terug naar de inleiding
terug naar de homepage
Eerste Wereldoorlog - Foto's van het Westfront
Vogezen en Elzas
| Inhoudsopgave
van deze pagina 0) Voor het officieel begon: De eerste doden 1) Algemeen 2) De Petit Ballon 3) De Grand Ballon 4) Hartmannswillerkopf 5) Kilometer 0 |
0) Voor het officieel begon: De eerste doden
|
|
| Hoewel
Duitsland op 3 augustus 1914 Frankrijk de oorlog verklaarde, vielen de
eerste doden al een dag eerder in de strijd tussen beide landen. Kor- poraal Jules-André Peugeot was ingekwartierd in een huis in Joncherey in de zuidelijke Elzas. Op 2 augustus rond half tien kwam de dochter van de huiseigenaar melden dat ze een Duitse patrouille in het dorp had gezien. Peugeot en zijn mannen gingen er meteen op af. Een half later stootten ze op de Duitse eenheid. Toen de Fransen de Duitsers gevangen wilden nemen, schoot Albert Mayer, de commandant van de Duitse patrouille, tweede-luite- nant Peugeot met zijn pistool in de schouder. Peugeot viel, schoot nog terug op Mayer maar miste, waarop andere Franse soldaten Mayer dodelijk verwondden. Mayer overleed ter plekke. Peugeot werd teruggebracht naar het huis waar hij ingekwartierd was, waar ook hij stierf. Ze gelden als de eerste gevallenen voor hun land in de Eerste Wereldoorlog. Peugeot werd begraven in zijn woonplaats Étupes in het department Doubs, waar hij on- derwijzer was. Op 16 juli 1922 werd in Joncherey tegenover het huis waar Peugeot ingekwartierd was een monument voor hem geplaatst. dat werd ingewijd door de Franse president Poincaré. Op 24 juli 1940 werd dit monument door de Duitse bezettingstroepen vernield, zoals de plaquette op de foto rechtsboven ons verteld. In 1959 is op deze plaats aan de D463 een nieuw monument voor Peugeot geplaatst. (foto rechtsboven; de plaquette rechtsboven bevindt zich op een hek links van het monument). Albert Mayer werd eerst in Joncherey begraven. Zijn lichaam werd later bijgezet op de Duitse militaire begraafplaats in Illfurth (ten zuiden van Mulhouse). Zijn graf ligt links naast het massagraf aldaar (foto's beneden). | |
![]() |
![]() |
1) Algemeen

Om strategische redenen en voor de
bevoorrading van
het front in de Vogezen legde het Franse leger in 1914 een 89
km
lange weg aan vanaf
Sainte-Marie-aux-Mines in het noorden tot aan Cernay in het
zuiden. Deze zogeheten Route des Crêtes loopt
ongeveer langs de vroegere
Frans-Duitse grens van na de oorlog van 1870-71 en passeert onder
andere de Col du Bonhomme, de Col de la Schlucht, het Hohneck Massief,
de Col du Markstein, Col du Grand Ballon en de Vieil
Armand (Hartmannswillerkopf).
Omdat de weg net onder de toppen aan de westkant ervan
lag, was deze beschut voor Duits kanonvuur. De Route des Crêtes
is nu populair bij toeristen en racefietsers. De foto hierboven toont
de weg vlak
voor de top van de Col du Grand Ballon met de maker van deze website.


Linksboven de Franse militaire
begraafplaats Bois de
Maettlé bij Sondernach. Hier liggen 373 Franse soldaten uit
de
Eerste Wereldoorlog, voornamelijk gesneuveld
bij de gevechten in het dal van de Fecht, en één
soldaat
gesneuveld in de Tweede Wereldoorlog. De begraafplaats is in 1920
aangelegd en tussen 1924 en 1929
gereconstrueerd. Het nabijgelegen dorp Sondernach werd tijdens de Slag
van Metzeral in juni 1915 geheel verwoest. Na de oorlog werd er, net
als overal elders
in Frankrijk, een monument opgericht om de doden uit de oorlog te
herdenken. In de Tweede Wereldoorlog werd dit echter door de Duitse
bezetters verwoest.
De foto rechtsboven toont het monument dat hiervoor later in de plaats
is gekomen en ook de doden uit WO II herdenkt.
![]() | Bij Le Breitfirst,
niet ver van de Col du Markstein, bevindt zich een begraafplaats voor elf gesneuvelde Franse soldaten. In 1940 werd door de Duitsers het bijbehorende monument vernield. In 1979 werd dit monument er neergezet. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| De
Duitse militaire begraafplaats in Illfurth, ten zuiden van Mulhouse, is
tussen 1920 en 1931 ingericht. Er liggen soldaten begraven die
in de regio gesneuveld zijn: 1448 in individuele graven en 539 in een massagraf. Van deze 539 is de naam van 519 niet bekend. Op deze begraafplaats ligt ook het graf van Albert Mayer, de eerste gesneuvelde Duitse soldaat (zie boven op deze pagina, sectie 0). Verder zijn ook 117 Franse gesneuvelden hierheen overgebracht. Middenop staat een groot monument met een adelaar. Het is een eerbetoon aan drie Duitse vliegeniers die op 18 maart 1916 bij een achtervolging van een Frans vliegtuig en het luchtgevecht zijn omgekomen. Het monument stond eerst op het vliegveld van Habsheim. In 1975 zijn de oorspronkelijk houten kruizen van de graven vervangen door stenen grafzerken. In juli 2013 zijn er de resten van 21 Duitse soldaten bijgezet die in maart 1918 in een loopgraaf bij Carpsbach bedolven geraakt waren en waren omgekomen bij een beschieting door Franse artillerie. Ze waren twee jaar eerder vanwege werkzaamheden opgegraven. Op de bovenste rij foto's zien we links de ingang van de begraafplaats. De individuele graven erachter liggen alle op een helling, zoals we op de twee foto's ernaast kunnen zien. Het massagraf bevindt zich midden op de begraafplaats met erachter de adelaar (foto tweede rij.links). De foto ernaast laat de gedenksteen van het massagraf zien met daarop o.a. de namen van de 20 wel bekende soldaten. Op de begraafplaats vinden we behalve de standaard zerken ook enkele speciale grafstenen (foto's 2e rij rechts en onderste rij links). Verder staan er monumenten voor het 123e Beierse Landwehr regiment en het 15e Beierse Landwehr infanterieregiment (foto's onder midden en rechts). |
||
–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–
2) De Petit Ballon











![]() | Ruïne van het voormalige Hotel Grand
Ballon dat van 1888 tot 1914 op de berg nabij de top gestaan heeft |
![]() | |
| Hartmannswillerkopf,
in het
Frans ook bekend onder de naam Vieil Armand,
is een berg in de Vogezen ten noordwesten van Mulhouse met een vrij
uitzicht over de Rijnvlakte. Het was één van de meest omstreden punten in de Vogezen. Vooral in 1915 is er diverse keren hard gevochten. Daarna nam de gevechtsactiviteit sterk af. Tussen 1914 en 1918 zijn er zo'n 30.000 soldaten gesneuveld, meest Fransen. Nu is het gebied een Frans nationaal monument. Er bevinden zich een groot herdenkingsmonument met een herdenkings- kapel, een begraafplaats en een museum. Er is een wandelpad gemaakt langs de loopgraven, die deels gereconstrueerd zijn. Hierboven links zien we een overzichtskaart van het gebied en de wandelroute. De volgorde van de foto's hieronder is die van Boucle 1 (foto's van Boucle 2 ontbreken): Vanaf de parkeerplaats links op de foto, passeert men eerst het museum, dan komen de herdenkingsruimte (Crypte) en het Nationaal Monument en erachter ligt de begraafplaats. Achter de begraafplaats begint de wandelroute. De loop- graven liggen langs de noordkant van de wandelroute. De Sermet is een uitzichtspunt met bunker halverwege de noordzijde van de wandelroute.1 Ongeveer bij het keerpunt van Boucle 1 staat een groot herdenkingskruis. Rechtsboven een informatiepanel met een luchtfoto van Harmannswillerkopf met daarop aangegeven diverse monumenten. |
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Vanaf
de pakeerplaats op weg naar de loopgraven passeert men eerst de Crypte
met daar bovenop het Altaar (zie beneden). De crypte is
zowel een herdenkingskapel als de laatste rustplaats voor de stoffelijke resten van ongeveer 12.000 onbekend gebleven soldaten. Je komt bij de ingang van de Crypte via een aflopend pad, dat een loopgraaf symboliseert (foto linksboven). Een ganf leidt dan naar de eigenlijke herdenkingsruimte (foto middenboven) . In het midden daarvan bevinden zich de graftombe met de resten van de gesneuvelden en daarop een eeuwige vlam. (foto midden- onder) Op de rand van de grote herdenkingsplaquette onder de vlam staat geschreven: "Degenen die vroom stierven voor het vaderland, hebben er recht op dat de menigte bij hun doodskist komt en bidt." Rondom in de ruimte bevinden zich een katholieke (foto rechtsboven), een protestantse (linksonder) en een joodse kapel (rechtsonder). Aan de Crypte en het Altaar is van 1924 tot 1929 gewerkt. Het is een ontwerp van de architect Robert Danis en de beeldhouwer Antoine Bourdelle. De Crypte en het Altaar zijn op 29 september 1929 ingewijd door generaal Gaston d'Armau de Pouydraguin, die als commandant van de Alpenjagers een belangrijke rol heeft gespeeld bij de gevechten op de Hartmannswillerkopf. Hij vroeg in zijn rede ook te denken aan de gevallen "aan de andere kant", Nadat er nog diverse andere werkzaamheden aan het terrein zijn verricht, zoals de oprichting van het grote kruis (zie beneden), is het Nationale Monument in zijn geheel ingewijd op 9 oktober 1932 door de Franse president Albert Lebrun in aanwezigheid van vertegenwoordigers van regering en leger, waaronder ook Pouydraguin. |
||
![]() |
![]() |
![]() |
| Op een plateau boven de Crypte, bevinden zich
het Altaar en de Papieren Bom (foto's boven). Ze maken ook deel uit van het Nationale Monument. Het bronzen Altaar van
het Vaderland is een kopie van het altaar dat op de Champs-de-Mars (Marsveld) in Parijs is opgericht ter gelegenheid van het feest van de Federatie op 14 juli 1790. De namen rondom op het Altaar verwij- zen naar de twaalf plaatsen die hebben bijgedragen in de bouwkosten. Het plateau geeft uitzicht op de nationale begraafplaats Silberloch en de berg Hartmannswillerkopf met de loopgraven en het herdenkingskruis. Op het eind van het plateau aan de kant van de begraafplaats is in 2024 een Papieren Bom geplaatst bij gelegenheid van de 110-jarige herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog. Het is een "Werk voor de Vrede en Eendracht tussen de Volken", zoals het opschrift luidt. Het is gemaakt door de Duitse kunstenaar Nessi Nezilla en aangeboden door de familie Folker R. Zöller en de Diplomatie Salon in Mannheim. |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Op
de helling tussen het Nationale Monument (bovenaan de helling) en de loopgraven
(onderaan) bevindt zich de Nécropole Nationale van Silberloch. Silberloch is de
naam van de bergpas hier in de Vogezen. De begraafplaats is direct al bij de eerste gevechten aangelegd en de Franse soldaten moesten deze plek iedere keer passeren als ze van en naar de loopgraven gingen. De begraafplaats is in de huidige vorm ingericht in de periode 1921-1926 en werd al op 1 oktober 1922 officieel met een plechtigheid ingewijd, toen de begraafplaats met toen 500 graven nog maar gedeeltelijk was ingericht.Nu liggen er soldaten begraven die op de Hartmannswillerkopf gesneuveld zijn als ook gesneuvelden die eerder begraven waren op begraafplaatsen in de om- geving maar naar "Silberloch" zijn overgebracht. In totaal gaat het om 1640 gesneuvelden, waarvan 384 onbekend zijn gebleven. Deze laatste liggen in zes massagraven, de overigen in indivi- duele graven. In de Crypte (zie boven) liggen enkele duizenden onbekend gebleven soldaten begraven. De foto's boven geven een beeld van de begraafplaats. De foto's rechtsboven en linksonder laten enkele massagraven zien. De foto's op de eerste rij zijn vanaf bovenaan de helling genomen met op de achtergrond van de foto rechtsboven de bossen van Hartmannswillerkopf met de loopgraven (vgl. de foto van de Papieren Bom hierboven). De foto's op de onderste rij zijn van beneden naar boven genomen vanaf de lage kant van de begraafplaats. |
||
![]() |
Aan het begin van de wandelroute nabij de begraafplaats staat een privé monument voor Pierre Scheurer. Scheurer, geboren op 18 oktober 1887 in Thann in de Elzas, diende in het 152e Infanterieregiment van het Franse leger en raakte op 26 april 1915 zwaar gewond bij een granaatexplosie in het regiments- hoofdkwartier. Hij overleed twee dagen later in het veldhospi- taal in Moosch aan zijn verwondingen. |
–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–.–
Terwijl het Westfront aan het westelijke einde doodliep op de
Noordzee bij Nieuwpoort, eindigde het aan de oostzijde op de Zwitserse
grens. Na aanvankelijke gevechten vanaf de
uitbraak van de oorlog besloten de
Fransen posities in te nemen op de westoever van het riviertje de
Largue, tussen Pfetterhouse en Mooslargue, zodat ze de Zwitserse
grens op hun
rechterflank hadden. De Duitsers installeerden zich op de andere oever
van het riviertje. Hiermee werd grenspaal 110 van de Zwitsers-Franse
grens het meest oostelijke punt van het
Westfront, de zogeheten Kilometer 0. (N.B. sinds 1950 loopt de
Zwitsers-Franse grens niet meer daar maar even verderop langs de
Largue). In 1916 hebben de Duitsers hun posities
versterkt, bang voor
een Franse aanval. Deze versterkingen waren overigens niet te
vergelijken met die elders langs het front. Na de oorlog raakten de
aanwezige stellingen in verval
en raakten ze overwoekerd. Vanaf rond 2010 heeft de Vereniging Vrienden
van Kilometer 0 een wandelpad langs beide zijden van het begin van het
Westfront aangelegd en enkele
stellingen opengelegd en deels gerestaureerd. Het wandelpad begint waar
de D724 tussen Pfetterhouse en Mooslargue de Largue kruist, loopt dan
langs de voormalige Duitse zijde
naar het beginpunt van het Front en langs de Franse zijde terug.
Onderstaande foto's geven een beeld van wat er vandaag de dag te zien
is.
![]() |
![]() |
![]() |
| De
drie foto's hierboven laten de restanten van een Duitse voorpost zien,
vlakbij de brug in de D724 over de Largue. Van hieruit konden de
Duitsers de brug in de gaten houden en controleren. De voorpost hoorde bij de versperring even verderop (zie de twee foto's direct hieronder) en werd in de herfst van 1915 aangelegd. De nabijgelegen brug werd overigens in 1917 vernietigd om een Franse tankaanval te vermijden. |
||
![]() |
Op de foto's links en recht zien we de restanten van een Duitse versperring in de D724 tussen Pfetterhouse en Mooslargue. Hij bestond uit drie betonnen kazematten en bijbehorende verbindings- loopgraven. Ze werden tussen de herfst van 1915 en waarschijnlijk eind 1916 aangelegd. Op de foto links zien we een van de kaze- matten. Deze werd in 2012 door de Vereniging Vrienden van Kilometer 0 gerestaureerd. De andere twee kazematten liggen verderop in het bos. Rechts zien we een verbindingsloopgraaf. |
![]() |
![]() |
De goedbewaarde infanterie kazemat op deze twee foto's contro- leerde het terrein voor het beginpunt van de Duitse frontlinie bij de Zwitserse grens. Hij is zo gebouwd dat hij de maximaal twee solda- daten die de stelling bemanden de bestmogelijke beschutting gaf, omdat er op dit gedeelte van het front slechts weinig wachtposten waren. De toegang tot de bunker is gerestaureerd met jutezakken gevuld met beton. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Op
de drie foto's hierboven zien we het begin van het Duitse front bij de
Zwitserse grens. Deze stelling bestond uit drie elementen, die nu deels
overwoekerd zijn: een betonnen bunker met een snelvuurkanon, een waarnemingspost (die niet voltooid is; foto's links en midden boven) en een ondergrondse schuilplaats voor soldaten die wachtdienst hadden (foto rechtsboven). |
||
![]() |
Op de foto links zien we het riviertje de Largue, die hier nu de grens vormt tussen Frankrijk (links op de foto) en Zwitserland (rechts). In 1914 liep het riviertje enigdzins anders maar na WO1 werd de loop rechtgetrokken en in 1950 werd er een kleine grenscorrectie uitge voerd. Op de foto's rechts zien we grenspaal 111 uit 1743. Het is een van de grenspalen die in 1914 de toenmalige Zwitsers-Franse grens markeer- de. Omdat grenspaal 110 (zie inleiding) verdwenen is, heeft de Vere- niging Vrienden van Kilometer 0 deze grenspaal als symbolisch begin van het Westfront gekozen. Op de ene zijde (linker foto) is een Zwit- serse (eigenlijk Berner) beer afgebeeld, op de Franse zijde een F. |
![]() ![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Zwitserland
had in 1914 ook een verdedigingslinie ingericht om hun neutraliteit te
bewaren en te benadrukken. Deze liep echter meer naar het binnenland.
Om de zone tot aan de grens te controleren en om Franse en Duitse troepenbewegingen te observeren, had het Zwitserse leger waarnemingsposten ingericht. Deze posten waren van hout en hadden geen verdedigingsfunctie maar waren uitsluitend bedoeld om wachtposten enige bescherming te bieden tegen verdwaalde en eventueel gerichte kogels. Op de foto links zien we een replica van Waarnemingspost 2, die hier in 2012, vlakbij Kilometer 0, opnieuw neergezet is. De middelste foto laat een deel zien van de voormalige spoorlijn tussen Pfetterhouse in Frankrijk en Bonfol in Zwitserland. De lijn was in 1910 aangelegd maar moest al net voor het uitbreken van WO1 vanwege de dreigende oorlogsomstandigheden worden stilgelegd. Na de oorlog werd de lijn heropend maar in 1970 definief opgeheven. Op de foto rechts zien we Villa Agathe, een Franse bunker uit WO1. De bouw ervan begon in oktober 1917 en was pas in juni 1918 voltooid. Het was het eerste betonnen Franse verdedigingswerk vanaf de Zwitserse grens aan het Westfront. Deze commandopost lag op een deels kunstmatig terras, ongeveer een kilometer vanaf het front. Niemand weet waarom het bouwwerk Villa Agathe heet, maar de naam werd al vanaf het begin gebruikt. |
||
|
Links naar mijn andere foto's van de Eerste Wereldoorlog: Het Westfront
Het Oostfront Het
Oostenrijks-Italiaanse Front |
terug naar de inleiding
terug naar de homepage