terug naar de Inleiding WO1

terug naar de homepage

terug naar de Inleiding Buiten de Fronten

Buiten de Fronten - BelgiŽ

BelgiŽ werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar getroffen. Niet alleen was het land gevechtsterrein voor een oorlog
waarmee het niets te maken had, ook werd het nog eens vier jaar lang door Duitsland bezet. Alles wat verwijst naar de
gevechten komt elders op de webpagina's gewijd aan WO 1 aan de orde. Op deze pagina staan foto's die verwijzen
naar allerlei aspecten van de bezetting, verzet, herdenking van gevallenen, gevolgen van het Verdrag van Versailles, enz;
kortom van alles wat te maken heeft met de oorlog maar buiten de directe gevechtszone plaatsvond of na de wapen
stilstand van 11 november 1918 is gebeurd.


1) Den Draad

Om te voorkomen dat inwoners van BelgiŽ illegaal naar het neutrale Nederland zouden gaan (om gevoelige inlichtingen naar de geallieerden over te brengen;
om vluchtelingen en smokkelaars tegen te houden e.d.) legden de Duitsers in 1915 een draadversperring aan langs de grens, van Vaals tot Cadzand. De totale
lengte van de versperring  was ongeveer 180 km en deze was twee tot drie meter hoog. De versperring werd onder elektrische stroom gezet met een spanning
van 3000 volt wisselstroom. Velen die toch langs de draad probeerden de grens probeerden te overschrijden zijn omgekomen. Dit waren vooral vluchtelingen
en verder meest smokkelaars en anderen die de draad per ongeluk aanraakten. De schatting van het aantal omgekomenen loopt uiteen van 500 tot 3000.
Op diverse plaatsen langs de grens zijn monumenten opgericht om dit te herdenken. In het bos bij Hamont-Achel, op de grens bij Budel, is bij wijze van mo-
nument een deel van de draad hersteld (foto's links- en middenboven). Het monument werd op 6 mei 2000 door het stadsbestuur ingehuldigd. De twee foto's
 laten zien dat "Den Draad", zoals het hek werd genoemd, bestond uit een driedubbele afscheiding. De middelste afscheiding stond onder stroom, de andere twee
dienden als waarschuwing. De foto rechtsboven toont het monument voor Den Draad tussen Teuven en Sippenaeken, bij de zuidgrens van Nederlands Limburg.
Het bevat de tekst: ďAan de Belgische en geallieerde slachtoffers die hier door de elektrische draad omkwamen. 1914-1918. Opgericht in 1920 door mijnheer
de graaf J. díOultremont. Beschadigd door de naziís tussen 1940 en 1945. Gerestaureerd in 1962Ē. Op de boom achter het monument bevindt zich een bordje
met ongeveer dezelfde tekst.


In de buurt van Zondereigen, in de gemeente Baarle Hertog, is Den Draad op twee plaatsen gereconstrueerd. De foto's boven links en midden laten de
gereconstrueerde draad zien waar deze de weg vanuit Baarle Nassau kruist, met een bordje dat waarschuwt voor de elektrische spanning die op de draad
stond. Lopen we het zandpad links op de linker foto af, dan komen we een eind verderop bij de reconstructie van het schakelhuis (Schalthaus) K5. Het werd
gebruikt om de spanning op de draad te regelen (zie foto rechts boven). Ook hier is een stukje dodendraad nagebouwd. Bij de herbouw van het Schalthaus
werd gebruikt gemaakt van authentieke teruggevonden onderdelen. Aan het gebouwtje zat ook een wachtlokaal vast. De reconstructie van de draad over de
weg naar Baarle Nassau dateert van 2008, die van het Schalthaus uit 2013.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

2) De Voerlijn (Spoorlijn 24)

Tijdens de oorlog was het de Duitsers door de Nederlandse regering niet toegestaan militair materieel via
de bestaande IJzeren Rijn, die langs Roermond en Weert over Nederlands grondgebied loopt, naar BelgiŽ
te vervoeren. Als alternatief legden ze daarom een spoorlijn vanaf Aken naar Tongeren aan, ten zuiden van
Nederlands Limburg: De Voerlijn. Een contract voor zo'n lijn was overigens al in 1903 tusen koning Leo-
pold II en keizer Wilhelm II getekend. De lijn bestaat nog steeds en wordt nu als Spoorlijn 24 intensief
voor goederenverkeer gebruikt. Omdat de Voerlijn voor zwaar goederenverkeer bestemd was, moest
deze zo egaal en recht mogelijk zijn en zonder gelijkvoerse kruisingen met wegen of andere sporen. Om
deze obstakels of obstakels in het landschap te vermijden werd een groot aantal kunstwerken gebouwd .
Al in december 1914 werd met de eerste voorbereidingen begonnen. Op 15 februari 1917 kon de lijn
voor militair verkeer worden geopend. Op het hoogtepunt van de werkzaamheden werkten er 12.000
mensen aan. Tweederde van hen waren Belgen, maar er werden ook Duitse en Italiaanse burgers ingezet
en vanaf 1916 ook Russische krijgsgevangen (waarvan velen naar Nederland vluchtten; zie de rubriek
Nederland van deze sectie Buiten de Fronten).
Op de foto hier zien we het viaduct over het dal van het riviertje de Voer bij Sint-Martens-Voeren. An-
ders dan de andere viaducten in de lijn is dit van gewapend beton gemaakt, een destijds nieuwe construc-
tietechniek. Het viaduct is 250 meter lang en 18-25 meter hoog. Het bestaat uit elf bogen met elk een
een spanwijdte van 15 meter en een scharnierboog van 30,8 meter.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

3) Baarle Hertog en Baarle Nassau

Baarle Hertog lag ver van het Westfront en van het vrije deel van  BelgiŽ achter de IJzer. Omdat het echter grotendeeels uit enclaves binnen het Nederlandse grondgebied bestond, werd ook dit stukje BelgiŽ
niet door het Duitse leger bezet, want dit kon alleen via Nederlands grondgebied. Om een Duitse overval op Baarle Hertog en daarmee schending van de Nederlandse neutraliteit te voorkomen, had Nederland
er een sterke troepenmacht samengetrokken. Alleen Zondereigen en nog een paar stukjes van Baarle Hertog, die direct aan de rest van BelgiŽ grensden, werden door de Duitsers bezet. De rest van Baarle Hertog
was onbezet gebied. Hierdoor kon het ook zijn eigen aandeel aan de oorlog leveren. Zo bezien is de plaatsing op deze pagina "Buiten de fronten" van het onderstaande niet geheel terecht. De hier gepresenteerde
foto's en tekst geven een indruk van de bijdrage van Baarle Hertog en zijn bewoners aan de strijd evenals de rol van Nederland hierbij.

Op een veld tussen de gehuchten Loveren en Boschoven stond van 1915 tot 1919
de 40 meter hoge zendmast van het militaire zend- en ontvangststation MN7. Om-
dat de aanvoer van het  materiaal voor de bouw via Nederlands grondgebied moest
gebeuren, was het zaak de voorbereidingen geheim te houden. Dit lukte. Ook bij de
aanvoer zelf lukte het de Nederlandse autoriteiten op allerlei manieren te misleiden,
 o.a. door te doen alsof het om de bouw van een vluchtelingenkamp ging. Toen de
zendmast klaar was, werd deze gebruikt voor het doorzenden van militaire informa-
tie. Ook geheime Duitse informatie werd ermee onderschept en er werd b.v. door-
gegeven, wanneer er Duitse zeppelins onderweg naar Engeland waren voor een
bombardementsvlucht. Omdat de zendmast nauw omsloten was door Nederlands
gebied, durfden de Duitsers deze niet te bombarderen. Tevens waren ze bang de
nabije woonbarakken te raken. De mast werd door de Belgen bewaakt uit angst
voor een Duitse aanslag. Nederland had er wachtposten neergezet om verdere aan-
voer van materiaal voor onderhoud en zo tegen  te gaan. Ook werd er een hek ge-
plaatst, maar het veld met de mast grensde aan ťťn zijde aan ander Belgisch gebied.
Op de foto links zien we een replica van de mast, die er in 2014 is neergezet.


Op de foto links zien we het huis waar Henri Van Gilse gewoond heeft. Van Gilse
was burgermeester van Baarle Hertog tijdens de Eerste Wereldoorlog en leider van
  het verzet. Hij speelde een actieve rol bij de opstelling van de zendmast MN7 (zie
boven). Toen hem door de Duitsers gemaand werd zich aan hen over te geven, was
zijn beleefde antwoord: "AprŤs vous messieurs les Boches!" ("Na u mijne heren
Moffen!"). In zijn huis was het militaire hoofdkwartier gevestigd.


Links zien we de voormalige herberg De Swaen in Loveren. De grens tussen Ne-
derland en BelgiŽ, en dus ook tussen Baarle Hertog en Baarle Nassau, loopt er
midden door de voordeur. Deze is op de grond aangegeven, zoals op de foto te
zien is. Het linker deel van het huis is Belgisch, rechts is Nederlands. Vanaf 1915
verbleef hier Prosper De Groote, telegrafist bij het zendstation MN7 in Baarle
Hertog, dat militaire informatie e.d. doorseinde. Zijn bureau stond op Nederlands
gebied. Daarmee schond De Groote de Nederlandse neutraliteit, omdat hij werkte
voor het Belgische leger. Nederland diende dan ook een klacht tegen hem in. De
Groote loste het probleem echter eenvoudig op door zijn bureau en zijn bed te
verwisselen: Voortaan sliep hij in Nederland en werkte vanuit BelgiŽ!

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

4) Neutraal Moresnet en de Oostkantons

Bij het Congres van Wenen in 1815, waar na de nederlaag van Napoleon en Frankrijk de grenzen in Europa opnieuw werden vastgelegd, werd een
klein gebiedje tussen Nederland en Pruisen aan geen van de beide landen toegewezen: Neutraal Moresnet. De grens liep vanaf het huidige Drielanden-
punt bij Vaals naar het zuiden, boog naar het zuidwesten af waar deze de huidige N3 bij Kelmis bereikte en liep vervolgens een aantal kilometer verder-
op in een rechte lijn terug naar het Drielandenpunt. Onderhandelingen tussen Pruisen en Nederland zouden de uiteindelijke status van het gebied moeten
bepalen. Vooral door de aanwezigheid van een zinkmijn, kwamen beide landen niet tot een oplossing. Na de onafhankelijkheid van BelgiŽ in 1830 en de
oprichting van het Duitse Keizerrijk in 1871 werden de onderhandelingen door deze partijen voortgezet; eveneens zonder succes. Bij het uitbreken van
WO 1 werd Neutraal Moresnet door Duitsland ingelijfd. In het Verdrag van Versailles werd het aan BelgiŽ toegewezen, dat het op 10 januari 1920 de-
finitief in bezit kreeg. De naam werd gewijzigd in Kelmis (Frans: La Calamine) om verwarring met het nabijgelegen Belgische Moresnet te voorkomen.
Ter compensatie voor de geleden oorlogsschade eiste BelgiŽ bij de onderhandelingen vredesonderhandelingen in Versailles, ook grote delen van het
Duitsland op. De geallieerden vonden deze eis echter te vergaand en beperkte de gebiedsuitbreiding tot een ongeveer 20 tot 50 km brede strook, die
nu de zogenaamde Oostkantons vormen: Eupen, Malmedy en Sankt Vith. In 1925 werden de streek definitief bij BelgiŽ gevoegd.
De foto's hier geven een indruk van de voormalige situatie en wat daarvan vandaag de dag nog te zien is.

Op de foto linksboven zien we de huidige LŁtticher StraŖe (N3) in Kelmis, van zuidwest (voorgrond) naar noordoost. Destijds vormde deze straat de zuidoostgrens van Neutraal Moresnet met links Neutraal Moresnet en rechts Pruisen / Duitsland. In
augustus 1914 trokken Duitse troepen langs de LŁtticher StraŖe richting BelgiŽ. Bij het Verdrag van Versailles uit 1919 is niet alleen Neutraal Moresner maar ook het gebied rechts van de straat bij BelgiŽ gevoegd (zie inleiding). Volgt men de LŁtticher
StraŖe in de richting van Aken, dan ziet men rechts ter hoogte van nummer 119, verscholen in het groen, de oude grenspaal LX (foto midden boven). Op dit punt verliet de grens tussen Neutraal Moresnet en Duitsland de LŁtticher StraŖe en liep in een
rechte  lijn pal naar het noorden tot aan het Drielandenpunt bij Vaals. Langs deze hele oostgrens van Neutraal Moresnet loopt nu een voetpad. De foto is aan de vroeger Duitse kant van de paal genomen. Het voetpad begint rechts aan de overkant van
de straat. De foto rechtsboven laat de Schule Louis / …cole Louis / Louis School zien (het rode gebouw). Van 1848 tot 1940 was het een school. Sinds 1952 is het het gemeentehuis van Kelmis.

Bovenstaande foto's laten drie van de grensstenen zien, die het territorium van Neutraal Moresnet afbakenden. Ze staan alledrie vlakbij het Drielandenpunt in Vaals. Op de foto links zien we de eerste steen vanaf het Drielandenpunt, op de grens
tussen Neutraal Moresnet en Duitsland. Volgt men het voetpad vanaf de Vaalserberg aan de Belgischekant  naar beneden dan komt men al gauw bij de grenssteen van de middelste foto. Deze gaat overigens bijna geheel in de begroeiing schuil.
Achter de steen begon tot 1919 Duitsland. De Duits-Belgische grens ligt nu echter een eindje verderop door de annexaties van BelgiŽ van een strook Duitsland overeenkomstig het Verdrag van Versailles (zie boven). Grenssteen XXX op de
rechter foto is de eerste eerste grenssteen die men tegenkomt als men de weg achter de Boudewijntoren naar rechts volgt. Hij stond op de grens tussen BelgiŽ (voorgrond) en Neutraal Moresnet.


Het Drielandenpunt op de Vaalserberg was vroeger een uniek vierlandenpunt.
Het was uniek, omdat er momenteel maar ťťn vierlandenpunt in de wereld be-
(in Zuidelijk Afrika). Op de foto ziet men op de grond, uitgaande van de pilaar
die het drielandenpunt aangeeft, de grenzen met zwarte lijnen aangegeven. Het
vak op de voorgrond is BelgiŽ. In de tijd van Neutraal Moresnet was dit ver-
deeld in een taartpunt links voor BelgiŽ en een taartpunt rechts voor het mini-
staatje.


Dit voormalige douanegebouw bij Xhoffrais op de foto links
verloor zijn functie, toen de grens tussen BelgiŽ en Duitsland
naar het oosten verschoof. Nu is het een hotel-restaurant-cafť.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

5) Spa

Spa speelde tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol, ook omdat hier een korte tijd het Grote Hoofdkwartier van het Duitse leger gevestigd was,
en wel van 8 maart 1918 tot aan het einde van de oorlog. In oktober van dat jaar ontvluchtte de Duitse keizer Wilhelm II zijn land, waar de stemming steeds
revolutionairder werd, en vestigde zich in Spa. Vanuit deze plaats vertrok hij op 10 november 1918 naar Nederland, waar hij afstand deed van de troon. In
Spa bevinden zich diverse monumenten die hiermee verband houden of die verwijzen en naar WO1 in het algemeen.

De foto links toont het voormalige Hotel Britannique aan de Rue Dagly. Het hotel
dateert oorspronkelijk uit 1669 of eerder. In zijn huidige vorm is het van 1852. Het
 is de schouwplaats van diverse belangrijke historische gebeurtenissen geweest. Na
de Duitse inval in BelgiŽ in 1914 werd het hotel al op 4 augustus door de staf van
het 10e Legerkorps als hoofdkwartier in gebruik genomen. Vanaf 8 maart 1918
was het Grote Hoofdkwartier van het Duitse leger er gevestigd. In de kelder werd
een bunker ingericht en o.a. Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff verbleven in
het gebouw. Op 29 september 1918 om 10 uur 's-morgens vond in het hotel het
gesprek plaats tussen de Duitse staatssecretaris voor buitenlandse zaken Paul von
Hintze, Von Hindenburg en Ludendorff, dat leidde tot de conclusie dat de oorlog
verloren was. Keizer Wilhelm II, die in oktober van Duitsland naar Spa gevlucht
was en er in de villa La Fraineuse verbleef, heeft hier op 9 november met officier-
en gesproken over zijn troonsafstand. Of de keizer in dit hotel daarover ook een
verklaring heeft ondertekend of dat hij dit in zijn villa deed, is onduidelijk (de defi-
nitieve ondertekening van de troonsafstand vond later in Kasteel Amerongen in
Nederland plaats). In 1958 heeft de Belgische staat het hotel van de toenmalige
eigenaar gekocht. Sindsdien is er een internaat gevestigd.


In het Parc de Sept Heures bevindt zich bijgaand monument dat de
  wapenstilstand van 11 november 1918 herdenkt. De Franse tekst
op de sokkel luidt vertaald: "Ter herinnering aan de Overwinning van
de Geallieerden en uit respect en bewondering voor het lijden van het
dappere BelgiŽ. Dit monument is de stad Spa aangeboden door een
Engelse officier. Majoor C.E. Radclyffe ex 1st [Regiment of] Life
Guards". Rechts op de zijkant van het monument staat in het Frans
geschreven: "De witte vlag van de wapenstilstand is van hier vertrok-
ken. 7 november 1918" (foto rechts). Het basreliŽf van dit monument
uit 1925 is van de hand van Godefroid Devreese.


Op het Place du Monument in Spa staat het plaatselijke algemene monu-
ment voor de doden uit de beide wereldoorlogen (foto linksboven). De
vredesboom erachter herdenkt de bevrijding in 1918. Het monument op
de foto rechtsboven bevindt zich in de kerk Notre Dame et Saint Rema-
cle en herdenkt de doden uit de paroche Saint Remacle die voor BelgiŽ
gevallen zijn, eveneens uit beide wereldoorlogen. Het monument op de
foto direct links is voor de gesneuvelden van het 4e Regiment Lanciers in
WO 1 en 2. Het staat op de Place Royale.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

6) Luik: Het Monument voor de Intergeallieerden en bijliggende monumenten

In Luik, op de heuvel van de wijk Cointe, ten westen van het station Luik-Guillemins, bevindt zich het Monument voor de Intergeallieerden. Het
bestaat uit een herdenkingstoren, een kerk en een aantal nationale monumenten. Verder bevinden zich op het complex het Monument voor de
Verdedigers van Luik en een monument van oudstrijders uit Afrika. Lopen we vanaf het station naar het monument dan zien we toren en kerk al
vanaf afstand boven de huizen uitsteken (foto linksboven). Op de foto in het midden zien we ze van nabij. De monumenten kwamen tot stand op
initiatief van   de Internationale Federatie van Oudstrijders. Voor Luik werd gekozen, omdat hier de eerste grote veldslag uit WO1 plaatsvond.
Aanvankelijk waren er zeer grootste plannen voor algemene en nationale monumenten, paviljoens enz. maar om allerlei redenen, waaronder geld-
gebrek en afnemende interesse, moesten de plannen worden ingeperkt. De bouw liep vertraging op en uiteindelijk werd het project pas in 1937
ingehuldigd met Koning Leopold II als enig aanwezig staatshoofd. Wat gebleven was van de plannen waren de herdenkingstoren, de  kerk en
een soort van herdenkingspark met acht nationale monumenten achter de toren (foto links). Het ontwerp is van de Antwerpse architect Joseph
Smolderen. Omdat   het monument tijdens WO2 beschadigd was, moest het daarna worden gerestaureerd. Het werd in 1968 door Koning
Boudewijn opnieuw inge-huldigd. De herdenkingstoren is 75 meter hoog. De neobyzantijnse Heilig-Hartkerk was eerst groter gedacht, maar
een deel van het oorspronkelijke ontwerp moest worden geschrapt. Aan de kant van de toren zijn er vliegende vogels op geschilderd. Aan de-
zelfde kant bevinden zich ook de plaquettes van de foto rechtsboven voor gesneuvelden uit beide wereldoorlogen.

Behalve een algemeen monument was het ook de bedoeling dat er op de herdenkingsplaats monumenten van de afzonderlijke geallieerde landen zouden
komen. In eerste instantie zorgden echter slechts drie landen voor hun bijdrage. De andere monumenten kwamen pas ver na de Tweede Wereldoorlog
tot stand. Bovendien bevinden zich een aantal van deze monumenten in de herdenkingstoren en zijn daarom alleen vrij toegankelijk op de enkele dagen
dat deze wordt opengesteld. De andere staan op de esplanade achter de toren. Op de foto's zien we op op de eerste rij boven van links naar rechts het
monument van ItaliŽ, dat van Polen, van Griekenland en het Britse monument. Links zien we het monument van Rusland. De monumenten van Frankrijk,
Spanje en RoemeniŽ bevinden zich in de toren.

Naast  de bovengenoemde monumenten bevinden zich op het terrein nog een tweetal
monumenten. Nabij de ingang van het terrein zien we het monument van de foto links:
Het monument van de Luikse Bond voor Oudstrijders uit Afrika voor hun gevallenen.
Het monument op de foto rechts is dat voor de verdedigers van Luik, aangeboden
door de geallieerde legers, zoals de plaquette bij het monument ons vertelt. Het bevindt
zich op het eind van de esplanade. Het is op 20 november 1968 door Koning Boude-
wijn ingewijd.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

7) Varia

Bij het  begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 vie-
len de Duitse troepen bij Gemmenich BelgiŽ binnen en dreven het
Belgische leger en de met hen geallieerde Britse troepen voor zich
uit tot ze door de inundaties van de IJzervlakte bij Diksmuide ge-
stopt werden. De weg die de Duitsers zich door BelgiŽ baanden
wordt wel de "Via Dolorosa" ("Weg der Smarten") genoemd van-
wege het respectloze gedrag tegenover burgers, die, als dit nodig
werd gevonden, door hen ter plekke geŽxecuteerd werden. Bijna
honderd jaar later, in april 2011, als opmaat voor het vredesfesti-
val Ten Vrede bij de IJzertoren in Diksmuide, lopen vrouwen van
Vrouwen voor Vrede een deel van deze weg en wel van Gemme-
nich naar Luik. Op hun tocht worden ze door diverse gemeente-
besturen ontvangen. Voor de vzw "Vrede, Vrijheid en Verdraag-
zaamheid" is dit aanleiding bij het begin van de weg op de Vaal-
serberg een monument te plaatsen (foto links). Het monument be-
staat uit samengeperst oorlogsmateriaal. De sokkel draagt het op-
schrift "Via Dolorosa Gemmenich-Diksmuide 1914-1918". Ook
elders langs de weg staan monumenten, zoals dat op de foto rechts
in Rossignol

De foto's links en rechts tonen een speciale afdeling
van het Oud Kerkhof aan de Kempische Steenweg
in Hasselt. Hier liggen 149 militairen uit Hasselt be-
graven die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld
zijn.


In wat nu Leopoldsburg is, nabij Hasselt, werd vanaf 1835 een legerplaats ingericht. In 1914 werd deze door het Duitse bezettingsleger
overgenomen. Het militaire kamp werd onder meer gebruikt voor het opleiden van rekruten en voor soldaten die van het Oostfront wer-
den overgeplaatst. Het chloorgas dat bij de Tweede Slag om Ieper op 22 april 1915 door de Duitsers werd gebruikt, werd hier getest.
Ook werd er een Duitse militaire begraafplaats aangelegd. In 1928 werd er bovendien een Belgische militaire begraafplaats ingericht en
in 1933 werden er nog 404 Duitse graven uit de omgeving naartoe overgebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Duitse graven naar Lommel verplaatst en de vrijgekomen ruimte werd gebruikt voor het begra-
ven van Belgische en Russische doden uit deze oorlog. Op de begraafplaats van Leopoldsburg liggen vooral omgekomen krijgsgevange-
nen en politieke gevangenen. Deze worden voor beide oorlogen speciaal herdacht in twee kapelachtige gebouwtjes. Op het deel van de
begraafplaats bestemd voor WO1 liggen 823 doden, waarvan 17 niet-geÔdentificeerd.
De foto linksboven geeft een beeld van deel van "Leopoldsburg" met de graven uit WO1. De foto in het midden laat de graven van nabij
 zien. Rechtsboven zien we het kapelletje op het einde van de hoofdlaan (het kapelletje rechts op de foto linksboven). Het gedenkt de poli-
tieke gevangenen uit beide wereldoorlogen. De foto rechts toont het monument van binnen. Aan de oostkant van de begraafplaats staat een
gelijk monument voor de omgekomen politieke gevangenen (links op de foto linksboven).

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

8) Monumenten voor de gevallenen


Het monument voor de Belgische Infanterie
in Brussel op het Poelaert Plein van de hand
van de beeldhouwer Edouard Vereycken en
onthuld op 5 mei 1935. Later is het ook ge-
wijd aan de infanteristen uit de Tweede
Wereldoorlog.De tekst op het monument
luidt: ďAan de infanteristen gesneuveld voor
het vaderland 1914-1918  Ė  1940-1945Ē.


Ten westen van het Station Guillemins in Luik bevindt zich
bijgaand monument. Het gedenkt o.a de gevallenen in de
provincie Luik van de toenmalige Franse spoorwegmaat-
schappij Compagnie du Nord-Belge, die in die tijd de
spoorverbindingen in dit deel van BelgiŽ verzorgde. Links
  zien we het monument naast het station en rechts de pla-
quette met de namen van de omgekomen spoorwegmede-
werkers.

Op het Tacambaroplein in Oudenaarde staan diverse monumenten bij elkaar, waarvan een aantal betrekking hebben op gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog.
De foto linksboven toont het Monument van de OpgeŽisten, dat in 1928 op het plein is geplaatst. Het muurtje waarop de gedenksteen is geplaatst is afkomstig van
de buitenmuur van het begijnhof. Het monument herdenkt de inwoners van Oudenaarde die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers weggevoerd zijn. Het
ontwerp is van E. Vandevijvere met een reliŽf van G. Van der Meersch. Linksachter op de foto is een paaltje te zien van de Voie sacrťe tussen Verdun en Bar-le-
Duc in Frankrijk. De Voie Sacrťe is de weg waarlangs tijdens de oorlog Verdun werd bevoorraad (zie de pagina over Verdun alhier). Op de foto midden boven
zien we het paaltje van dichtbij. De stad heeft het aangeboden gekregen ter herinnering aan de op het slagveld gevallen soldaten. De foto links toont het locale
monument ter herdenking van de gevallen soldaten en de gefusilleerde en weggevoerde burgers uit Oudenaarde. Vroeger stond dit beeld op de Kleine Markt.


Op het kerkhof rond de Sint-Annakerk in Bottelare, een deelgemeente
van Merelbeke, liggen zowel strijders uit de Eerste als uit de Tweede
Wereldoorlog begraven. Betreden we het kerkhof door de hoofdingang,
dan zien we voor ons een perk met de graven van 30 oud-strijders uit
WO1, die na de oorlogoverleden zijn. In het midden van het perk staat
het plaatselijke monument voor de gevallenen tijdens deze oorlog. Even
verderop naar rechts ligt het graf van tweede luitenant Wiliiam Albert
Howden van het 29e Squadron van de Britse Royal Airforce, die op 9
  november 1918, dus vlak voor de wapenstilstand, op 22 jarige leeftijd
tijdens een vlucht is omgekomen.


In een hoek aan de zijkant van de St-Rumolduskerk  in Zondereigen,
aan de straatkant richting Gel, in de gemeente Baarle Hertog, staat
 een herdenkingsmonument voor drie gesneuvelde Belgische soldaten:
Louis Van den Heuvel (+ 6-8-1914), Emiel Van Dyck (+ 12-5-1916)
en Frans Jespers (+ 13-2-1919). Het draagt een Keltisch kruis met de
afkortingen AVV en VVK, die staan voor Alles Voor Vlaanderen en
Vlaanderen voor Kristus. Deze afkortingen verwijzen naar de Vlaamse
beweging. Het monument werd opgericht door de plaatselijke afdeling
van de Vlaamse Oud-Strijdersbond. Er staat een Vlaamse leeuw op
afgebeeld en bevat de tekst "Geen groter liefde bestaat er dan zijn
leven te geven voor zijn vrienden".

Het gebiedje rond Kelmis heeft een bijzondere geschiedenis.
Bij het Congres van Wenen in 1815 werd het noch bij Prui-
sen noch bij Nederland ingedeeld. Onderhandelingen tussen
Nederland, en later BelgiŽ, en Pruisen, resp. Duitsland brach-
ten hierin geen verandering. In 1914 werd het door Duitsland
ingelijfd. In 1919 kwam het bij BelgiŽ (om vervolgens van
1940-1945 weer even bij Duitsland te horen). Dit zien we te-
rug in het monument voor WO1 in de hal in het hoofdportaal
van de Maria-Hemelvaartkerk in Kelmis (foto links). Het be-
vat namelijk de namen van zowel de Belgische als de Duitse
soldaten die in deze oorlog aan beide fronten sneuvelden.
Op de foto rechts zien we het oorlogsmonument op de Kerk-
plaats in Kelmis. Het werd op 29 mei 1949 onthuld. Het is
van de hand van de architect Pinay en de beeldhouwer Dos-
sogne.Het monument met een fakkeldraagster op een zuil
moet de mensen aan de gruweldaden van beide wereldoorlo-
gen herinneren.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De meeste plaatsen in BelgiŽ hebben wel een monument voor de soldaten die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld. Soms worden ook
de omgekomen burgers uitdrukkelijk herdacht. Na de Tweede Wereldoorlog werden  de monumenten zo aangepast dat ook de gevallenen uit
die oorlog herdacht werden. Hieronder staan een aantal van deze monumenten.


Ayret

Boorsem. Hoewel dit een algemeen monument is, is het ook
gewijd aan specifiek twee gesneuvelden (zie hiernaast)
  Boorsem (detail; zie links)

Celles

Champagne (Waimes)

Dilsen
  Doel Esneu Esneux (detail

Fauvillers

Francorchamps

Grand Halleux

  Haasdonk

Hamiprť

Hasselt
  Heestert

Ingooigem
  Leut
Longlier

Maaseik
Maasmechelen
Martelange


Moresnet
NamÍche

Nandrin


Neufchȃteau

PlombiŤres

Recht (Sankt Vith)

  Rekem  
Rossignol
Sint-Martens-Voeren


  Sippenaeken

Teuven


Thon

Vichte

Vucht


Wortegem

Zelzate
Zonnebeke



Ė.terug naar begin van de pagina

 

Links naar mijn andere foto's van de sectie Buiten de Fronten:

Nederland

Duitsland

Frankrijk

Overige landen:

Denemarken, Finland, Groot-BritanniŽ, Hongarije,
ItaliŽ, Oostenrijk, Slowakije, Zwitserland


                                                     

Links naar mijn andere foto's van de Eerste Wereldoorlog:

Het Westfront

Het Oostfront

Het Italiaanse Front

********************************************

 

terug naar de Inleiding Buiten de Fronten

terug naar de Inleiding WO 1

terug de homepage