van massaal volksverzet op straat en waar dan ook tegen een invasie maar van cultureel verzet van kleine groepen en van het aan de kaak stellen van schendingen van mensenrechten. Deze laatste vorm van verzet groeide vooral met de oprichting in 1977 van Charta í77 dat zowel een manifest tegen de mensenrechtenschendingen als een groep mensen rond dit manifest was. Een jaar later volgde de oprichting van de VONS, een comitť voor hulp aan politiek vervolgden. In beide gevallen is Vaclav Havel erbij betrokken geweest. In de tweede helft van de jaren tachtig kan dan het communistische regiem niet meer om hervormingen heen, vooral nu de steun uit de Sovjet-Unie voor het oude beleid wegvalt. Massabetogingen, een algemene staking en andere acties voeren in 1989 de druk op het communistische bewind sterk op en dit ziet geen andere mogelijkheid meer dan te wijken. Havel wordt de nieuwe president.

Polen

In Polen gaan de ontwikkelingen heel anders maar ze hebben uiteindelijk wel hetzelfde resultaat: de val van het communisme. Hier is de geschiedenis van het communistische bewind ook een geschiedenis van het geweldloze verzet ertegen. Vooral in latere jaren is dit een gecombineerd verzet van intellectuelen en arbeidersbeweging. Uitbarstingen van het verzet waren er met name in 1956, 1968, 1970 en 1976. Na de onderdrukking van de stakingen van 1976, waarbij economische en politieke eisen waren gesteld, nam de zwakte van het communistische regiem alleen maar toe, evenals het verzet, dat zich in talloze groepen organiseerde. Belangrijkste verzetsgroepen waren het Comitť voor Sociale Zelfverdediging (KSS-KOR), opgericht door een groep intellectuelen, en de onafhankelijke vakbond Solidariteit onder leiding van Lech Walesa.

Regeringsmaatregelen tegen de economische crisis brachten in 1980 de situatie opnieuw tot uitbarsting met stakingen in het hele land. Stakingscomitťs stelden andermaal economische en politieke eisen. De regering gaf toe en willigde hiervan een groot aantal in, waaronder de legalisering van Solidariteit. Eind 1981 kwam aan de verworven vrijheden evenwel een eind met de staatsgreep van generaal Jaruzelski. KOR en Solidariteit gingen ondergronds.

De ondergrondse beweging wist zich effectief te organiseren. Ondanks arrestaties van de top kreeg het bewind er geen vat op. Veel intellectuelen, kunstenaars en journalisten boycotten de officiŽle media. Demonstraties, protestverklaringen en andere vormen van geweldloze actie konden niet tegengegaan worden. Door de geringe manoeuvreerruimte, die de regering zichzelf gaf (Ťn kreeg vanuit Moskou), en door de internationale isolering wist de regering, juist ook door dit verzet, de ernstige economische en politieke problemen niet op te lossen. In feite was het voor Solidariteit wachten op een gunstig moment. Dit kwam in 1988, toen voor het bewind feitelijk ook de steun uit de Sovjet-Unie was weggevallen. Het begon met zich snel uitbreidende stakingen in augustus, waarbij de legalisering van Solidariteit opnieuw een belangrijke eis was. Na aanvankelijke weigering bleef de regering niets anders over dan te gaan onderhandelen, maar gaf toch niet toe. De regering kreeg echter geen greep meer op de situatie en besloot begin 1989 tot onderhandelingen met de oppositie. Hoewel deze in het slop raakten, kwam de regering met Solidariteit tot overeenstemming over hervorming van het kiesstelsel. De macht van het communistische bewind was gebroken. Bij de volgende verkiezingen was de overwinning van Solidariteit totaal.

Soortgelijke ontwikkelingen deden zich ook in andere Oost-Europese landen voor, waarbij alleen die in RoemeniŽ duidelijk gewelddadig verliepen. In 1989 kwam het na massademonstraties van de Oost-Duitse bevolking zelfs tot de verrassende hereniging van de DDR met de Duitse Bondsrepubliek. Twee jaar later werd in de Sovjet-Unie een coup van orthodoxe communisten mede door een grote menigte mensen, die zich hiertegen te weer stelde, verijdeld.

Onderbelichting van het geweldloze verzet

In het licht van de aangegeven gebeurtenissen in Oost-Europa, India, de Verenigde Staten en op vele andere plaatsen is het merkwaardig, dat het geweldloze verzet als zodanig onderbelicht is gebleven en zich nooit tot een gangbare en publiekelijk erkende vorm van conflictoplossing heeft kunnen ontwikkelen. Dit geldt voor de wetenschap en ook voor de politiek. In leidende wetenschappelijke kringen wordt geweldloos handelen, anders dan militair optreden, alleen beschouwd als bijverschijnsel, niet als passend middel op zichzelf, al was het alleen maar voor bepaalde situaties. Hetzelfde zien we bijvoorbeeld bij discussies in de Tweede Kamer of in internationale politieke fora als de VN-Veiligheidsraad. Geweldloze interventie is daar altijd interventie door militairen, die hun wapens liefst niet gebruiken maar (gewoonlijk) wel bij zich hebben.

Hoe fataal dit kan zijn, zien we in het voormalige JoegoslaviŽ. De Veiligheidsraad heeft terecht besloten hier te interveniŽren, maar de interveniŽnten zijn bewapende militaire troepen, die overleg en humanitaire hulp afwisselen met geweldgebruik, zij het dat dit laatste incidenteel is. Dit hinken op tweede gedachten blijkt hier bijna net zo noodlottig als niets doen: De troepenmacht is noch in militair opzicht geloofwaardig noch als geweldloos interveniŽrende instantie, met als resultaat frustratie en vernedering. Ook als men niet principieel voor een geweldloze aanpak is, dan nog zou een pragmatische geweldloze benadering wel eens effectiever kunnen zijn.

Literatuur

- Ackerman, Peter; Christopher Kruegler, Nonviolent strategic conflict, Praeger, Westport enz., 1994

- Roberts, Adam (ed.), The strategy of civilian defence, Faber, Londen, 1967

- Rupnik, Jacques, Het andere Europa, Teleac enz., Utrecht enz., 1990

- De Volkskrant


terug (Nederlands)

back (English)