terug naar de inleiding  

terug
naar de homepage

Eerste Wereldoorlog - Foto's van het Westfront

Ardennen en Lotharingen: De eerste dagen

Vanaf de Duitse inval tot aan de stabilisatie van het front en het begin van de loopgravenoorlog

Inhoudsopgave van de pagina
1) De Ardennen
- Villes Martyres - Martelaarsteden in de Ardennen
2) Lotharingen
- Montmédy
- Alain Fournier

1) De Ardennen

Iets ten oosten van Thimister - een plaats tussen Luik en Aken - aan
de Chaussée Charlemagne staat een monument voor de cavalerist
Antoine Fonck. Fonck behoorde tot het 2e Regiment Lansiers en
was op 4 augustus 1914 de "Eerste soldaat van het Belgisch leger die
tijdens den Grooten Oorlog 1914-1918 tegenover den vijand sneuvel-
de", aldus een opschrift op het monument. Fonck (21 jaar oud) was er
met zijn eenheid op uitgestuurd om te verkennen of het Duitse leger in-
derdaad België was binnengevallen, zoals de geruchten gingen. Bij La
Croix Polinard bemerkten ze een groep "grijze ruiters". Deze trok zich
terug, maar Fonck zette in zijn eentje de achtervolging in. Zijn paard
werd echter door Duitse kogels gedood. Toen Fonck vervolgens door
een groepje Duitse wielrijders omsingeld werd, wilde hij vluchten maar
werd door een kogel in de nek getroffen en met een bajonet neer ge-
stoken. Hij werd later door de bevolking van Thimister op het locale
kerkhof begraven.
Op de foto's op de eerste rij zien we het monument voor Antoine
Fonck en zijn graf. In hetzelfde graf zijn ook een aantal andere gesneu-
velde soldaten uit Thimister begraven, zowel uit de Eerste als uit de
Tweede Wereldoorlog (foto's  midden). Op de begraafplaats liggen
ook een aantal oud-strijders uit WO1 en andere oorlogen begraven,
die uit Thimister afkomstig zijn (foto's onderste rij).
Het monument voor Antoine Fonck aan de Chaussée Charlemagne
staat op de plaats waar hij gesneuveld is. Het is van de hand van de
beeldhouwer Marcel Rau en op 23 augustus 1923 ingewijd. Ieder jaar
op 4 augustus vindt er een herdenking plaats.


De Franse militaire begraafplaats "La Justice", op de gelijknamige heuvel nabij Hamipré in de Ardennen, ligt op de plaats waar op 20 augustus 1914 één van de eerste veldslagen tussen Franse en Duitse troepen in WO1 op Belgisch grondgebied plaatsvond: De Slag van La Justice. De gevechten ontwikkelden zich, toen het  Franse 1e bataillon van het 87e regiment infanterie er op de Duitse 21e divisie stuitte. Op het eind van de dag zijn er van de 1200 Franse soldaten 300 gedood en 300 zijn gewond en gevangen genomen. Ook komen er burgers om door de strijd en worden er burgers door de Duitsers gefusilleerd of naar Duitsland gedeporteerd. Huizen in de omgeving worden in brand gestoken en geplunderd.
De bovenste rij foto's tonen de ingang van de begraafplaats "La Justice" en een overzicht ervan. Op de tweede rij zien we links het graf van commandant Cussac van de Franse eenheid. Rechts zien we een monument ter herdenking van de gevallen Franse militairen in het dorp Hamipré. Het monumentje in het midden bivndt zich vlakbij de ingang van de begraafplaats. Op de volgende rij zien we twee fo- to's met een overzicht over het toenmalige slagveld. Ze zijn vanaf de begraafplaats genomen. De foto's op de onderste rij tonen details van het monument voor de Eerste Wereldoorlog in Hamipré. Links de namen van burgers die op 20 augustus 1914 zijn omgebracht; in het midden de namen van burgers die op 27 augustus 1914 in Trier in Duitsland gefussileerd zijn; rechts een tekst ter herdenking van de in WO1 omgebrachte burgers en de gesneuvelde soldaten (met er- onder een tekst voor WO2). Een foto van het monument zelf  staat op de pagina Belgie Buiten de fronten

Even ten noorden van Rossignol in de richting van Neufchâteau bevinden zich een monument en een oorlogskerkhof. Het eerste is het Monument aux
Marsouins (foto linksboven) voor de Franse koloniale soldaten, ook "Marsouins" genaamd, die op 22 augustus 1914 bij de gevechten rond Rossignol
gevallen zijn. Deze soldaten werden destijds als de elite van het Franse leger gezien. Het initiatief tot het monument werd genomen door de vader van
een van de gesneuvelde soldaten en werd op 21 augustus 1927 op grootse wijze ingewijd.
Ertegenover ligt de Cimétière de l'Orée de la Fôret waar veel van de gesneuvelden in deze gevechten begraven zijn.(foto rechtsboven). Onder hen is
ook de Franse schrijver Ernest Psichari (zie beneden). De begraafplaats werd vanaf 1917 door de Duitsers aangelegd voor de Duitse en Franse solda-
ten van de gevechten van 22/8/14 die elders begraven lagen. Na de oorlog werden de resten van veel Franse soldaten naar hun plaats van herkomst
gebracht, terwijl de Duitse soldaten nu in Saint Vincent begraven zijn. Anderzijds werden de resten van Franse soldaten van begraafplaatsen in de buurt
hierheen gebracht. Op de begraafplaats liggen nu in totaal ongeveer 2500 Franse soldaten, waarvan 2379 niet-geïdentificeerden eerst elders lagen.

Een van de vele monumenten in Rossignol is de Stèle Psichari ter herdenking
van de Franse schrijver Ernest Psichari (foto links). De in 1883 geboren Psi-
chari besluit na zijn studie filosofie in het Franse leger te gaan. Hij is tijdens de
gevechten op 22 augustus 1914 rond Rossignol om het leven gekomen. Psicha-
ri  is dan onderluitenant bij het 2e Koloniale Artillerieregimen. Hij zou gevallen
zijn op de plaats waar later de Stèle Psichari is opgericht, maar zeker is dit niet.
Psichari werd met andere Franse soldaten in een massagraf begraven. In april
1919 wordt zijn lichaam geïdentificeerd en dit wordt overgebracht naar de be-
graafplaats l'Orée de la Fôret (zie boven). Er ontstaan dan allerlei mythes rond
de schrijver. Er wordt een speciaal herdenkingscomité voor hem opgericht en
zowel in Rossignol als op de begraafplaats komt een monument voor Psichari.

Op de foto links zien we het Château de Rossignol: Het Kasteel van Rossignol.
In augustus bij de Duitse inval in België stelden de eigenaressen, de gravinnen
Van der Straeten, het kasteel ter beschikking van het Rode Kruis die er een
hospitaal inrichtte. Er werden 800 soldaten verpleegd.

Iets ten zuidwesten van Neufchâteau in de Belgische Ardennen, aan de weg naar Florenville, ligt de Frans-Duitse oorlogsbegraafplaats van Malome. Hier liggen soldaten die op
20-22 augustus bij de gevechten rond Longlier-Hamipré en Neufchâteau gesneuveld zijn. De begraafplaats is oorspronkelijk in 1917 door het Duitse leger ingericht. Na de Tweede
Wereldoorlog zijn de lichamen van soldaten van acht begraafplaatsen in de omgeving naar Malome gebracht, voor zover ze niet in eigen land begraven zijn. Linksboven zien we de
de ingang met informatie over de begraafplaats; de andere foto's geven een overzicht. Net als elders zijn de lichte kruizen zijn voor de Franse soldaten, de donkere voor de Duitse.

 Op 20 augustus 1914 trokken de Duitsers na de
 Slag van La Justice Neufchâteau binnen en namen
er zeven notabelen in gijzeling, waaronder Henri
  Gourdet. Ze brachten de nacht door op een kar
  nabij Longlier en werden vervolgens naar een
kamp in Duitsland gebracht. Gourdet deed de ge-
  lofte op de plaats waar de kar stond een kapel
op te richten, als hij zou overleven. Hij loste de ge-
lofte in 1919 in. De kapel is gewijd aan Onze Lie-
ve Vrouwe van Luxemburg en staat nabij Longlier
aan de N825.

Op de Frans-Duitse militaire begraafplaats Bertrixheide in de gemeente Bertrix in de Belgische Ardennen (zie foto's boven) liggen de ge-
sneuvelden van de gevechten van 22 augustus 1914 begraven. Oorspronkelijk lag een deel van de gevallenen op de nabij gelegen be-
graafplaats Waldfriedhof. Deze is tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeheven en de lichamen zijn opnieuw bijgezet op de begraafplaats
Bertrixheide (oorspronkelijk Heidefriedhof geheten). Men vindt hier de graven van 254 Duitse en 264 Franse soldaten.

Bij de ingang van de gemeentelijke begraafplaats in Bouillon
in België naast de N89 staat het monument op de foto links.
Het draagt het opschrift "Aan de Franse en Belgische Helden
1914-1918" en de namen van negen Franse en twee Belgi-
sche militairen.Voor zover ik heb kunnen nagaan gaat het om
militairen die in de eerste oorlogsweken in of bij Bouillon ge-
sneuveld zijn of daar in krijgsgevangenschap zijn overleden en
op de naastliggende begraafplaats begraven zijn. De architect
van het monument is Marcel Tock, de beeldhouwer is Jean
de Bo, beiden uit Brussel.



De drie foto's hierboven geven beelden van de begraafplaats Musson Barancy aan de N88 ten westen van Baranzy in Belgie, ten noorden van Verdun. De begraafplaats bevat graven van zowel Duitse
soldaten (in grijze steen) als Franse soldaten (gele kruizen) die in de eerste dagen van de oorlog gesneuveld zijn in de Slag van Barancy, die van 20-24 augustus 1914 plaatsvond tussen het IVe Duitse
leger en het IVe Franse leger. Er zijn hier 945 graven: 511 Duitse (waarvan ook een aantal van later in de oorlog gevallenen) en 431 Franse. Daarnaast zijn er ook nog drie Franse soldaten begraven die
in de Tweede Wereldoorlog omgekomen zijn. De begraafplaats werd in 1917 ingericht en was oorspronkelijk alleen voor Duitse soldaten. De Franse soldaten werden er in 1919 bijgezet.

************************************* Villes Martyres - Martelaarsteden in de Ardennen ***************************************

Vooral  tijdens de inval van de Duitse troepen in België en Frankrijk werden op veel plaatsen  oorlogsmisdaden  gepleegd tegen de lokale bevolking: Burgers werden op
veel plaatsen gefusilleerd of  naar Duitsland gedeporteerd, steden en dorpen werden in brand gestoken, enz. Veel plaatsen waar dit gebeurde kregen later de al dan niet
officiële status van "ville martyre" - martelaarstad. In deze sectie treft men foto's van monumenten in dergelijke martelaarsteden aan in de Belgische Ardennen.

Bij de gevechten rond Rossignol werden 126 burgers van deze en omliggende plaatsen door de Duitsers opgepakt op beschuldiging op hen ge-
schoten te hebben. Ze werden drie dagen lang zonder eten en drinken op een weide bij Rossignol vastgehouden en daarna naar het station van
Aarlen (Arlon) overgebracht. Daar zijn ze tegen de muur van de brug van Schoppach doodgeschoten. De lichamen werden begraven in een
massagraf. Op 18 en 19 juli 1920 werden de slachtoffers overgebracht naar een grafkelder in het centrum van Rossignol, in aanwezigheid van
Koning Albert I.
Op de foto rechtsboven zien we het monument met alle 126 namen aan de Rue Camille Josset, naast het massagraf. De foto middenboven laat
deze Caveau des Fusillés zien. Rond het graf loopt een kruisweg. Op de foto linksboven zien we de ingang van de grafkelder. De grafkelder is
van de hand van de architect Adrien Blomme, het fries is van Frans Huygelen. De grafkelder is ingewijd op 1 juni 1925 in aanwezigheid van
Koningin Elizabeth. Tegenover het plantsoen met het massagraf aan de andere kant van de straat bevindt zich een gebouw met een herdenkings-
plaquette van de gebeurtenis van 26 augustus 1914. Deze is in 1947 aangebracht en vervangt een oudere plaquette uit het interbellum. Deze was
tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers verwijderd.

Op de valse beschuldiging op de Duitse troepen geschoten te hebben namen soldaten van het keizerlijke leger op 22 augustus 93 inwoners
van Tintigny en Ansart in gijzeling. 36 uit Tintigny en drie uit Ansart werden apart genomen en na een snelrechtprocedure op een veldje bij
het buurtschap Les Loynes bij Ansart gefussilleerd, samen met nog een inwoner uit Ansart die onderweg was opgepakt. (Andere informa-
tie spreekt van 41 inwoners uit Tintigny, dus in totaal 45 gefussilleerden; op het monument bij Les Loynes staan 42 namen). De slachtoffers
werden ter plekke in een massagraf begraven. Toen de gegijselden waren afgevoerd werd Tintigny in brand gestoken, waarbij meer dan
honderd huizen verwoest werden. Burgers die aan de vlammen probeerden te ontsnappen werden door de soldaten onder vuur genomen.
Zestig van hen kwamen om. Ook Ansart werd in brand gestoken, waarbij 35 huizen in vlammen opgingen en zeven bewoners omkwamen.
Andere dorpen in de omgeving ondergingen hetzelfde lot.
Op het veldje bij Les Loynes waar de fussilade plaatsvond en het massagraf werd gegraven staat nu het tempelachtige gebouwtje met de
namen van de gefusilleerden dat we op de foto linksboven zien. Er is ook een plaquette met namen van gevallen uit WO2 aangebracht. In
het gebouwtje bevindt zich een soort van altaar met daarop een beeldengroep. Het monument werd op 21 augustus 1921 ingewijd. De ar-
chitect is Léon Lamy, de beeldhouwer Jean Canneel en de uitvoerders waren E. Claisse en Andriaux. Linksonder zien we een foto van de
inwijding van het monument.
De foto rechtsboven laat de kerk van Tintigny zien met ervoor het monument voor de doden uit WO1 (gefusilleerden, gesneuvelden en ge-
deporteerden). Er zijn ook twee plaquettes met namen uit WO2 aangebracht. Dit monument is eveneens een werk van Léon Lamy en Jean
Canneel. Hoewel het al in 1922 klaar was, werd het pas in 1931 ingewijd. Het beeld van Canneel in het monument laat een oude man zien
die een jongen het verhaal van de gebeurtenis vertelt. De foto's middenboven en linksmidden tonen de verwoestingen na de brandstichting
door de Duitse troepen op 22 augustus 1914 in Tintigny.
(De twee oude foto's linksonder en die middenboven zijn foto's van oude foto's op de informatieborden in Tintigny en Ansart.)

Naast het monument voor de gevallen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Houdemont staat een informatiebord. Het vertelt over de gruweldaden van het 23e infanterieregiment van
het Duitse leger op 24 augustus 1914, waarvan elf burgers het slachtoffer werden. Ze werden vermoord omdat ze zich niet hielden aan de avondklok, bij willekeurige schietpartijen, omdat
ze zich trachtten te verbergen of juist te vluchten en dergelijke redenen. Tijdens dit Duitse optreden werd het dorp in brand gestoken, waarbij 63 huizen werden verwoest. De Duitsers recht-
vaardigden hun gedrag met de - naar gebleken is onjuiste - beschuldiging dat er door burgers op hen geschoten werd.
Op bovenstaande foto's zien we links het monument voor de gevallenen uit de beide wereldoorlogen met rechts ervan het informatiebord. Dr foto in het midden laat Houdemont ruim honderd
jaar na de gebeurtenissen zien (in 2017). De foto rechtsboven (genomen van een detail van het infobord) laat een "trotse" Duitse eenheid zijn voor de ruïnes van het dorp. De met de hand ge-
schreven tekst op de foto dateert van later.


2) Lotharingen

Het Duitse oorlogskerkhof  Noyers-Pont-Maugis, 5 km ten zuiden van Sedan. Dit kerkhof voor in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde Duitse soldaten werd in 1922 door de Fransen aangelegd.
In het begin van de Tweede Wereldoorlog vielen in deze streek opnieuw veel soldaten. Deze werden aanvankelijk op provisorische kerkhoven begraven of aan de kant van de weg. Niet  lang
daarna werden ze overgebracht naar een areaal aansluitend bij dit kerkhof voor de Eerste Wereldoorlog. Na WO II werden er nog een aantal graven aan toegevoegd. Zowel op het deel  waar de
soldaten uit de Eerste Wereldoorlog liggen  als op het deel voor de Tweede Wereldoorlog bevinden zich individuele graven en een massagraf. Momenteel liggen er 14.055 soldaten uit WO I en
12.788 soldaten uit WO II. De huidige begraafplaats werd op 17 september 1966 ingewijd en wordt beheerd door de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge e.V. 
De foto linksboven toont de ingang van de begraafplaats. Hier bevindt zich op de muur een plakette (foto boven midden). Via de trap komt men in een informatieruimte. Vanaf het ingangsgebouw
leidt een weg naar de herdenkingshal met een kapel. Als belichaming van het verdriet om de gesneuvelden uit beide wereldoorlogen staat hier het door prof. dr. Kurt Schwippert gemaakte standbeeld
van een vrouwenfiguur uit mosselkalk. De foto linksonder geeft een beeld van het deel van de begraafplaats waar de soldaten uit de Tweede Wereldoorlog liggen. De foto in het midden laat het deel met
de graven  van de soldaten uit de Eerste Wereldoorlog zien. De foto rechtsonder toont het massagraf op dit deel. De gedenksteen heeft de tekst: "In een gemeenschappelijk graf rusten hier 4938
Duitse gevallen van de Wereldoorlog1914-1918. 4659 bleven onbekend".

Niet ver van het Duitse oorlogskerkhof van Noyers-Pont-Maugis  bevindt
zich ook een Franse oorlogsbegraafplaats met gevallen  van de Eerste We-
reldoorlog I. Deze  is oorspronkelijk in 1920 ingericht. In 1934 werden er
Britse soldaten van begraafplaatsen uit de omgeving bijgezet. Na  de Twee-
de Wereldoorlog zijn er ook soldaten uit deze oorlog begraven. Thans lig-
gen er 4545 Franse soldaten uit WO I plus 62 geallieerde gesneuvelden. De
meesten zijn tussen 27 en 29 augustus 1914 gevallen. Uit WO II liggen er
18 Franse en 7 Britse miltairen.


In de streek tussen Inor en Stenay  (dep. Meuse) is op 26, 27 en 28 augustus 1914 hevig gevochten.  De Duitsers zijn er de Maas waren overgestoken, hoewel de Franse alle
bruggen hadden opgeblazen en hen op de andere oever probeerden tegen te houden. Talloze monumenten getuigen van deze strijd, waarvan er hier enkele worden getoond.


Iets ten westen van Luzy-Saint-Martin aan een doodlopende weg bevinden zich twee groepen monumenten. Eerst passeert men het massagraf met monument.van de bonste twee foto's
voor Franse en Duitse soldaten. Enkele meters verderop liggen de afzonderlijke Duitse graven van de twee foto's onder. De monumenten zijn tijdens de Duitse bezetting opgericht, later
vervallen, weer hersteld en dan vanwege de herdenkingen vanaf 2014 opnieuw opgeknapt. Oorspronkelijk waren er de Franse en Duitse soldaten bijeengebracht die op het slagveld her
en der voorlopig begraven waren. Thans zijn de graven leeg. De doden zijn naar twee  begraafplaatsen bij Brieulles gebracht, evenals die van enkele andere begraafplaatsen vlakbij. Deze
laatste zijn na deze herbegrafenis vernield, met uitzondering van de Rotonde (zie beneden - Foto's van de Franse begraafplaats bij Brieulles vindt men verderop op deze pagina.) De Franse
doden behoorden vooral tot het 8e en 24e koloniale corps, de Duitse gesneuvelden tot de 11e divisie.

Volgt men de doodlopende weg langs de bovenstaande grafmonumenten,
dan komt men bij een bos met hierin de zgn. Rotonde. Vanaf de bosrand
heeft men een goed uitzicht over het voormalige slagveld (foto links).

Op het slagveld bij Luzy-Saint-Martin sneuvelden ongeveer 2000 Franse en Duitse soldaten. In de door de Duitsers gebouwde Ro- tonde - tegelijk monument en begraafplaats - werden 82 Franse en 118 Duitse soldaten bijgezet. Ook hun stoffelijke resten werden later naar de twee aparte Franse en Duitse begraafplaatsen nabij Brieulles overgebracht. De foto's boven en links geven een beeld van de Rotondo met in het centrum een machtige eik met bank. De boom werd er  al door de Duitsers geplant. Rondom bevindt zich een muur met gedenkstenen. Voor de muur lagen de graven. Van de Franse soldaten zijn op een steen de namen gegeven.
Aan het begin rechts van het pad naar de Rotonde staat de ge- denksteen van de foto rechts.
De tekst op de steen links luidt (ver-
taald): "De gemeente Luzy-Saint-Mar-
tin en de Vrienden  van de veteranen
van het 22e Marinekorps ter herinne-
ring aan het 22e regiment van de kolo-
niale infanterie die op 27 augustus 1914
vanuit deze bosrand aanviel  in de rich-
ting van Luzy-Saint-Martin en het dorp
om 13.30 u is binnengedrongen na 1128
van de  zijnen te hebben verloren ofte-
wel 40% van de manschappen die heb-
ben gevochten".

Als men Laneuville verlaat in de richting  Beaumont ziet men al gauw links van de weg
het monument op de foto links. Het is ter ere van de 87e brigade infanterie en het 42e
regiment van de artillerie die op 27 augustus 2014 "bloedige verliezen hebben toege-
bracht aan de Duitsers en hen in de richting van de Maas hebben teruggeworpen". Het
monument eert tevens alle soldaten van deze regimenten die in de oorlog van 1914-
1918 voor Frankrijk gestorven zijn.

*****

De foto rechts laat het monument zien in Montigny-devant-Sassey ter nagedachtenis
aan de 175 officieren, onderofficieren en soldaten van het 117e regiment infanterie,
aldus de tekst op het monument, die op 31 augustus bij de gevechten om de plaats ge-
sneuveld zijn. Voor het monument liggen een aantal van de gevallen militairen begraven.


********************************************* Montmédy *********************************************

De ongeveer 2300 man van het garnizoen in de Citadel van Montmédy kregen op 27 augustus 1914 het bevel zich terug te trekken naar Verdun. Wanneer ze zich de ochtend daarna in het bos
van Woëvre nabij Mouzay bevinden, treffen verkenners voor hen veel Duitse troepen aan. Bij het verder trekken stuiten de Fransen in het bos van Brandeville op 29 augustus 's morgens vroeg
op een Duitse eenheid en besluiten die aan te vallen. Door het verrassingseffect brengen de Fransen de Duitsers aanvankelijk zware verliezen toe en doden 600 tegenstanders. De Duitsers herstel-
len zich echter erg snel  en weten de  Franse eenheid te verslaan.  Zo'n 600 verliezen er het leven  en ongeveer 900 worden als krijgsgevangenennaar een kamp bij Ingolstadt in Beieren gebracht
en onder zeer streng regime gesteld. Slechts weinig Fransen bereiken Verdun. 516 gesneuvelden Fransen liggen nu begraven op de militaire begraafplaats bij Brandeville, waarvan 506 in een massa-
graf en tien in individuele graven. De foto linksboven toont de poort van de Citadel van Montmédy, genomen vanaf de binnenplaats. Links van de poort op de muur bevindt zich een plaquette die
de manschappen van de Slag bij Brandevilleherdenkt (anders dan in de Internetbronnen is hier sprake van 2500 in plaats van 2300 soldaten die het fort op 27-8-1914 verlieten). Linksboven de
begraafplaats bij Brandeville. Oorspronkelijk is deze door de Duitsers aangelegd. In de jaren 1920-1924 zijn de lichamen er opnieuw begraven en is de begraafplaats in zijn huidige vorm aangelegd.

***************************** Alain Fournier *******************************

Alain Fournier (pseudoniem voor Henri-Alban Fournier) was een bekende schrijver die met zijn roman Le Grand Meaulnes uit 1913 net de Prix Goncourt miste. Ook hij werd als soldaat voor de Grote Oorlog opgeroepen en diende als tweede luitenant in het 288e infanterieregiment. Al in het begin van de oorlog, op 22 september 1914, raakte hij zwaargewond bij gevechten in de bossen bij St.-Rémy-la-Calonne, ten zuidoosten van Les Éparges. Hij verdween en werd als vermist beschouwd, totdat in 1991 zijn lichaam met dat van twintig anderen in een door de Duitsers gegraven massagraf werd teruggevonden. Nu staat er een monument. Alain Fournier en de anderen werden herbegraven op de militaire begraafplaats te St-Remy.

Bijgaande foto's laten de plaats zien waar Alain Fournier en zijn kameraden in het Bos van St.-Rémy gevonden zijn (boven) en de begraafplaats van St-Rémy-la-Calonne waar ze zijn herbegraven. Het oorspronkelijke massagraf is nu afgedekt met een koepel. Waar de lichamen lagen staan nu bordjes met de namen van de soldaten. Naast het graf is een monument in de vorm van een vlam met daaronder de datum van overlijden.
Onder zien we de militaire begraafplaats van St-Rémy en het graf van Alain Fournier, dat rechts van het middenpad op de eerste rij ligt. De foto rechtsonder is van een massagraf voor 16 Duitse soldaten die ook op 22 september bij de Tranchée de Calonne in hetzelfde bos gesneuveld zijn.


–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–


Links naar mijn andere foto's van de Eerste Wereldoorlog:

Het Westfront

Het Oostfront

Het Oostenrijks-Italiaanse Front

Buiten de fronten

 

terug naar de inleiding  

terug naar de homepage